De 10 schakels

Afhankelijk van de ernst van het letsel worden een of meerdere van de genoemde ketenstappen doorlopen. Hierbij zijn verschillende hulpverleners en instanties betrokken. Samen met de ketenpartners is het Traumacentrum West verantwoordelijk voor onderlinge afstemming en optimaliseren van zorg voor de traumapatiënt, vanaf de eerste opvang op plaats ongeval, tot en met het revalidatieproces.

De 10 schakels worden als volgt benoemd:

  1. Omstanderhulp en alarmering via de Centrale Post Ambulancevervoer (CPA)
    Er gebeurt een ongeval - iemand belt 112. De telefonist schakelt door naar de gespecialiseerde meldkamer. De centralist stelt de zorgvraag vast en zet de nodige hulpdiensten in.
  2. Verplaatsen naar de patiënt(en)
    De hulpdiensten (ambulanceteams, MMT, politie, brandweer, evt. bergingsbedrijven, Milieudienst, GGZ-instellingen zoals het RIAGG, Rijkswaterstaat, het Havenbedrijf etc.) gaan naar de plek van het ongeval.
  3. Beoordelen van de patiënt(en)
    Op de plek van het ongeval beoordelen de medische teams welke zorg de patiënt direct nodig heeft en welke behoefte aan ziekenhuiszorg er is.
  4. Verlenen van acute hulp
    Indien nodig wordt de eerste medische zorg verleend. Dit kan o.a. betekenen dat slachtoffers uit complexe beknelde situaties moeten worden bevrijd: een samenspel van diverse hulpverleners.
  5. Vervoer naar een ziekenhuis
    Afhankelijk van de noodzakelijke zorg wordt de patiënt vervoerd naar:
    - een traumacentrum met specifieke expertise of voldoende capaciteit;
    - een spoedeisende hulpafdeling van een groot regionaal ziekenhuis;
    - het dichtstbijzijnde ziekenhuis.
  6. Opvang op de Spoedeisende Hulpafdeling (SEH)
    Op basis van een vooraanmelding via de meldkamer (CPA) wordt een multidisciplinair SEH-team samengesteld en opgeroepen om naar de SEH te komen voordat de patiënt arriveert. Het ambulanceteam of MMT draagt de patiënt over aan dit team en meldt welke handelingen zijn verricht en/of welke zorg verstrekt is. Zo nodig wordt een nadere diagnose gesteld; spoedbehandelingen kunnen plaatsvinden in de zogenoemde 'crashroom'.
  7. Operatie
    De patiënt wordt overgeplaatst naar een operatiekamer. Zo nodig staat ook hier een specifiek samengesteld, multidisciplinair operatieteam klaar.
  8. Intensieve zorg
    Na de operatie wordt de patiënt eventueel overgeplaatst naar de afdeling Intensive Care.
  9. Verpleging en ontslag
    Tijdens de ziekenhuisopname ondergaat de patiënt de nodige gespecialiseerde zorg, inclusief revalidatie en fysiotherapie. De huisarts wordt hiervan op de hoogte gehouden. Eventuele nazorg wordt geregeld.
  10. Poliklinische revalidatie
    Na ontslag uit het ziekenhuis wordt de patiënt gedurende een bepaalde tijd gevolgd al naar gelang de aard van de aandoening en de invloed die de traumatische ervaring kan hebben op zijn of haar leven.