Schouderprothese

Uw diagnose

Een schouderprothese is een gewrichtsvervangend metalen implantaat dat geplaatst wordt in de schouder. Het schoudergewricht bestaat uit de kop van de bovenarm (humerus) en de kom (glenoïd) die in het schouderblad (scapula) ligt. Het type prothese hangt af van de kwaliteit van de spieren rondom de schouder en de mate van slijtage; alleen de schouderkop kan vervangen worden of zowel schouderkop als kom kunnen vervangen worden. De prothese wordt ingebracht middels een operatie en de prothese heeft de eigenschap om “in te kunnen groeien” in het bot waardoor er geen cement nodig is om de prothese vast te zetten in het bot. 

De mensen die uiteindelijk in aanmerking komen voor een schouderprothese hebben dusdanig ernstige schade opgelopen aan het kraakbeen dat het schoudergewricht niet goed meer functioneert en erg pijnlijk is. De oorzaak voor deze kraakbeen schade is meestal artrose. Echter, ook reumatoïde artritis kan het kraakbeen flink beschadigen. De artrose van het schoudergewricht kan verschillende oorzaken hebben; bijvoorbeeld ten gevolge van een botbreuk, osteonecrose of na een ernstige infectie van het schoudergewricht. 

Echter, niet alle mensen met schouderartrose hebben een prothese nodig. Uw behandelend arts zal beoordelen of u in aanmerking komt voor een schouderprothese óf dat wellicht nog andere (niet-operatieve) opties mogelijk zijn. Belangrijk om te weten is dat een schouderprothese een gewrichtsvervangend middel is. Het zal de pijn verhelpen en een verbetering van de bewegingen in uw schouder geven, maar het wordt desondanks niet meer zo goed als de schouder van vroeger. Hoog reiken zal nog steeds niet goed mogelijk zijn, meestal kunnen patiënten na een schouderprothese hun bovenarm tot schouderhoogte brengen (zeer zelden hoger).