Epo-4-rhesus

In het LUMC worden kinderen behandeld voor bloedarmoede in de zwangerschap als gevolg van bloedgroepantagonisme, waar Rhesusziekte de bekendste vorm van is. Deze bloedarmoede kan behandeld worden met één of meerdere intra-uteriene bloedtransfusie(s). Kinderen geboren na deze intra-uteriene behandeling kunnen na de geboorte nog bloedarmoede hebben en hebben gedurende de eerste drie levensmaanden gemiddeld nog twee bloedtransfusies nodig voordat het bloedgehalte zich stabiliseert.

In de EPO-4-Rhesus studie wordt uitgezocht of toediening van het middel erytropoëtine (EPO) het risico op bloedarmoede na geboorte kan verkleinen en daarmee het aantal bloedtransfusies kan verminderen. EPO is een stof die ook door het lichaam zelf wordt aangemaakt en de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert. Het geven van extra EPO kan mogelijk de transfusiebehoefte van deze kinderen verminderen. De behandeling met EPO duurt in totaal acht weken, waarbij één keer per week EPO toegediend wordt als huidinjectie.