Begrippenlijst

Prematuur

Een kind dat geboren wordt na een zwangerschapsduur minder dan 37 weken is prematuur. Een kind dat geboren wordt na 32 of minder weken zwangerschap noemen wij ernstig prematuur. Een kind met een te laag geboortegewicht voor het aantal zwangerschapsweken wordt dysmatuur genoemd. 

Monitor 

Uw baby is met draadjes en plakkers op een monitor aangesloten. Op dit scherm boven de couveuse kunnen ademhaling, hartslag, zuurstofgehalte (saturatie), temperatuur en bloeddruk van uw baby worden afgelezen.

Apneu

Apneu is het stokken van de ademhaling. Het komt regelmatig voor bij te vroeg geboren kinderen, als gevolg van onrijpheid van de hersenen. 

Bradycardie 

Bradycardie is een te lage hartslag. Dit kan voorkomen in combinatie met apneu. 

Maagsonde

Een maagsonde is een slangetje door de mond of neus, dat via de slokdarm naar de maag gaat. Zo kunnen ook kinderen die nog niet zelf drinken voeding krijgen. 









Infuus

Veel kinderen op de neonatologie kunnen nog niet genoeg voeding via hun maag en darmen opnemen. Zij krijgen een infuus, een klein plastic buisje in een bloedvat waardoor continue extra vocht en/of voeding kan worden gegeven. Via het infuus kunnen ook medicijnen worden gegeven.

Navellijn

Deze lange infuuslijn wordt steriel door een arts in de navelstreng ingebracht. Vaak gebeurt dit vlak na de geboorte. Een lange infuuslijn kan ook in een arm of been worden ingebracht.

Arterielijn

De arterielijn wordt in een slagader(arterie) ingebracht. Dit gebeurt in de meeste gevallen in de slagader van de pols. Dit kan zowel links als rechts, de arts bepaalt de geschikte plaats. Via deze lijn kan de bloeddruk op de monitor worden afgelezen. Er kan ook bloed uit afgenomen worden. Uw baby hoeft dan niet geprikt te worden voor een bloedafname. 

Beademingstoestel

Via het beademingsapparaat kan de ademhaling van het kind ondersteund worden of geheel worden overgenomen. Een andere manier van beademen is de trilbeademing, de HFO. Deze wordt gebruikt in specifieke situaties. 


CPAP

Dit apparaat ondersteunt de ademhaling door lucht en eventueel extra zuurstof in de longen te blazen. Dit gebeurt via een kapje of twee korte buisjes in de neus van het kind.












Low of High-Flow

Via een neusbril, of ‘snorretje’ kan wat extra lucht en/of zuurstof worden gegeven aan een kind dat geen CPAP meer nodig heeft.