Publicaties 2017 uitgelicht en overzicht

2017 was een productief onderzoeksjaar, en leverde een mooie lijst publicaties op. Wederom hebben enkele onderzoekers van de afdeling PHEG hun publicatie uitgelicht met een korte Nederlandse beschrijving. Lees over MOVIT en matrix, bewegen met peers, de TRUST-studie, beoordelen van aios in de praktijk, observeren van pijn bij dementie, en nog veel meer. Voor een volledig overzicht van de PHEG publicaties uit 2017 volgt u onderaan dit bericht de link naar Pubmed. Veel leesplezier!

 

Resultaten TRUST studie: behandeling met schildklierhormoon niet zinvol bij ouderen met licht verminderde schildklierwerking

Ouderen met licht verminderde schildklierwerking hebben geen baat bij behandeling met schildklierhormoon. Dat blijkt uit de TRUST studie, een grote Europese studie van onder meer het LUMC, waaraan ook veel huisartsen in onze regio participeerden. De behandeling zorgt er weliswaar voor dat het niveau van de schildklierhormonen normaliseert, maar heeft geen effect op de kwaliteit van leven en op klachten als traagheid, spierzwakte, hoge bloeddruk en gewichtstoename. De onderzoekers vinden daarom dat de huidige richtlijnen moeten worden aangepast. (Lees ook het eerdere LUMC-nieuwsbericht hierover.)

Thyroid Hormone Therapy for Older Adults with Subclinical Hypothyroidism.

Stott DJ, Rodondi N, Kearney PM, Ford I, Westendorp RGJ, Mooijaart SP, Sattar N, Aubert CE, Aujesky D, Bauer DC, Baumgartner C, Blum MR, Browne JP, Byrne S, Collet TH, Dekkers OM, den Elzen WPJ, Du Puy RS, Ellis G, Feller M, Floriani C, Hendry K, Hurley C, Jukema JW, Kean S, Kelly M, Krebs D, Langhorne P, McCarthy G, McCarthy V, McConnachie A, McDade M, Messow M, O'Flynn A, O'Riordan D, Poortvliet RKE, Quinn TJ, Russell A, Sinnott C, Smit JWA, Van Dorland HA, Walsh KA, Walsh EK, Watt T, Wilson R, Gussekloo J; TRUST Study Group.

N Engl J Med. 2017 Jun 29;376(26):2534-2544.


Een ‘theory based’ matrix voor het beschrijven van een doelgericht implementatie project.

Doelgerichte implementatie van zorg innovatie in de praktijk kan wetenschappelijke studie frustreren. Interventies en omstandigheden kunnen elkaar beïnvloeden in de loop van het project. In het belang van de gestelde doelen kan het plan van aanpak aangepast worden. Het ‘Medischezorg Optimalisatie In Verzorgingshuizen Implementatie Traject’ (MOVIT) was precies zo een project.

In het artikel beschrijven we een nieuw ontwikkelde matrix om een doelgericht project te beschrijven gebruikmakend van bestaande theorie. De MOVIT project activiteiten worden retrospectief gedefinieerd in termen van een implementatie taxonomie en geplaatst in een matrix van domeinen en niveaus van implementatie.

Door implementatie activiteiten en de resulterende zorg veranderingen apart te plotten wordt zichtbaar waar de implementatie inspanning aangewend is en waar de resultaten merkbaar geworden zijn. In het geval van het MOVIT project blijkt hier een verschil te bestaan. De implementatie blijkt vooral gericht op de individuele en groepen van zorgverleners terwijl de resultaten vooral zichtbaar zijn in het patiënt, organisatie en beleid deel van de matrix. Dit helpt het verloop van het project te duiden en begrijpen. Interessant zal zijn om te zien of de matrix ook bruikbaar is om een implementatie project strategisch te plannen.

A Structured Process Description of a Pragmatic Implementation Project: Improving Integrated Care for Older Persons in Residential Care Homes. Poot AJ, de Waard CS, Wind AW, Caljouw MAA, Gussekloo J. Inquiry 2017 Jan-Dec; 54: 46958017737906.


Ouderen zonder professional bewegen werkt

Beweging is het beste middel tegen ouderdomsziektes, maar helaas beweegt een groot deel van de ouderen niet genoeg. In Ulft, de achterhoek, is een groep van meer dan 60 ouderen die sinds 2010 elke doordeweekse dag samen van 9 tot 10 bewegen. De groep wordt gecoacht door peers, mensen met gedeelde karakteristieken en doelen, en er is geen professional bij betrokken. Jaarlijks blijft negen van de tien lid. De deelnemers zagen hun gewicht afnemen, zij gaven aan beter te slapen en een hogere kwaliteit van leven te ervaren. In de zes minuten looptest lieten de deelnemers tussen 2014 en 2016 een verbetering zien van gemiddeld 22 meter per jaar, terwijl bij een looptest in die leeftijdscategorie juist een afname van 2 tot 7 meter per jaar gebruikelijk is. Peer coaching is in potentie schaalbaar waardoor vele ouderen bereikt zouden kunnen worden.

Vitality club: a proof-of-principle of peer coaching for daily physical activity by older adults.Van de Vijver PL, Wielens H, Slaets JPJ, Van Bodegom D. Translational behavioral medicine 2018Jan.

Er was veel aandacht in de media, NRC, Sunday Times en New York Post. 

Leuk: de Telegraaf maakte een filmpje van de ouderen in de Professoren en Burgermeesterswijk


Beoordelen in de praktijk: opvattingen van huisartsen in opleiding en hun opleiders en docenten

In medisch onderwijs maakt het uit of je een oordeel moet geven over kennis en vaardigheden op basis van formele toetsen of handelen in de praktijk. In de praktijk handelen is minder voorspelbaar, complexer en lastiger te vangen in gestandaardiseerde lijstjes. Uit medisch onderwijskundig onderzoek naar beoordelen van handelen in de praktijk blijkt een grote variatie  tussen beoordelaars. Ook spelen de personen die beoordelen en beoordeeld worden een veel grotere rol dan de kwaliteit van methoden om dit handelen in de praktijk te meten. Opvattingen en overtuigingen spelen een belangrijke rol in hoe iemand zich gedraagt, zo ook bij beoordelen in de praktijk.

Laury de Jong c.s. onderzochten de opvattingen van huisartsen in opleiding en hun opleiders en docenten over beoordelen in de praktijk, gebruikmakend van Q methodologie. Zij vonden vijf verschillende opvattingen (agency, mutuality, objectivity, adaptivity en accountability). Onder deze opvattingen lagen twee fundamentelere thema’s waarover men echt van mening verschilde: wie is er verantwoordelijk voor toetsing en beoordeling (de huisarts in opleiding versus de opleider/docent) en de mate waarin de beoordeling gestandaardiseerd moet worden (maatwerk versus gestandaardiseerd). Deze verschillen in opvattingen beïnvloeden het gebruik, de acceptatie en uiteindelijk het effect van beoordelingsprocedures. Daarom is het belangrijk dat beoordelaars en beoordeelden met elkaar in gesprek gaan over hoe de toetsing en beoordeling gaat en wat er beter kan en om een gemeenschappelijk mentaal model over toetsing en beoordeling te ontwikkelen.

Stakeholder perspectives on workplace-based performance assessment: towards a better understanding of assessor behaviour.de Jonge Laury PJWM, Timmerman Angelique A, Govaerts Marjan JB, Muris Jean WM, Muijtjens Arno MM, Kramer Anneke WM, van der Vleuten Cees PM. Adv Health Sci Educ Theory Pract. 2017 Dec;22(5):1213-1243.


Hoe besluiten huisartsen om aios toe te vertrouwen aan hun patiënten?

Om artsen in opleiding zelfstandig te laten werken in de opleidingspraktijk is het nodig dat opleiders hen toevertrouwen aan een patiënt zonder diens veiligheid in gevaar te brengen. Er is niet veel bekend over hoe dit toevertrouwen gaat. De literatuur beschrijft vooral EPA’s (entrustable professional tasks), wel omschreven professionele taken, die een aios zelfstandig mag verrichten nadat h/zij heeft laten zien deze taak goed te kunnen. Medisch handelen omvat veel meer dan wel omschreven taken en opleiders kunnen ook niet bij alles wat de aios doet aanwezig zijn.

Greetje Sagasser c.s. onderzochten hoe huisartsopleiders dan toch besluiten aios toe te vertrouwen aan hun patiënten. Ze deden dit door observaties van spreekuren en nabesprekingen van aios en opleiders en door interviews. Voor de start van de opleiding krijgen opleiders al een beeld van de aios, door hun sollicitatiebrief, het selectiegesprek en de eerste indruk. De eerste weken van de opleiding wordt dit beeld verder ingevuld door de aios intensief te observeren in allerlei situaties, door de vragen die de aios stelt, door de nabesprekingen, door de verslaglegging in het HIS, door de reacties van patiënten en medewerkers in de praktijk en door intuïtie. Opleiders letten daarbij op algemene medische competenties zoals klinisch redeneren, communicatie, kennis en lichamelijk onderzoek maar ook op omgaan met gebrek aan kennis en onzekerheid en herkennen van alarmsignalen. Als de opleider voldoende informatie heeft, vertrouwt h/zij de aios na deze periode toe aan zijn patiënten (dit is bijna altijd het geval). Daarna blijft de opleider alert op wat de aios kan en baseert h/zij zijn besluit tot toevertrouwen vooral op hoe de aios zich professioneel ontwikkelt. Opleiders hebben dus een holistische benadering als het gaat om toevertrouwen. Hun besluit tot toevertrouwen kent drie fases en wordt mede bepaald door de aios en kwaliteit van de relatie aios-opleider.

How Entrustment Is Informed by Holistic Judgments Across Time in a Family Medicine Residency Program: An Ethnographic Nonparticipant Observational Study.Sagasser Margaretha H, Fluit Cornelia RMG, van Weel Chris, van der Vleuten Cees PM, Kramer Anneke WM. Acad Med. 2017 Jun;92(6):792-799. 

Inzet van triage in de jeugdgezondheidszorg: extra zorg aanbod voor risicokinderen

Indien jeugdgezondheidszorg (JGZ) professionals problemen bij kinderen signaleren, kunnen zij extra zorg aanbieden: een extra JGZ onderzoek of het kind verwijzen naar externe zorgverleners, zoals huisartsen of jeugdhulp. Onderzocht is of bij gebruik van de triage werkwijze, waarbij JGZ professionals een andere rol vervullen in de standaard onderzoeken, meer extra zorg wordt geleverd. De verwijzingspercentages naar extra zorg waren vergelijkbaar. Wel worden bij de triage werkwijze minder kinderen verwezen naar externe zorg verleners.

Daarnaast is onderzocht hoeveel kinderen een onderzoek door de JGZ hebben gekregen op verzoek van derden, zoals ouders, leerkrachten en andere zorg partners. Er zijn significant meer JGZ onderzoeken uitgevoerd op verzoek van derden bij gebruik van de triage werkwijze (p <0,01).

Het blijkt dus mogelijk om met een triage werkwijze, door een efficiënte inzet van middelen, alle kinderen het basispakket aan zorg aan te bieden en tevens ruimte te creëren voor vraaggerichte zorg.

Triage in preventive child healthcare: a prospective cohort study of care use and referral rates for children at risk.Bezem J, Kocken PL, Kamphuis M, Theunissen MHC, Buitendijk SE, Numans ME. BMJ Open. 2017 Oct 30;7(10):e016423

Hoe meten we pijn bij ouderen met dementie: welke observatie-items worden gekozen door verzorgenden en specialisten ouderengeneeskunde?

Het diagnosticeren van pijn bij ouderen met dementie is moeilijk gezien de achteruitgaande  communicatieve vaardigheden.  In verpleeghuizen kunnen dan observatie-instrumenten worden gebruikt. Met een Europese werkgroep is een bruikbare lijst items opgesteld, te verdelen in drie groepen: gezichtsuitdrukkingen, lichaamsbewegingen en stemgeluiden.

We vertaalden de items in het Nederlands, en vroegen 20 verzorgenden en 20 specialisten ouderengeneeskunde wat zij van de items vonden (content validity).

In dit artikel wordt beschreven welke items zij indicatief vonden voor pijn, en welke items zij meer specifiek bij andere stoornissen vonden passen (angst, delier, dementie, depressie). We zagen verschillen tussen verzorgenden en dokters, wat suggereert dat er meer aandacht moet zijn voor interdisciplinaire scholing voor pijn bij dementie.

Pain Assessment in Impaired Cognition (PAIC): content validity of the Dutch version of a new and universal tool to measure pain in dementia.Van Dalen-Kok AH, Achterberg WP, Rijkmans WE, Tukker-van Vuuren SA, Delwel S, de Vet HC, Lobbezoo F, de Waal MW. Clin Interv Aging. 2017 Dec 22;13:25-34. 

Pubmed link naar Publicaties 2017 LUMC afdeling Public Health en Eerstelijnsgeneeskunde