Chemo-embolisatie van een levertumor (TACE)

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Radiologie

U hebt een afspraak voor de behandeling van een levertumor door middel van chemo-embolisatie, een zogenoemde TACE (Trans Arteriële Chemo Embolisatie). Een interventieradioloog doet de behandeling. In deze folder krijgt u meer informatie over de behandeling. 

Wat is TACE?

TACE is een vorm van chemotherapie bij leverkanker. Hiermee proberen we de tumor in de lever te vernietigen. We gebruiken hiervoor plastic bolletjes (partikels) die geladen zijn met speciale medicijnen tegen kanker (chemotherapeutica). 

Wat gebeurt er bij TACE?

De lever krijgt op 2 manieren bloed: via de poortader en via de leverslagader. Gezond leverweefsel krijgt voor 75% bloed van de poortader. De andere 25% komt via de leverslagader. Maar levertumoren worden juist vooral gevoed door de leverslagader. Daarom wordt bij TACE deze leverslagader gebruikt voor de behandeling. Via dit bloedvat worden de partikels ingespoten. Het bloed vervoert de bolletjes naar de kleinste bloedvaten van de tumor. Daar kunnen ze niet verder en komen ze vast te zitten (embolisatie). Door het afsluiten van de bloedvaten krijgt de tumor minder bloed. Tegelijkertijd laten de bolletjes de chemotherapie langzaam los. Dat moet ervoor zorgen dat de tumor afsterft. 

Hoe bereidt u zich voor op de behandeling

Kleding

Het is voor u en voor onze medewerkers prettig wanneer u kleding aan hebt waarin u zich makkelijk kunt bewegen en die u makkelijk aan en uit kunt trekken. Bijvoorbeeld een ochtendjas of vest en slippers of pantoffels. Denk ook aan nachtkleding en ondergoed. 

Opname

De dag voor de behandeling wordt u opgenomen op een verpleegafdeling. In de meeste gevallen blijft u na de behandeling nog 2 nachten op deze verpleegafdeling. Kijk hier hoe u zich kunt voorbereiden. 

Medicijnen

Over het algemeen kunt u uw medicijnen op de gebruikelijke manier en tijd innemen. Kan dat niet, dan hoort u dit van tevoren van uw arts. Neem in ieder geval een recente lijst (maximaal 14 dagen oud) mee met de medicijnen die u slikt. Weet u niet precies wat u gebruikt? Dan kunt u een medicijnenlijst bij uw apotheek ophalen.

Let op: Meld het als u bloedverdunners gebruikt of recent gebruikt hebt. Ook wanneer u een stollingsziekte hebt, moet u dit altijd van tevoren doorgeven aan uw behandelend arts.

Eten en drinken

U mag 3 uur voor de behandeling niet eten en drinken. 

Wat moet u meenemen?

  • Uw paspoort, ID-kaart of rijbewijs.
  • Het pasje van uw ziektekostenverzekering.
  • Een recente lijst van de medicijnen die u gebruikt (maximaal 14 dagen oud). U kunt die ophalen bij uw apotheek.
  • Thuis gebruikte medicijnen, in de originele verpakking
  • Een dieetvoorschrift, als u dat heeft. 
  • Eventueel een mobiele telefoon. 
  • Uw inschrijfkaart van het LUMC. Die heeft u alleen als u al eens eerder in het LUMC behandeld bent.

Meld bijzonderheden vooraf

Laat het ons weten wanneer u een lichamelijke beperking of handicap hebt. Zo kunnen we als het nodig is extra tijd inplannen voor uw onderzoek.

Bent u zwanger?

Bent u zwanger of denkt u zwanger te zijn? Neem dan contact op met uw behandelend arts en meld het voorafgaand aan het onderzoek bij de afdeling Radiologie. 

Bent u verhinderd?

Laat het ons op tijd weten wanneer de afspraak niet kan doorgaan. Wij kunnen dan een andere patiënt in uw plaats helpen. 

De dag van de behandeling

Waar moet u zich melden?

U meldt zich op de verpleegafdeling, zoals van tevoren besproken met uw behandelend arts. De gastvrouwen in de centrale hal van het LUMC wijzen u graag de weg

Voorbereiding op de verpleegafdeling

Een van onze verpleegkundigen ontvangt u op de verpleegafdeling. Die wijst u uw bed en legt u uit wat er tijdens de opname gaat gebeuren. Natuurlijk kunt u altijd bij de verpleegkundigen terecht met uw vragen. Op de verpleegafdeling krijgt u een operatiejasje aan en een infuus. Ook neemt de verpleegkundige bloed af. Daarna wordt u naar de onderzoekskamer gebracht. 

De behandeling

Vanuit de wachtkamer haalt een medewerker (de radiodiagnostisch laborant) u op en stelt een paar korte vragen. U neemt plaats op de onderzoekstafel, waarbij de laborant ervoor zorgt dat u zo comfortabel mogelijk ligt. De laborant sluit u aan op de bewakingsapparatuur om zo uw bloeddruk en zuurstofgehalte in het bloed in de gaten te houden.

Om infecties te voorkomen maakt de laborant eerst uw lies schoon met een roodgekleurd desinfectiemiddel. Daarna wordt u toegedekt met een steriel laken. U krijgt nu een plaatselijke verdoving. Zodra die is ingewerkt, prikt de interventieradioloog in de slagader in de lies en schuift een dun slangetje (katheter) naar binnen. Door het slangetje wordt contrastvloeistof ingespoten. Vervolgens maakt de interventieradioloog röntgenfoto’s van de leverslagader en zoekt de juiste aftakkingen die de tumor bloed geven. Vervolgens spuit de interventieradioloog via de katheter de bolletjes geladen met chemotherapie (partikels) in. Wanneer er voldoende partikels zijn toegediend, verwijdert de interventieradioloog de katheter. Voor het slagen van de procedure is het belangrijk dat u heel stil blijft liggen. Het gaatje in het bloedvat van de lies maakt de arts dicht met een soort plugje (een ‘closure device’). Het plaatsen ervan kan ongeveer 15 seconden gevoelig zijn. Hierna gaat u in uw bed terug naar de verpleegafdeling. 

Duur van de behandeling

De TACE-behandeling duurt in de meeste gevallen ongeveer 120 minuten, maar kan soms langer duren. 

Uitkomst

Of de TACE-behandeling de tumor in zijn geheel laat verdwijnen, hangt af van een verschillende dingen. Bijvoorbeeld hoeveel tumoren er zijn. Maar ook de ligging van de tumoren en de grootte ervan zijn bepalend voor het succes van de behandeling. Om te bepalen hoe de levertumor(en) hebben gereageerd op de TACE-behandeling maken we 1 maand na de procedure een CT-scan van de lever. De TACE-behandeling kan ook in combinatie met een RFA-behandeling (zie RFA van een levertumor) worden verricht.

Risico's

Aan elke ingreep kleven risico’s en dat geldt ook voor TACE-behandeling. Vergeleken met een operatie is de kans op complicaties bij een TACE-behandeling klein. De meest voorkomende klacht na de procedure is pijn in de bovenbuik en misselijkheid. Dat komt bij ongeveer 50% van de patiënten voor. U kunt door de behandeling ook last hebben van verhoging of koorts. In enkele gevallen kan de plaats waar de katheter is ingebracht gaan nabloeden of kan er een bloeduitstorting (blauwe plek) ontstaan. 

Ernstige complicaties zijn bij deze behandeling zeldzaam. Een behandeling geeft een heel klein risico op een leverabces (ophoping van pus). Ook kan de functie van de lever verslechteren (<3%). Als dat bij u het geval is, wordt in overleg met u en uw behandelend arts besloten of en hoe er wordt overgegaan tot een behandeling van de complicatie. Op deze risico’s en de behandeling hiervan zal tijdens uw afspraak op de poli verder worden ingegaan.  

Contrastmiddel

Voor dit onderzoek gebruikt de interventieradioloog jodiumhoudend contrastmiddel. Dit middel maakt bloedvaten beter zichtbaar. Voor de meeste mensen is het gebruik van contrastvloeistof ongevaarlijk, binnen een paar uur plast u het weer uit. De interventieradioloog dient de contrastvloeistof toe via de katheter. Het inspuiten kan gevoelig zijn. Ook kunt u het kort warm krijgen, of een beetje misselijk worden. 

Bij een klein aantal patiënten treedt een allergische reactie op, waar in de meeste gevallen geen behandeling voor nodig is. Hebt u ooit zo’n reactie gehad? Meld dit dan van tevoren bij uw behandelend arts.

Na de behandeling

Wanneer u weer terug bent op de afdeling, moet u minimaal 2 uur bedrust houden. De verpleegkundige bekijkt regelmatig de prikplaats in de lies. Ook meet die een aantal keer uw bloeddruk, hartslag en temperatuur. Na het onderzoek mag u wel weer gewoon eten en drinken. Het is zelfs belangrijk dat u extra (minstens 2 liter water) drinkt om zo snel mogelijk het contrastvloeistof weer uit te scheiden via de nieren.

Als de prikplaats in de lies er rustig uitziet en u geen moeilijkheden hebt bij het bewegen, wordt u geholpen om weer te ‘mobiliseren’. Dat wil zeggen dat de verpleging u helpt uit bed te komen en te bewegen. 

Het is te verwachten dat  u na de TACE-behandeling ten minste 2 nachten in het ziekenhuis moet blijven. In de eerste dagen na de TACE-behandeling komen er veel afvalstoffen vrij. Hierdoor kunnen de ontstekingswaarden in het bloed stijgen. Ook kan de lichaamstemperatuur de eerste dagen na de behandeling verhoogd zijn. 

Mag ik na vertrek uit het ziekenhuis weer alles doen? 

Gedurende de eerste 3 tot 4 dagen (of tot de huid genezen is) mag u wel douchen, maar niet in bad of zwemmen. Verschoon de pleister dagelijks totdat de huid genezen is. 

Tot 3 dagen na de procedure moet de lies niet te veel belast worden. Dat houdt in:

  • Zo min mogelijk de trap op- en afgaan
  • Niet zwaar tillen (zwaarder dan 5 kilo)
  • Niet sporten
  • Niet bukken

Hebt u nog vragen?

Als u vragen hebt, kunt u contact opnemen met de afdeling Interventieradiologie. Dat kan op werkdagen tussen 8.15 en 16.00 uur op telefoonnummer 071-526 24 10 of per e-mail via SecretariaatAngio-interventie@lumc.nl

Meer informatie 

Bekijk hieronder onze voorlichtingsfilm over chemo-embolisatie 

 

Maart 2019