Patiëntenfolder

Vista halskraag

Uw behandelend arts heeft besloten dat het dragen van de Vista halskraag u zal helpen bij uw herstel. De Vista halskraag bestaat uit een tweedelig systeem en heeft als doel het bovenste gedeelte van uw nekwervels te stabiliseren. Het is de bedoeling dat u niet meer uw hoofd kan bewegen, bijvoorbeeld het knikken van ja of nee, wat erg ongewoon is, maar van groot belang is voor uw behandeling en herstel.   De instructies in deze informatiefolder laten u zien welke handelingen u juist wel en niet moet doen tijdens het dragen van de Vista halskraag en hoe u de kraag het beste kan verzorgen. Wanneer u zich aan deze instructies en aan de instructies van uw behandelend arts houdt, zal de Vista halskraag optimale bescherming bieden bij het herstel van uw nekwervels.

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Gipskamer.

Voorbereiding

Hoe kunt u zich voorbereiden?

Het verwijderen van de Vista halskraag  

Voordat u de halskraag af doet, bekijkt u eerst goed hoe het klittenband vastgemaakt is. Als u namelijk later de halskraag weer aandoet, moet dit op dezelfde manier weer vastgemaakt worden. U kunt hiervoor een pen of marker gebruiken om de positie van het klittenband te markeren.

Het onderzoek / de behandeling

Hoe gaat het onderzoek / de behandeling in zijn werk?

Het reinigen van de kraag & het beschermen van de huid  

Het schoonhouden van de halskraag en uw huid is erg belangrijk tijdens uw herstel. Als u de kraag op de juiste manier reinigt, voorkomt dit onnodige irritaties van de huid. Wanneer u de halskraag wilt reinigen, is het wel een vereiste dat u een extra set met binnenvoering bij u zult hebben. Als u bij uw halskraag geen extra binnenvoering gekregen hebt, vraag dit dan alsnog aan bij wie u de halskraag gekregen heeft. Ook als uw binnenvoering beschadigd of bevuild is moet u deze binnenvoering laten vervangen.   

Achterzijde binnenbekleding Voorzijde binnenbekleding

     

Kinzijde binnenbekleding 

Uw halskraag met binnenbekleding dient regelmatig gereinigd te worden. Een handig moment kan zijn wanneer u zelf gaat douchen/wassen of wanneer u naar bed gaat. Dit betekent dat u hierna de nieuwe set binnenbekleding kunt toepassen en dat de binnenbekleding die u gedragen heeft gereinigd kan worden en in de tussentijd kan drogen. Let erop dat de bekleding die u gaat gebruiken altijd droog is. Wanneer u de halskraag af doet moet u altijd de nek en kin gecontroleerd hebben op huidirritaties.

  

  1. De binnenvoering van de kraag is met de buitenkant verbonden door middel van klittenbanden. Verwijder de binnenvoering en was deze met milde handzeep en water. Gebruik geen bleekmiddel, hardnekkige chemicaliën of wasmiddel. Spoel de binnenvoering goed af met schoon water. Leg deze hierna op een schone en droge handdoek en klop het overtollig water er voorzichtig af. Leg de bekleding vervolgens op een schone en droge tafel om aan de lucht te drogen. Doe de bekleding nooit in de droger. Als het plastic van de buitenzijde van de kraag bevuild is, kan dit ook schoongemaakt worden met milde handzeep en water. Ook dit moet hierna aan de lucht drogen.

  

  1. Leg op de juiste wijze de binnenvoering weer terug door deze vast te laten plakken aan het klittenband van de kraag.  

Let op! De binnenbekleding van de halskraag heeft zowel een witte als grijze zijde dat het foam bedekt. De witte zijde moet altijd contact maken met de huid. Wanneer u de bekleding correct plaatst, zonder plooien, ziet u de grijze zijde aan de buitenkant. Plaats hierna de binnenbekleding op de juiste plek op het plastic van de kraag, zodat de bekleding iets uitsteekt.  

  1. Plaats de binnenbekleding zo, dat het plastic niet uitsteekt en de huid niet kan beschadigen.

Het hanteren van de halskraag  

Wanneer u de kraag bij uzelf aan doet, kunt u het beste voor de spiegel gaan staan en proberen uw hoofd en nek zo recht mogelijk te houden. Als iemand u helpt, kunt u zich meer concentreren op het recht houden van het hoofd en de nek en kan degene die helpt zich richten op het plaatsen van de kraag. Als u lang haar heeft, moet dit buiten de halskraag vallen. Als u oorbellen draagt dienen deze uitgedaan te worden voordat u de kraag aan doet.

  1. Neem eerst de voorkant van de halskraag. Vervorm de achterkant van de zijflappen door ze zachtjes om te buigen, zodat ze in de vorm blijven staan zoals u kunt zien op het bovenstaande figuur.   
  2. Positioneer het kinstuk direct onder de kin.  
  3. Duw de zijkanten van het voorstuk over de schouder spieren om de nek.

  1. Controleer dat de achterkant van het kinstuk niet tegen de keel aandrukt. Als dat wel zo is, vervorm de zijflappen iets minder stevig en duw deze minder stevig tegen de schouder spieren. Het kinstuk zal nu iets verschuiven, verder weg van de keel.  
  2. Wanneer u de voorkant van de kraag op zijn plaats houdt, plaatst u de achterzijde van de kraag en maakt deze vast met de klittenbanden. Wees er zeker van dat de achterzijde van de kraag tegen het centrum ligt van de achterkant van uw hoofd. Om de kraag strakker te doen, plaatst u uw duim of vingers in de opening van de kraag bij de luchtpijp en maak eerst een klittenband los. Plaats de kraag strakker en maak nu het klittenband weer vast. Blijf de achterkant van de kraag goed tegen het centrum van het achterhoofd houden. Doe nu de andere zijde van de kraag en herhaal de volgorde van de stappen totdat de halskraag volledig past.

Wanneer u de halskraag op de juiste manier heeft aangelegd, dient uw kin precies in het kinstuk te vallen. De zijkanten van de achterzijde van de kraag overlappen de voorkant van de kraag. Het plastic van de kraag mag nergens uw huid raken.  

Als uw kraag, nadat deze juist is aangelegd, pijnlijk tegen de huid drukt en niet hetzelfde zit als voorheen, raadpleeg dan uw behandelend arts. Uw arts is het beste aanspreekpunt gedurende de behandeling. Als er enige afwijking is tussen de richtlijnen uit deze folder en de instructies van uw behandelend arts, volg dan de instructies van uw arts of neem contact op.

Meer informatie

Contactgegevens van de betrokken poliklinieken

Buiten kantooruren:
Afdeling: Neurochirurgie  
Etage: J11Q  
Telefoonnummer: 071 - 526 33 27


Tijdens kantooruren:
Afdeling: Gipskamer  
Etage: K3Q  
Telefoonnummer: 071 - 526 30 38.
U kunt de Gipskamer telefonisch bereiken van maandag t/m vrijdag tussen 08.30 - 09.30 uur en tussen 13.30 - 14.30 uur via (071) 526 3038.

Vanaf 16.30 uur, in het weekend en op feestdagen is de Gipskamer gesloten en kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp via (071) 526 1950.