Patiëntenfolder

Radiotherapie gecombineerd met chemotherapie voor baarmoederhalskanker (cervixcarcinoom) (RT)

In deze folder vindt u informatie radiotherapie gecombineerd met chemotherapie voor de behandeling van baarmoederhalskanker (cervixcarcinoom).

Afdeling Radiotherapie.

Onze zorg

Wat is Radiotherapie gecombineerd met chemotherapie voor baarmoederhalskanker (cervixcarcinoom) (RT)?

Baarmoederhalskanker is een kwaadaardige tumor van de baarmoederhals. Baarmoederhalskanker wordt ook cervix­carcinoom genoemd. De baarmoedermond is het uiteinde van de baarmoederhals, die bovenin de vagina (schede) voelbaar is.

Baarmoederhalskanker ontstaat in de cellen van het slijmvlies in het overgangsgebied van de baarmoedermond naar de baarmoederhals. Bij het ontstaan van baarmoederhalskanker speelt het humaan papillomavirus (HPV) een rol. Jaarlijks wordt de diagnose baarmoederhalskanker in Nederland bij ongeveer 800 vrouwen gesteld. Het merendeel van de vrouwen is tussen de 30 en 50 jaar oud.

Waarom doen we dit onderzoek/deze behandeling?

De behandeling van baarmoederhalskanker kan per patiënt verschillen. De behandeling hangt onder andere af van het stadium waarin de kanker zich bevindt. Dit wordt door het behandelteam met u besproken.

In uw situatie lijkt chemoradiotherapie de beste behandeling. De behandeling van chemoradiotherapie is uitwendige radio­ therapie (bestraling) gecombineerd met wekelijks chemotherapie.

Er zijn een aantal situaties waarin deze behandeling geadviseerd wordt:

  1. Chemoradiotherapie is de eerste keuze; u heeft geen operatie gehad. De behandeling heeft als doel de tumor en eventuele lymfklier­ uitzaaiingen volledig en blijvend te verwijderen. Na de chemoradiotherapie volgt dan aansluitend inwendige radiotherapie.

  2. U bent in eerste instantie geopereerd waar­bij het weefsel na de operatie beoordeeld is door de patholoog. Op basis hiervan is het advies om aanvullend te behandelen met chemoradiotherapie. Het doel van de behandeling is om de kans dat de ziekte in de toekomst terugkomt kleiner te maken.

Uw behandelend arts kan u uitleggen waarom er bij u chemoradiotherapie wordt geadviseerd.


Waaruit bestaat de behandeling?

De behandeling zal bestaan uit een serie van 25 uitwendige bestralingen. Dat betekent 5 werk­dagen per week gedurende een periode van 5 weken, en 5 keer wekelijks een toediening van cisplatin chemotherapie via een infuus. De chemotherapie versterkt de werking van de bestraling. Soms kan om verschillende redenen voor een langere serie uitwendige bestralingen gekozen worden, dit zal de behandelend arts dan met u bespreken.

U krijgt een aparte afspraak bij de internist­-oncoloog om over de behandeling met wekelijks chemotherapie (cisplatin) te spreken. Indien u niet geopereerd bent, zal na afloop van de chemoradiotherapie nog inwendige bestraling (brachytherapie) volgen. Als dat bij u het geval is zal uw behandelend arts dit met u bespreken en krijgt u daarover verdere uitleg van het behandelteam.

Hieronder ziet u een overzichtsplaatje van het kleine bekken. Uw behandelend arts kan u vertellen welk gebied bij u bestraald wordt.



Figuur 1: kleine bekken van de vrouw.

Voorbereiding

Wat gaat er vooraf aan het onderzoek of de behandeling?

Eerste gesprek

U krijgt een afspraak bij de radiotherapeut­-oncoloog (bestralingsarts) om uitgebreid over de voorbereiding en de behandeling met bestraling te spreken. Tijdens dit gesprek krijgt u veel informatie. Het is dan ook zinvol om iemand mee te nemen naar dit gesprek. Ook vragen we u een actuele medicatielijst mee te brengen.

Voorbereiding radiotherapie

Na het eerste gesprek wordt ter voorbereiding van de bestralingen een CT­-scan van het bekken gemaakt, in de houding waarin u bestraald zal worden, meestal met injectie contrast via een infuus. Vaak wordt hierbij eerst een CT-scan gemaakt met volle blaas, en daarna een met lege blaas. Dit wordt gedaan om de beweeglijk­heid van het gebied van de baarmoederhals te zien.

CT-scan

Ook worden enkele tatoeage­-puntjes op de huid ter hoogte van het bekken aangebracht, die ervoor dienen om u later op het bestralings­toestel exact in de zelfde houding te kunnen bestralen. U krijgt van deze CT­-scan geen uitslag. De scan is alleen nodig voor de technische voorbereiding van de bestraling. De radiotherapeut­-oncoloog geeft op deze CT­-scan het doelgebied van de bestraling aan, waarna een bestralingsplan berekend kan worden. Deze voorbereiding moet zorgvuldig gebeuren en kost tijd. De tijd tussen de CT­-scan en de start van de bestralingen is daarom ongeveer 5­-10 werkdagen. Na de CT-scan krijgt u van de laboranten de afspraak mee voor de eerste bestraling. In sommige situaties is het nodig een nieuwe MRI-scan te maken voorafgaand aan de bestraling. De arts zal dit bij u aangeven als dit nodig is.

Blaasinstructie

Het is gewenst dat de blaas voor de CT­-scan (en eventueel MRI-scan) voor iedere bestraling gevuld is. Het advies is om thuis (1­-2 uur voor de bestraling) volledig uit te plassen (en indien u aandrang voelt ook te proberen ontlasting en windjes kwijt te raken). Probeer daarna 1­-2 bekers water te drinken. Het is beter om totdat de bestraling is geweest niet meer te plassen. Na afloop van de bestraling van die dag kunt u naar het toilet gaan om te plassen. Als dit voor u niet lukt kunt u met uw behandelend arts een ander drinkschema bespreken.

Door deze instructie goed op te volgen, kan de bestraling preciezer plaatsvinden. Dit heeft bovendien als voordeel dat de blaas de dunne darm zo veel mogelijk uit het bestralingsgebied drukt, dit geeft wat minder kans op bijwerkingen van de darm en/of blaas.

Het onderzoek / de behandeling

Hoe gaat het onderzoek / de behandeling in zijn werk?

Bestralingen

Bij aankomst op de afdeling Radiotherapie voor de eerste bestraling meldt u zich bij de balie Radiotherapie (route 753). De baliemedewerker/secretaresse brengt de radiotherapeutisch laboranten op de hoogte dat u aanwezig bent en verwijst u door naar de wachtruimte van het bestralingstoestel.

Balie afdeling Radiotherapie

U krijgt hierbij ook uitleg over de aanmeldzuil. Hier kunt u zich voor de vervolgafspraken melden. De tijden van de bestralingsafspraken voor de rest van de week krijgt u bij de balie van de Radiotherapie. Iedere vrijdag kunt u bij de aanmeldzuil van de afdeling een print maken met daarop de afspraken voor de komende week.

Aanmeldzuil

De bestralingsbehandelingen vinden plaats op werkdagen tussen 08.00 en 17.00 uur. Mocht u om belangrijke redenen op een bepaalde dag en tijdstip niet kunnen dan vragen wij u dit zo vroeg mogelijk aan ons door te geven. Rondom feestdagen zal u soms in het weekend of op de feestdag(en) zelf bestraald worden. Hierover zult u tijdig worden geïnformeerd.

Alleen tijdens de bestraling kunt u parkeren op de begane grond van de parkeergarage LUMC. Voor alle overige afspraken kunt u vanaf de 1e etage parkeren. U kunt voor het aantal keren dat u bestraling krijgt een rittenkaart ophalen bij de beveiliging (loket centrale hal LUMC). De rittenkaart kunt u na het eerste gesprek met de radiotherapeut-oncoloog of na de afspraak op de CT-scan ophalen. Hiermee kunt u in- en uitrijden zonder de intercom te gebruiken. Na de laatste bestraling kunt u de rittenkaart weggooien. De rittenkaart kunt u niet gebruiken bij de eerste afspraak met de radiotherapeut-oncoloog, afspraken ter voorbereiding van de bestraling of controle afspraken op de poli.

Voor patiënten die bestraald worden is er bij alle zorgverzekeraars een vergoeding voor eigen vervoer, openbaar vervoer of taxivervoer. Neem daarover tijdig contact op met uw verzekering.

Vlak voor de bestraling zal u door de radio­therapeutisch laboranten worden opgehaald uit de wachtkamer. Zij begeleiden u tijdens de dagelijkse bestralingsbehandelingen. Voor elke bestraling zullen zij u op de behandeltafel goed leggen. Daarna zullen zij de bestralingsruimte verlaten. Tijdens de bestraling bent u alleen in de ruimte. De radiotherapeutisch laboranten kunnen u tijdens de bestraling via een videobeeldscherm zien, zodat zij met u kunnen praten en zien hoe het met u gaat. Voor elke bestraling wordt op het bestralingsapparaat een controle scan gemaakt om te controleren of u goed ligt. Op deze scans kunnen we alleen zien of u goed ligt. Tussen het maken van deze controle scan en het starten van de behandeling kunnen enkele minuten zitten. De laboranten controleren de scan. We kunnen op deze scans niet zien of de tumor door de behandeling kleiner wordt. De bestraling zelf wordt gegeven terwijl het apparaat langzaam om u ronddraait. Dit duurt ongeveer 2­-5 minuten. U voelt van de bestraling zelf niets, wel hoort u het toestel geluid maken tijdens de bestraling.

Bestralingsapparaat

Met uit­- en aankleden en zorgen dat u goed op de behandeltafel ligt erbij zult u dagelijks ongeveer 15­-20 minuten op de bestralingsafdeling zijn. Na de bestraling is de straling direct weg, u wordt niet radioactief door bestraling en u bent dus niet gevaarlijk voor de omgeving.

Wat zijn de risico's, bijwerkingen of complicaties?

Controle tijdens de behandeling

U wordt tijdens uw behandeling wekelijks gecontroleerd door uw behandelend arts. Deze afspraken worden gekoppeld aan een bestralingsafspraak. Bij deze gesprekken kunt u uw vragen stellen en mogelijke bijwerkingen bespreken.

De radiotherapeutisch laboranten die de dagelijkse bestralingen uitvoeren en de verpleegkundigen van de zorgpost kunnen u advies geven wat te doen bij klachten of vragen. Zo nodig nemen zij contact op met uw behandelend arts.

Bijwerkingen

Tijdens de behandelperiode en de weken daarna kunnen er verschillende bijwerkingen optreden. Of en welke bijwerkingen optreden en hoeveel last u ervan zult hebben is verschil­lend per persoon. Uw radiotherapeut­-oncoloog en de internist­-oncoloog zullen u hier meer over vertellen bij het eerste gesprek.

Tijdens de behandeling

Huid/haar

Doordat de bestraling via verschillende kanten gegeven wordt zal de huid van onderbuik en liezen geen hoge dosis krijgen en is er geen of bijna geen roodheid of last te verwachten. Wel kunnen soms de haren in de schaamstreek dunner worden of een beetje uitvallen als gevolg van de bestraling. Soms zal het gebied van de schaamlippen wat geïrriteerd raken. Als dat zo is, zal uw arts een verzorgende crème adviseren (cetomacrogolcrème met 10% vaseline, of calendula crème). Verderop in de folder vindt u adviezen over huidverzorging in de behandelperiode (onder ‘Adviezen voor de behandelperiode’). CHECKEN

Darmen

De darmen kunnen geprikkeld raken door de behandeling. Dit kan frequentere aandrang voor ontlasting, zachtere ontlasting in meerdere porties, buikkrampen met winderigheid en soms diarree tot gevolg hebben. U krijgt een folder ‘voedingsadviezen bij bestraling van de onderbuik’. Deze klachten houden vaak de eerste 2 weken na de bestraling aan. Daarna zullen deze klachten in de loop van weken geleidelijk verminderen/verdwijnen.

Blaas

Ook de blaas kan geïrriteerd raken door de bestraling. De klachten die kunnen ontstaan lijken op die van een lichte blaasontsteking; vaker aandrang om te plassen, kleinere beetjes plassen en/of een branderig gevoel tijdens/na het plassen. Het is verstandig tijdens de gehele bestralingsperiode extra vocht (water, thee etc.) te drinken, zo’n 1.5 tot 2 liter per dag in totaal. Heeft u veel last van klachten, loop dan langs de zorgpost zodat ze uw urine kunnen laten controleren of er (ook) een bacteriële blaasontsteking is.

Seksualiteit

Bij alle vrouwen kan de vaginawand tijdens de bestraling geïrriteerd raken en gevoelig zijn bij aanraking. Over het algemeen wordt gemeenschap tijdens de bestraling en de eerste 4 weken na afloop ervan afgeraden.

Chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling van kanker met medicijnen, zogeheten cytostatica. Dit zijn medicijnen die cellen doden of de celdeling remmen. Cytostatica grijpen in op het groeiproces van kankercellen. Tevens versterkt de chemotherapie de werking van de bestraling. Na toediening komt de cytostatica via het infuus in het bloed terecht. Cisplatin, de chemotherapie die wekelijks tijdens de bestralingsperiode gegeven wordt, geeft meestal geen haaruitval. Wel kunt u daarvan misselijk worden en mogelijk moet u overgeven. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen worden medicijnen in het infuus gegeven en krijgt u tabletten voor thuis. Voor en na de toediening van Cisplatin wordt een infuus met vocht gegeven. De che­motherapie wordt in dagbehandeling gegeven. Uw internist­-oncoloog en/of verpleegkundige oncologie zal hier verdere uitleg over geven.

Bijwerkingen

  • Van deze kuur kan u soms misselijk worden, mogelijk moet u overgeven en heeft u minder trek in eten. Ook kan uw smaak tijdelijk veranderen.

  • De aanmaak van bloedcellen in het beenmerg kan soms tijdelijk worden geremd. Daardoor kunt u vermoeid raken, gevoelig worden voor infecties en sneller blauwe plekken krijgen (verminderde bloedstolling).

  • De darmen kunnen geprikkeld raken door de behandeling waardoor diarree kan ontstaan. Sommige patiënten krijgen juist obstipatie, dit is meestal een gevolg van de medicatie die tegen de misselijkheid gegeven wordt. Zo nodig krijgt u hiervoor medicijnen.

  • Een tijdelijke verkleuring (bruine vlekjes) van huid en nagels kan ontstaan.

  • Gehoorbeschadiging, oorsuizen, hoge tonen verlies (zeldzaam); als het nodig is wordt een gehoortest afgesproken voor en/of tijdens het verloop van de kuren.

  • Laag magnesiumgehalte in het bloed, doorgaans merkt u hier niets van, wel wordt het zo nodig met medicijnen aangevuld.

  • De functie van de nieren kan achteruit gaan. Als het nodig is zal de dosis van de chemotherapie verlaagd worden. Om dit te voorkomen wordt geadviseerd extra vocht te drinken (water, thee, etc.), minstens 1.5­-2 liter per dag (dit geldt niet als u een vochtbeperking heeft).

  • In de handen en/of voeten kan een verdoofd gevoel, tintelingen en/of pijn ontstaan, dit kan komen door beschadiging van de zenuwen.

  • Vermoeidheid.

Vermoeidheid, nierfunctiestoornissen en een verdoofd gevoel, gevoeligheid, tintelingen of pijn in de handen/voeten zijn bijwerkingen die ook op langere termijn kunnen aanhouden of optreden.

Algemene bijwerkingen van de gecombineerde behandeling

Vermoeidheid

Sommige mensen hebben tijdens de behandel­ periode last van vermoeidheid, slaperigheid en/of voelen zich futloos. Vaak ontstaat dit in de loop van weken, maar dit kan ook na enkele uren al ontstaan. De klachten kunnen ook de weken na de behandeling aanhouden. In de weken na de behandeling wordt dit meestal langzaam minder. Probeer een balans te zoeken tussen actief blijven en rust nemen; beweging (liefst in de buitenlucht) is goed om de conditie te behouden en de vermoeidheid te verminderen. Als het nodig is kan uw behandelend arts u hiervoor verdere adviezen geven.

Gebrek aan eetlust

Sommige mensen hebben minder zin in eten of hebben een andere smaak in de behandel­periode. Als u merkt dat u hier last van heeft en/of gewichtsverlies optreedt, kan in overleg met uw behandelend arts een afspraak bij een diëtiste worden ingepland. De diëtiste kan u advies geven over hoe hier mee om te gaan en hoe u op gewicht kunt blijven.

Tijdens de behandelperiode kunt u gewoon blijven eten wat u gewend bent. Wees als u klachten heeft voorzichtig met voedingsmiddelen die de darmactiviteit stimuleren, zoals scherpe kruiden, vetrijke maaltijden, alcohol, koolzuurhoudende dranken en met voedingsmiddelen die gasvorming veroorzaken (bonen, kool, uien, prei, peulvruchten, knoflook, kauwgom). Gebruik vezelrijke voeding en drink voldoende vocht. Meer informatie kunt u vinden in de folder “Voeding en kanker”.

Bijwerkingen op de langere termijn

Naast de bijwerkingen die u tijdens de behandeling ervaart zijn er ook bijwerkingen die lang(er) kunnen duren, of zelfs pas na maanden of zelfs jaren kunnen ontstaan. Dit betreft bijvoorbeeld vaker moeten plassen, winderigheid en opgeblazen gevoel van de buik, en soms onregelmatige aandrang (gevoel dat u naar het toilet moet) voor ontlasting. Hierna worden de belangrijkste zaken weergegeven. U krijgt van uw behandelend arts – als dat nodig is ­ de folder ‘Blaas­ en darmklachten na de behandeling van gynaecologische kanker’.

Blaas

Door de behandeling kan het zijn dat u vaker het gevoel heeft dat u moet plassen dan voor de behandeling. Ook kan het moeilijker zijn om de plas lang op te houden; dit kan eventueel leiden tot ongewenst urineverlies, bijvoorbeeld bij hoesten of rennen. Veel blijven drinken en doen van bekkenbodemoefeningen kan helpen.

Darmen

Door de bestraling kan uw ontlastingspatroon veranderen. Het kan zijn dat u vaker naar het toilet moet dan tevoren en dat de ontlasting wisselend dunner is dan voor de behandeling. Een enkele keer kunnen er problemen ontstaan met het ophouden van de ontlasting. U kunt bijvoorbeeld last krijgen van ‘natte winden’ of strepen ontlasting in het ondergoed. Bespreek dit met uw arts, deze zal eventueel medicijnen voorschrijven.

Vruchtbaarheid/Seksualiteit

Deze behandeling kan invloed hebben op seksualiteit en vruchtbaarheid. Bij vrouwen komt er tijdens de behandeling straling in de vagina, de baarmoeder en de eierstokken. Jonge vrouwen zullen hierdoor eerder in de overgang raken, ophouden met menstrueren en onvruchtbaar worden. Veel voorkomende seksuele problemen na afloop van de behandeling zijn droogheid van het bovenste gedeelte van de vagina, en soms verkorting of vernauwing van de vagina, en minder zin in hebben in seks. Maar ook moeheid na de behandeling en verwerking van de ziekte kunnen invloed hebben op de seksualiteit. U zult hierover gerichte informatie en begeleiding krijgen. Als zich later problemen op seksueel gebied voordoen, kunt u dit met uw behandelend arts bespreken.

U kunt ook op www.nfk.nl/themas/kanker-en-seksualiteit kijken voor meer informatie.

Praktische maatregelen en adviezen voor de behandelperiode

Huidverzorging

U mag zich gewoon wassen en douchen met zeep zoals u gewend bent. Droog de huid in het gebied van de schaamlippen voorzichtig ‘deppend ’af als de huid rood is. Overleg met uw behandelend arts als u een verzorgende crème voor de huid in het bestralingsgebied wilt gebruiken. Cetomacrogolcrème, Bepanthen en Calendula zijn voorbeelden van crèmes die u kunt gebruiken.

Nazorg

Welke specifieke nazorg kunnen wij bieden?

Hoe gaat het na de chemoradiotherapie?

De bijwerkingen van de chemoradiotherapie zijn niet direct verdwenen. De klachten kunnen zelfs de eerste 1­-2 weken nog toenemen en gaan daarna herstellen. Vaak voelen patiënten zich ongeveer 4­-6 weken na de chemoradiothe­rapie alweer een stuk beter. Patiënten houden vaak nog het langst last van moeheid. Aan het einde van de chemoradiotherpie serie zullen er controle afspraken met u ingepland gaan worden. Vaak zal dit in de eerste weken na de behandeling telefonisch zijn met uw radiotherapeut-oncoloog. Het gebeurt regelmatig dat er in deze periode vragen komen. U mag altijd naar de afdeling bellen om deze te stellen. De controles zullen in de eerste jaren na de behandeling afwisselend gedaan worden door uw behandelend gynaecoloog en radiotherapeut­-oncoloog.

Meer informatie en adviezen over de periode na de behandeling kunt u vinden in onze folder na de (bestralings)handeling’ (via de afdeling radiothe­rapie of digitaal via de website www.lumc.nl en gebruik de zoekwoorden 'na de bestralingsbehandeling'.

Verwerking

Naast de lichamelijke klachten is het hebben van kanker en het krijgen van behandelingen ingrijpend voor u en uw naasten. Dit kan impact hebben op allerlei gebieden van het leven (werk, zelf­- en lichaamsbeeld, toekomst, en relaties). In de folder ‘na de (bestralings)behandeling’ kunt u meer informatie lezen over de verwer­king, wat u zelf kunt doen en waar u om hulp kan vragen. Heeft u tijdens uw behandeling al meer behoefte aan psychische ondersteuning bespreek dit dan met uw behandelend arts en/ of op de Zorgpost, dan kan gekeken worden naar passende ondersteuning.

Behandelteam

Wie kom ik tegen tijdens het behandeltraject?

Belangrijk is dat deze specialisten onderling een team vormen en laagdrempelig contact met elkaar hebben. Mocht u vragen hebben aarzel dan niet om het met een van de teamleden te bespreken.

Gynaecoloog

Dit is de medisch specialist die alle vooronderzoeken heeft uitgevoerd en u heeft doorverwezen voor dit behandeltraject.

Radiotherapeut-oncoloog

Dit is de medisch specialist die verantwoordelijk is voor uw behandeling met bestraling. Dit is ook de hoofdbehandelaar tijdens deze behandeling.

Internist-oncoloog

Dit is de medisch specialist die verantwoordelijk is voor de behandeling met de chemotherapie.

Verpleegkundig consulent

Dit zijn de verpleegkundigen die op de zorgpost werken. Door hen kunt u bijvoorbeeld uw bloed laten prikken of uw wond laten verzorgen.

Radiotherapeutisch laborant

Zij begeleiden u tijdens de dagelijkse bestralingsbehandelingen. Zij kunnen u helpen als u vragen of klachten heeft.

Meer informatie

Contactgegevens van de betrokken poliklinieken

Belangrijke telefoonnummers

LUMC                                             071­-5269111

Polikliniek Radiotherapie LUMC; tijdens kantooruren bereikbaar

tussen 8.00 en 17.00:                 071­-5263525

Polikliniek Medische Oncologie LUMC; tijdens kantooruren bereikbaar

tussen 9.00 en 17.00:                  071­-5263523

Buiten werktijd en in het weekend is de dienstdoende radiotherapeut­-oncoloog of internist­-oncoloog zo nodig bereikbaar via de telefoondienst van het LUMC:     071­ 5269111

Wanneer moet ik contact opnemen?

Als u twijfelt over bepaalde klachten mag u altijd contact opnemen.

Bij de volgende klachten moet u nog dezelfde dag contact opnemen met de dienstdoende internist-oncoloog

  • Koorts (>38.5°C) en/of koude rillingen.

  • Bij plotseling ontstaande huiduitslag.

  • Langdurige of terugkerende bloedneuzen, blauwe plekken zonder dat u zich heeft gesto­ten, aanhoudend bloeden van een wondje langer dan 30 minuten, bloed in de urine, bloed in de ontlasting of zwarte ontlasting.

  • Meer dan 4 keer per dag diarree.

  • Bij ernstig en aanhoudend braken (vaker dan 2 keer per dag).

  • Bij plotseling ontstaande kortademigheid of pijn bij de ademhaling of pijn op de borst.

  • (Sterke toename van) pijn bij het plassen.

Bij de volgende klachten na een dag contact opnemen

  • Temperatuur 38.0­-38.4°C en wanneer u zich niet lekker voelt.

  • Bij duizeligheid of ernstige vermoeidheid, waarbij u meer dan de helft van de dag op bed/bank ligt.

  • Bij pijn in de mond, waardoor u problemen of pijn heeft bij/ met slikken.

  • Bij pijnlijke of branderige ogen.

  • Diarree, langer dan 1 dag.

  • Braken, langer dan 1 dag.

  • Geen ontlasting voor een periode van 2 achtereenvolgende dagen.

  • Als u minder dan 1 liter per dag kunt drinken.

  • Tintelingen of een dood gevoel in vingertop­pen of tenen. (Dit geldt niet als uw arts u hierover heeft voorgelicht).

Overig

Hoe kom ik aan meer informatie?

Indien u nog vragen heeft kunt u online de volgende websites raadplegen, ook kunt u voor al uw vragen terecht bij uw casemanager of bij uw behandelend arts.

KWF.nl

LUMC.nl

Voedingenkankerinfo.nl

Olijf.nl (lotgenotencontact)