NEO studie

Waarom wordt de ene persoon met obesitas wel ziek en de andere niet? Dit is de centrale vraag in de Nederlandse Epidemiologie van Obesitas (NEO) studie. Dit is een groot, langlopend onderzoek naar oorzaken van ziekten bij mensen met overgewicht. De NEO studie wordt gecoördineerd door de afdeling Klinische Epidemiologie. Meer dan 10 klinische afdelingen in het LUMC zijn betrokken bij het onderzoek.

Tussen 2008 en 2012 zijn ruim 6.500 deelnemers tussen de 45 en 65 jaar naar het LUMC geweest voor een uitgebreid lichamelijk onderzoek.  Al deze deelnemers zijn van 2019 tot en met begin 2025 opnieuw uitgenodigd voor een tweede meting (NEO-2). Hiervan zijn er 4350 geweest voor een uitgebreid onderzoek.

Contact

Voor vragen over de NEO studie kunt u bij ons terecht.

Voor deelnemers en huisartsen
E-mail: neostudie@lumc.nl
Telefoon: 071 526 13 88        

Voor onderzoekers
Renée de Mutsert, projectmanager NEO studie
E-mail: R.de_Mutsert@lumc.nl
Telefoon: 071 526 13 84   

Studenten die een onderzoeksstage willen doen kunnen daarover meer informatie vinden op de website van de afdeling Klinische Epidemiologie.

Wat onderzoeken we op dit moment?

Tussen 2019 en 2025 zijn ruim 4300 deelnemers naar de onderzoekslocatie gekomen voor een tweede meting: NEO-2. We hebben weer veel waardevolle informatie verzameld. De onderzoekers zijn nu aan zet om deze gegevens te analyseren en verder te onderzoeken welke factoren bijdragen aan de ontwikkeling van ziekten.

Cijfers NEO studie

  • 6671 deelnemers
  • Aantal jaar studieverloop: 15 jaar
  • 80 onderzoekers
  • Meer dan 200 publicaties
  • Meer dan 20 promoties

Informatie voor huisartsen

Bent u huisarts en heeft u patiënten die hebben deelgenomen aan de NEO studie? Op deze pagina vindt u informatie over de NEO studie en de rol die u als huisarts hierin kunt spelen.

In het kader van de follow-up van de studie worden medische gegevens van de deelnemers verzameld via gegevensextractie uit het Huisarts Informatie Systeem (HIS). Dit gebeurt met toestemming van de deelnemers. Hoe dit in zijn werk gaat, leest u hieronder onder Follow-up.