Blog: Wat een zeeman mij leerde over groeimogelijkheden

18 oktober 2018• BLOG

Als jonge, net afgestudeerde arts op een polikliniek neurologie, controleerde ik gedurende anderhalf jaar regelmatig een man van ongeveer 40 jaar. Het was een stoere zeeman, met op zijn armen indrukwekkende tatoeages van een anker, een hart en een naakte dame, die hij flink kon laten bewegen door zijn spieren op te pompen.

Bij een scheepsongeval had hij letsel aan zijn been opgelopen. Het was gedeeltelijk hersteld, maar hij had nog steeds vrijwel geen gevoel aan zijn onderbeen. Heel lastig voor hem. Bij de tweede controle na drie maanden zei hij - met een vette knipoog - meer gevoel in dat been te hebben. Onderzoek met een watje en een houten stokje bevestigde dat. Ook met zijn ogen dicht gaf hij het feilloos aan. 

In het ootje

Maar dat kon toch niet? Kapotte zenuwen herstellen nooit meer, had ik altijd geleerd. Ook de neuroloog met wie ik het later besprak bevestigde dat. Ik hoor het hem nog zeggen: “Die stoere zeeman neemt deze blonde jonge dokter in het ootje.” Het maakte me in alle onervarenheid onzeker. Maar zes maanden later was het gevoel weer verder verbeterd, en zes maanden nadien ook. Ik zag het met eigen ogen terwijl ik hem onderzocht. 

Zenuwen uitgroeien

Nu, ruim 25 jaar later, weten we veel meer over deze zogenoemde neuroplasticiteit. Zenuwen kunnen wel degelijk weer uitgroeien, ook al gaat het heel langzaam. En ook in de hersenen kunnen er ontwikkelingen zijn. Zo is bekend van een jongen bij wie een stuk hersenweefsel weggehaald moest worden vanwege zeer ernstige epilepsie. In de jaren na de operatie namen andere hersenencellen verschillende functies over vanuit het hersengebied dat was weggehaald. Een soort reorganisatie van de neuronale bedrading. 

Een ander voorbeeld betreft de resultaten van een kort geleden gepubliceerd onderzoek over de ontwikkeling van de hersenen van pasgeboren baby’s . De snelheid van die hersenontwikkeling blijkt te kunnen worden beïnvloed door de mate van depressiviteit van de moeder tijdens de zwangerschap. Hoe dat precies werkt weten we nog niet. 

Vertrouw op wat je ziet

Een derde voorbeeld stond eind september onder de kop ‘Bonsaihersens’ in de kranten. Wetenschappers slaagden erin om klompjes hersenweefsel te kweken in een schaaltje. Ze gebruikten daarvoor stamcellen, een soort oercellen van waaruit alle mogelijke organen en weefsels kunnen ontstaan. Die klompjes breincellen zijn niet groter dan een erwt en hebben nog geen gespecialiseerde hersenfuncties zoals voelen, kijken, bewegen. Maar het betekent wel een grote ontwikkeling. 

De kennis en wijsheid van mijn oude leermeester moet dus ge-updatet worden. En voor mij een les: vertrouw op wat je ziet, ook al kun je het niet verklaren.

Irene van Vliet is chef de (poli)kliniek Psychiatrie.

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.