BLOG: Onderzoek en patiëntenzorg in symbiose

8 oktober 2015• BLOG

De klinisch patholoog als ware bruggenbouwer?

Een brug is gedefinieerd als een vaste of beweegbare verbinding tussen twee punten die gescheiden zijn door een rivier, dal, kloof, kanaal weg, spoorweg of een ander overbrugbaar obstakel. 

Naast hun functionaliteit kunnen bruggen ook esthetisch geweldig zijn zomerkte ik deze zomer in Frankrijk. Zowel het prachtige viaduct bij Millau als het Pont du Gard bij Nîmes zijn constructies van oogverblindende schoonheid. Nabij de afdeling Pathologie bevindt zich ook een prachtige loopbrug die zorgt voor de verbinding tussen kliniek en Gebouw 2, ook wel het onderzoeksgebouw genoemd.
 
Deze nabijheid is ook symbolisch omdat het onderzoek in de Pathologie van oudsher bij uitstek ‘translationeel’ van aard is. De uitkomsten van het fundamentele onderzoek komen via deze 'loopbrug' richting de patiënt en vraagstellingen vanuit de kliniek komen via diezelfde loopbrug weer terecht bij de meer fundamentele onderzoekers. De klinische pathologie is bij uitstek geschikt om de verbinding tussen deze twee 'werelden' tot stand te brengen en maakt op dit moment stormachtige ontwikkelingen door, zeker op het terrein van het genetisch onderzoek in de oncologie (kankerzorg). De kosten om een heel 'genoom' van kankercellen in kaart te brengen zijn door de technologische ontwikkelingen (next-generation sequencing, NGS) inmiddels teruggebracht tot ongeveer 1.000 -2.000 euro. 

Gunstige prognose van agressieve tumor

Vanuit het fundamentele onderzoek komen nieuwe kankergenen in beeld zoals het DNA-polymerase epsilon (POLE). Een gen dat codeert voor een enzym dat betrokken is bij de DNA-replicatie tijdens celdeling. Het enzym bevat een gedeelte, het zogenaamde proofreading domein, dat de replicatie 'controleert' voordat het enzym verder gaat. In verschillende tumoren, waaronder baarmoeder- en dikkedarmkanker, worden mutaties gevonden in dit gen waardoor de controle op DNA-fouten sterk is verminderd en het aantal genetische veranderingen per tumorcel extreem hoog wordt. Opvallend is dat ondanks deze talrijke DNA-fouten deze tumoren niet ‘agressiever’ zijn maar juist een opvallende  goede prognose lijken te hebben.

Om deze observatie verder te valideren komen we via de 'loopbrug' bij de afdeling Radiotherapie, alwaar collega Carien Creutzberg, hoogleraar Radiotherapie, twee klinische trials (PORTEC 1 en 2) van patiënten met baarmoederkanker en langdurige follow-updata beschikbaar heeft. In een gezamenlijk project werd het tumorweefsel van al deze patiënten moleculair gekarakteriseerd en de analyse bevestigde inderdaad het gunstige prognostische effect van een POLE-mutatie. Deze bevindingen zullen worden gebruikt in een nieuwe prospectieve studie waarbij voor patiënten met baarmoederkanker in een vroeg stadium het genetisch profiel van de tumor leidend zal zijn in de keuze van nabehandeling.

Precisiegeneeskunde

Om het gunstige effect van POLE-mutaties beter te begrijpen lopen we weer over de 'brug' terug en komen we terecht bij de fundamentele onderzoeksgroep van Niels de Wind (Humane Genetica) waar thans cellijnen van embryonale stamcellen worden gemaakt met een 'defect' POLE-gen en de functionele effecten daarvan in kaart gebracht. Een mooier voorbeeld van 'bench to bedside', van 'fundamentele kennis naar kliniek', van 'translationeel onderzoek' is er bijna niet en dat onze afdeling daaraan kan en mag bijdragen is niet alleen fantastisch maar illustreert de noodzaak dat onderzoek en patiëntenzorg in symbiose dient plaats te vinden binnen de Pathologie.

Het gebruik van moleculaire genetische profielen in de diagnostiek en behandeling van kanker beperkt zich zeker niet tot baarmoederkanker. Het afgelopen jaar heeft onze afdeling al voor meer dan 700 patiënten met verschillende vormen van kanker (onder meer longkanker, dikkedarmkanker en melanoom) reeds een dergelijk profiel gemaakt met NGS in het kader van directe patiëntenzorg. Door deze genetische profielen te combineren en te integreren met de bestaande pathologische diagnostiek ontstaat een verfijning van de kennis over gedrag van verschillende tumoren binnen specifieke patiëntenpopulaties, waardoor de oncologische behandeling op maat kan zijn (minder onder- en overbehandeling en meer gerichte behandeling: 'precisiegeneeskunde') en de prognose van patiënten beter voorspeld kan worden.

Intensieve samenwerking

Het aantal complexe genomische testen zal snel verder stijgen en het LUMC bereidt zich daar goed op voor. Door intensieve in- en externe samenwerkingen kunnen we ook in de toekomst deze stormachtige maar ook spannende moleculaire ontwikkelingen vanuit de Pathologie faciliteren. Dat doen we niet alleen voor de LUMC-patiënten maar in goede samenspraak ook voor de patiënten in de regionale ziekenhuizen om ons heen en wellicht ook straks voor die van daarbuiten.
 
 
Vincent Smit is hoogleraar en afdelingshoofd Pathologie  
 

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.