Bestaande medicijnen remmen MERS-virus in celkweken

20 mei 2014• PERSBERICHT

Vier bestaande medicijnen zijn in staat om het MERS-coronavirus in celkweken te remmen. Dat publiceren onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), het Rega Instituut van de KU Leuven en het Erasmus MC te Rotterdam vandaag in Antimicrobial Agents and Chemotherapy. Voor het MERS-coronavirus, dat ernstige en vaak dodelijke luchtweginfecties veroorzaakt, zijn tot op heden geen medicijnen of vaccins beschikbaar.

Coronavirus, copyright: Eric Snijder, LUMCDe onderzoekers testten 348 medicijnen die al op de markt zijn voor andere aandoeningen. Ze keken naar de werkzaamheid van die medicijnen in cellen die geïnfecteerd zijn met het MERS-coronavirus. Bij welke dosis remden ze het virus, hoe sterk was dat remmende effect en hoe toxisch is het medicijn, oftewel hoeveel schade bracht het toe aan de cellen zelf? De vier stoffen met de meeste potentie waren het malariamedicijn Chloroquine, het antipsychoticum Chlorpromazine, het anti-diarreemiddel Loperamide en de hiv-remmer Lopinavir. Deze vier medicijnen bleken het best in staat om bij relatief lage concentraties het MERS-coronavirus te remmen, terwijl zij de cellen zelf geen of relatief weinig schade toebrachten. De vier medicijnen bleken ook werkzaam tegen het aan het MERS-coronavirus verwante SARS-coronavirus en het humane coronavirus 229E.

Toepassing

Hoe de medicijnen in staat zijn om het MERS-coronavirus in celkweken te remmen, is nog niet helemaal duidelijk. Ook is nog niet getest of de medicijnen in dieren of mensen hetzelfde virusremmende effect hebben en hoe hoog de dosis dan moet zijn om zo’n effect te bereiken. De onderzoekers gaan hier nu verder onderzoek naar verrichten, onder andere met een diermodel voor MERS dat recent ontwikkeld is in het Erasmus MC. De meeste aandacht zal daarbij uitgaan naar Chloroquine en Chlorpromazine, omdat een Amerikaanse studie - die vandaag in hetzelfde tijdschrift verschijnt - deze twee medicijnen eveneens identificeerde als remmers van het MERS-coronavirus.

Kortere ontwikkeltijd

Dat de onderzochte medicijnen al langer op de markt zijn, kan leiden tot een aanzienlijk snellere toepassing bij MERS-patiënten. “Het voortraject wordt een stuk korter als je al weet hoe een medicijn zich gedraagt, wat de bijwerkingen zijn en welke dosering je kunt gebruiken”, licht prof. Eric Snijder (LUMC) toe. De hoogleraar hoopt dat een combinatie van de verschillende medicijnen de remmende werking kan versterken. “Hoewel het mogelijk niet per se nodig is om het virus voor 100 % te remmen”, voegt hij daaraan toe. “Een beperkte remming kan het afweersysteem van de patiënt wellicht al genoeg ruimte bieden om het virus zelf op te ruimen. Ook de kans op verdere verspreiding wordt dan al lager.”

Virus in opkomst

Het ‘Middle East Respiratory Syndrome-coronavirus’ (MERS-CoV) werd in 2012 voor het eerst ontdekt. In de twee jaar daarna werden ongeveer 200 nieuwe gevallen geregistreerd, maar in de afgelopen twee maanden nam dat aantal, om nog niet opgehelderde redenen, snel toe tot meer dan 600. De meeste MERS-besmettingen vinden plaats in het Midden-Oosten, waaraan het virus zijn naam ook dankt. Twee Nederlanders liepen het virus onlangs op tijdens een reis naar Saoedi-Arabië. Zij worden streng geïsoleerd verpleegd.

MERS-coronavirus

Het MERS-coronavirus kan ernstige ziekteverschijnselen veroorzaken, vooral bij mensen met andere gezondheidsproblemen. Deze patiënten krijgen last van koorts, hoesten, kortademigheid en ademhalingsproblemen. Ongeveer 30% van de geregistreerde MERS-patiënten komt te overlijden. Vanuit welke bron(nen) het virus precies op de mens wordt overgedragen, is nog niet geheel duidelijk. Mensen lijken besmet te worden door dromedarissen die geïnfecteerd zijn met het MERS-coronavirus, maar de betrokkenheid van andere dierlijke bronnen is niet uit te sluiten. Besmetting van mens op mens is ook mogelijk gebleken, maar alleen bij intensief contact.

Europees consortium SILVER

De onderzoekers uit Leiden, Leuven en Rotterdam participeren in het Europese consortium SILVER dat zich richt op het vinden van antivirale geneesmiddelen. SILVER wordt gefinancierd vanuit het zevende kaderprogramma van de Europese Unie (FP7) en richt zich op opkomende virussen en virussen waarnaar vanuit de farmaceutische industrie weinig onderzoek verricht wordt. Voor onderzoek aan veel van deze virussen, zoals het MERS-coronavirus, chikungunya-virus en ebola-virus, zijn speciale streng beveiligde laboratoria noodzakelijk.

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.