Intermaxillaire fixatie

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie

Het is tegenwoordig niet meer zo vaak nodig, maar een enkele keer moeten de boven-en onderkaak gedurende een aantal weken aan elkaar worden vastgezet (intermaxillaire fixatie). Hierdoor kunnen losliggende stukken bot weer aan elkaar vastgroeien. Dat kan zijn bij de behandeling van een gebroken kaak of na een chirurgische kaakcorrectie.

Het spreken met de kiezen op elkaar is niet zo moeilijk als het lijkt.

Wanneer de kaken aan elkaar vastzitten, zal vloeibaar voedsel moeten worden gebruikt. De eerste dagen kan dit nogal lastig zijn omdat het gezicht mogelijk wat gezwollen is. Daarna geeft dit veel minder problemen. Een enkele keer voelt een deel van de onderlip ‘verdoofd’ aan, waardoor het eten nog lastiger kan zijn, omdat tijdens het eten de mond als het ware nog ‘gevonden’ moet worden. Enig gewichtsverlies is normaal. Gebruik/st/ers van medicijnen, waaronder de pil, vinden altijd wel een kleine ruimte tussen de tanden of achter de kiezen om deze door te slikken.

Wanneer de kaken weer los zijn, zullen de gewrichten in het begin wat stijf zijn. Hierdoor is het kauwen iets moeilijker. Indien nodig wordt soms fysiotherapie toegepast.

Mondverzorging

Goede mondverzorging is na de operatie erg belangrijk. Hiermee wordt de genezing versneld. Omdat de haakjes en draadjes die aan de tanden en kiezen zitten het voedsel gemakkelijk vasthouden, is het schoonmaken extra lastig. Twee- tot driemaal per dag goed poetsen met een tandenborstel met een kleine kop (bijvoorbeeld een kindertandenborstel) is erg belangrijk. U kunt gewoon over de eventueel aangebrachte elastiekjes, draadjes en draadspalken poetsen. De tong kan in deze periode de lippen niet zoals gebruikelijk goed bevochtigen. Droge lippen kunnen worden voorkomen door lippenvet-of crème te gebruiken.

Gewichtsverlies

Meestal valt men na de operatie, en met name in de eerste twee weken, een paar kilo af. Dit komt omdat u geen normale voeding kunt eten. Daarom moet er na thuiskomst naar worden gestreefd het lichaamsgewicht zoveel mogelijk op peil te houden. Meestal is dagelijkse kost, maar dan vloeibaar gemaakt, voldoende. Daarbij kunnen aan het dieet extra calorieën, mineralen en vitaminen worden toegevoegd. Als u vindt dat u teveel of te snel afvalt, kunt u dat het beste melden bij de eerstvolgende controle. Indien nodig zal de diëtist worden gevraagd u over uw voeding te adviseren. U kunt ook zelf een diëtist, die bij u in de buurt zelfstandig gevestigd is of in de thuiszorg werkzaam is, vinden via de website van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten www.nvdietist.nl , de gemeentegids, de Gouden Gids of het telefoonboek.

Voeding

Gedurende de periode dat de kaken op elkaar zitten, bent u aangewezen op (dik) vloeibaar voedsel. De bereiding daarvan kost extra tijd en moeite. Dit geldt ook voor het nuttigen ervan. Om met het vloeibare voedsel voldoende energie, koolhydraten, eiwitten, vetten, vitamines en mineralen binnen te krijgen, kunt u uw dieet het beste aanvullen met energieverrijkte drinkvoeding. Door wat vaker per dag te eten vermijd u een opgeblazen of ‘vol’-gevoel. Minimaal drie hoofdmaaltijden en drie tussendoortjes worden aanbevolen.

In principe kan alles wat u normaal ook eet, worden gegeten, alleen niet op de gewone manier. Het voedsel moet wel worden fijngemaakt met behulp van een keukenmachine, blender, staafmixer of zeef. U kunt de voeding zonodig verder verdunnen met jus, kookvocht, bouillon, groentenat, room of melk. U kunt de voeding uit een glas drinken. Als dat lastig is, kunt u een (dik) rietje gebruiken dat is ingekort zodat het minder moeite kost om de voeding binnen te krijgen. Ook bekers met een drinktuitje en flessen met ‘sport’-doppen kunnen worden gebruikt.

Het bij elkaar mengen van verschillende smaken geeft vaak een smakeloos geheel. De smaken kunnen het best gescheiden worden gehouden. Blikproducten, zoals bijvoorbeeld bonen, zijn zacht en makkelijk te verwerken. Dat geldt ook voor maaltijdsoepen.

Het is nodig om naast de vloeibare voeding dieetpreparaten te gebruiken om extra energie en voedingsstoffen binnen te krijgen. Deze medische drinkvoeding is alleen bij de apotheek of via de diëtist te verkrijgen.

Sommige voedingsmiddelen zijn meer geschikt om te pureren dan andere. Zo kan de aanwezigheid van velletjes of pitjes urenlange irritatie geven vanwege de moeilijkheid om deze uit de elastiekjes, draadjes of uit een moeilijk te bereiken hoek in de mond te verwijderen. De warme maaltijd leent zich beter voor fijnmalen dan de broodmaaltijd. Hierdoor zal het verlangen naar een ‘gewone’ boterham geleidelijk aan toenemen. Melkproducten kunnen in de mond plakken. Een slokje (mineraal)water of appelsap na gebruik van een melkproduct kan helpen. U kunt beter gebruik maken van zure melkproducten, zoals yoghurt, karnemelk en kwark. Deze plakken minder. Bij open wondjes in de mond kunnen zure vruchtensappen en scherpe kruiden pijnlijk zijn. Deze producten kunt u gedurende de intermaxillaire fixatie beter vermijden. Zonodig kan ook hier een slokje water uitkomst bieden.

Misselijkmakende of maagirriterende stoffen en overmatig alcoholgebruik moet u vermijden om de kans op braken zo klein mogelijk te maken.

Omdat vloeibaar voedsel minder vezelrijk kan zijn dan gewoon voedsel en omdat de lichaamsbeweging direct na de operatie vaak minder dan normaal is, kan obstipatie optreden. Drink daarom voldoende vocht verdeeld over de dag. Gebruik regelmatig pap met voedingsvezels (Brinta, Bambix, griesmeel of havermout), drinkontbijt met voedingsvezels en veel groenten, aardappels en fruit. Gemalen pruimen met weekvocht, zwarte koffie of Roosvicee Laxo© kunnen de stoelgang stimuleren. Bij hardnekkige obstipatie kunnen medicamenteuze laxeermiddelen worden voorgeschreven. Overigens zal door het vloeibare dieet minder ontlasting dan normaal worden geproduceerd. Ook het tegenovergestelde, diarree, komt wel voor, wanneer gedurende langere tijd vloeibaar gegeten moet worden. Stoppende middelen zoals Roosvicee Stop© kunnen dan worden gebruikt.

Wanneer de kaken weer ‘los’ gemaakt zijn en het eten van vast voedsel weer mogelijk is, dient de overgang van vloeibaar naar vast voedsel geleidelijk te zijn. Verminder dan bijvoorbeeld in de loop van de eerste week de hoeveelheid vocht bij het eten stapje voor stapje om darmproblemen te voorkomen. U kunt dan weer gewoon brood en een normale warme maaltijd gebruiken. Indien u (veel) afgevallen bent, kunt u in het begin de voeding nog energierijk houden. Bijna altijd is in korte tijd genieten van een normale smakelijke maaltijd weer mogelijk.

Producten die u kunt gebruiken in een vloeibare voeding:

  • Pap: bij voorkeur gladde papsoorten, zoals Bambix, Brinta, griesmeel
  • Drinkontbijtproducten: voorbeelden van dun vloeibare drinkontbijtproducten zijn Fruitontbijt (Hero©), Goede Morgen (Mona©) en Wake-Up (Brinta©).
  • Melk en melkproducten: bij voorkeur de volle varianten: volle melk, volle chocolademelk, volle yoghurt, volle yoghurtdranken, volle vla, slagroomvla, roomijs en dergelijke.
  • Dranken: alle soorten; echter frisdrank light en (mineraal)water leveren geen energie.
  • Soepen: bij voorkeur gladde gebonden (crème)soepen; maaltijdsoepen kunnen gepureerd worden.
  • Vlees en vis: zorg dat het vlees of de vis goed gaar en zacht is en voeg voordat u gaat malen of pureren eerst een beetje jus, saus of bouillon toe; na het malen of pureren kan het vlees of de vis nog verder verdund worden.
  • Vleesvervangingen: zeer fijn gemalen gekookt ei of omelet met voldoende vocht, gladde (kaas)ragout of fijn gemalen tahoe, tivalli, quorn, zonodig verdund met room, melk of bouillon.
  • Groenten: alle groenten, mits gaar, zijn goed te malen.
  • Aardappelen: (kant-en-klare) aardappelpuree, fijn gemalen rijst, macaroni of spaghetti.
  • Fruit: zacht fruit, vruchtenmoes, vruchtensap, fruit uit blik, vruchtennectar, tweedrank
  • Verder: fijn gemalen kant-en-klaar maaltijden, zoals bijvoorbeeld stampotten.

Een voorbeeld van een vloeibaar energierijk dagmenu:

Ontbijt
  • portie pap, vla of drinkontbijt, eventueel met room en suiker
  • thee of koffie met suiker
’s Morgens
  • beker volle chocolademelk met room of een glas milkshake of vruchtendrank
  • 1 pakje energieverrijkte drinkvoeding
Middagmaaltijd
  • kop soep, eventueel met room/ maaltijdsoep
  • portie pap of vla met room en suiker
  • beker volle melk of karnemelk, eventueel met room
’s Middags
  • 1 pakje energieverrijkte drinkvoeding
  • glas vruchtensap
  • koffie of thee met suiker
Avondmaaltijd
  • vlees, groenten en aardappelen aangemaakt met boter of margarine en verdund met jus, bouillon, room, groentenat of melk en gemixt tot een vloeibare maaltijd
  • pap, volle yoghurt of volle vla
  • 1 pakje energieverrijkte drinkvoeding
’s Avonds
  • vlaflip met room
  • 1 pakje energieverrijkte drinkvoeding

Twee recepten voor drankjes

Milkshake (voor 2 glazen)

Benodigdheden:

  • 150 ml. volle melk of volle yoghurt
  • 1 bolletje roomijs
  • 25 ml. ongeklopte slagroom
  • smaakmaker: fruit, blikvruchten, vruchtenmoes, limonadesiroop, cacao, koffie-extract of pudding saus

Bereiden:

  • Meng alle ingrediënten door elkaar met behulp van een (staaf)mixer of mengbeker
Vruchtendrank (voor 2 glazen)

Benodigdheden:

  • 3 dl. vruchtensap
  • 1 dl. ongeklopte slagroom
  • suiker naar smaak

Bereiden:

  • Meng alle ingrediënten door elkaar met behulp van een mixer of mengbeker

Twee recepten met vloeibare voeding van John Fagel (ook smakelijk voor mensen zonder intermaxillaire fixatie)

Maïs-mosselsoep (voor twee personen)

Benodigdheden:

  • 1 blik maïs
  • 1 theekopje kippenbouillon (125 ml)
  • ½ kopje volle melk of ongeklopte slagroom of crème fraîche (60 ml)
  • 12 mosselen

Bereiden:

  • Doe de maïs, de kippenbouillon en de melk in een pan en breng het aan de kook.
  • Laat vervolgens 5 min. zachtjes doorkoken.
  • Pureer het in een keukenmixer, zeef het en doe het mengsel terug in de pan.
  • Kook de mosselen met een beetje water en pureer deze in een mixer.

Serveren:

  • Bij het eten van dit gerecht samen met niet-patiënten kan een deel van de maïs ongepureerd aan de saus worden toegevoegd en kunnen de mosselen in de schelp blijven.
Broccoli soufflé met tomaten-basilicumsaus (voor 4 personen):

Benodigdheden:

  • 1 ui (fijngesneden)
  • 3 grote tomaten (gehalveerd, ontpit en ontveld)
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 1 teen knoflook (fijngesneden)
  • zout, peper
  • ½ pond verse broccoli
  • 4 eieren
  • 1/8 liter slagroom
  • 10 basilicumblaadjes

Soufflé:

  • Kook de broccoli (zonder stronk) in water tot ze zacht is
  • Goed laten uitlekken en daarna met een keukenmixer of staafmixer pureren.
  • Voeg de eieren toe (twee tegelijk) en daarna langzaam de room.
  • Beboter vier soufflé-bakjes, vul deze met het soufflémengsel en bedek ze met bakpapier.
  • Plaats de bakjes in een braadslee met water.
  • Bak in een voorverwarmde oven op 1700C gedurende ongeveer 35 min.
  • Laat ze in het water in de braadslee staan

Saus:

  • Bak de ui met de knoflook in een ondiepe pan met olijfolie totdat deze zacht is (ca. 5 min.)
  • Voeg de tomaten toe en laat deze op een laag pitje ongeveer 10 min. sudderen
  • Voeg de basilicumblaadjes toe
  • Giet dit in een keukenmixer en mix tot een egale consistentie; zout en peper naar smaak toevoegen.

Serveren:

  • Schenk de tomaten/ basilicumsaus op een bord en plaats de soufflé in het midden
Peer met aardbeien-coulis (voor twee personen)

Benodigdheden:

  • ½ stokje kaneel      -   1 theekopje aardbeien     
  • 1 pijpje kaneel      -   ½ kopje water
  • 1 kopje suiker      -   2 eetlepels suiker
  • 1 citroen
  • 2 geschilde peren

Bereiden:

  • Kook in een pan met 6 koppen water de vanille, kaneel, suiker en een in vier stukken gesneden citroen totdat ze zacht zijn.
  • Voeg de geschilde peren toe en kook deze totdat ze zacht zijn.
  • Verwijder het klokhuis en pureer de peren.
  • Pureer de gewassen aardbeien met water en suiker gedurende ongeveer 3 min.
  • Zeef de coulis zonodig. 

Serveren:

  • Voeg aan het bord met aardbeiensaus de peer toe. Voor niet-patiënten kan de peer heel gelaten worden

Contact

Polikliniek Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, receptie J2-Q-27, telefoon (071) 526 2372 tussen 9.00 en 12.00 en tussen 14.00 en 15.00 uur. In spoedeisende gevallen 526 2371 (buiten werkuren: 526 9111).


December 2013