Vette lever houdt verband met verminderde hartfunctie

27 januari 2016• NIEUWSBERICHT

Bij obese mensen bestaat er een verband tussen levervet en een verminderde hartfunctie. Dat publiceren onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) op 26 januari in Radiology. Het verband tussen leververvetting en hartfunctie maakt het extra belangrijk om het voedingspatroon van mensen met obesitas te verbeteren, zeggen de onderzoekers.

Om het verband tussen leververvetting en hartfunctie aan te tonen, onderzochten de LUMC’ers 714 mannen en vrouwen van 45 tot 65 jaar oud die deelnamen aan de NEO-studie, een LUMC-studie naar de oorzaken van ziekte bij mensen met overgewicht of obesitas (www.neostudie.nl). Met verschillende MRI-technieken bepaalden de onderzoekers de hoeveelheid triglyceriden in de lever (als maat voor leververvetting) en de functie van de linkerhartkamer. Van de onderzochte mensen had 47 procent overgewicht en 13 procent was obees. “Bij de groep van obese mensen, dus met een BMI van minimaal 30, bleek de mate van leververvetting op te gaan met een minder goede functie van de linkerhartkamer”, vertelt eerste auteur drs. Ralph Widya (LUMC). “Dit effect bleef ook bestaan als we corrigeerden voor andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten.” 

Voedingspatroon aanpassen

De bevindingen kunnen gebruikt worden voor preciezere individuele risicoschatting voor hart- en vaatziekten bij obese mensen. “Er bestaan namelijk grote verschillen in de mate van leververvetting binnen deze groep”, licht Widya toe. “Ons onderzoek laat daarnaast zien dat we meer nadruk moeten leggen op aanpassing van het voedingspatroon van obese mensen om leververvetting te voorkomen of te verminderen.” Toekomstig onderzoek moet uitwijzen of leververvetting ook bijdraagt aan het optreden van hartinfarcten en beroertes, en waarom de relatie tussen leververvetting en hartfunctie verschilt tussen personen met een normaal gewicht, overgewicht of obesitas.

Hartfunctie

De linkerhartkamer is de belangrijkste pompkamer van het hart. De onderzoekers keken in deze studie hoe goed de hartkamer zich vulde met bloed tijdens de ontspanningsfase, oftewel de diastole. “Als het hart niet goed gevuld raakt, kan het ook niet goed pompen”, vertelt onderzoeker prof. Hildo Lamb (LUMC). “Patiënten met hartfalen hebben daardoor moeite met lichamelijke inspanning. De diastolische hartfunctie heeft lange tijd weinig aandacht gekregen, maar het belang ervan wordt nu volledig onderschreven door cardiologen en huisartsen.” 

Leververvetting

Bijna een op de drie mensen heeft een vervette lever (non-alcoholische leversteatose), een aandoening waarbij de levercellen vet ophopen. Bij mensen met type 2 diabetes of ernstig overgewicht loopt dit percentage op tot 70-90 procent. Een patiënt merkt meestal niets van de leververvetting, maar artsen scharen de aandoening onder het metaboolsyndroom: een clustering van risicofactoren voor onder andere hart- en vaatziekten. Daartoe behoren ook risicofactoren zoals een hoge bloeddruk, een teveel aan buikvet en een te hoog cholesterol. Waarom er een verband bestaat tussen leververvetting en hartfunctie is onbekend. Mogelijk produceert de lever door de vervetting meer cytokines (bepaalde kleine eiwitten), of zorgt de vervetting voor meer macrofagen, een bepaald type witte bloedcellen dat infecties bestrijdt. Deze cytokines en macrofagen zouden de hartfunctie negatief kunnen beïnvloeden. 

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.