Helpen statines bij inzet antilichamen tegen dikkedarmkanker?

27 augustus 2015• NIEUWSBERICHT

De groei van tumoren in de dikke darm kan soms geremd worden met antilichamen. Of een tumor hierop wel of niet reageert, hangt af van de mutaties die in de kankercellen voorkomen. Promovendus Lisanne Krens onderzocht of tumorcellen met behulp van statines gevoelig kunnen worden gemaakt voor EGFR-remmers. 

Elk jaar krijgen ongeveer 10.900 Nederlanders te horen dat zij dikkedarmkanker hebben. Zij ondergaan een operatie, bestraling, chemotherapie of een behandeling met antilichamen. "Antilichamen worden vaak gegeven als de tumor niet meer op een andere manier te bestrijden is", vertelt Lisanne Krens. Zij deed onderzoek naar de behandeling met EGFR-antilichamen (EGFR-remmers). Deze moleculen blokkeren de werking van de groeifactorreceptor en remmen daarmee de groei van kankercellen bij een deel van de darmkankerpatiënten.

KRAS-gen

"Bij ongeveer 60 procent van de darmkankerpatiënten kunnen EGFR-remmers als cetuximab en panitumumab het leven met gemiddeld drie maanden verlengen", aldus Krens. Patiënten bij wie deze antilichamen niet werken, hebben een mutatie in het zogenoemde KRAS-gen. Bij hen is het KRAS-eiwit continu actief, waardoor de celdeling permanent 'aan' staat. Vermoed werd dat deze patiënten met behulp van statines ook gevoelig zouden kunnen worden gemaakt voor EGFR-remmers. 

Geen langere overleving

Krens: "Statines grijpen aan op een enzym dat in interactie staat met het KRAS-eiwit. We dachten dat statines ervoor zouden kunnen zorgen dat de tumorcellen meer gingen lijken op tumorencellen zonder KRAS-mutatie, en dan ook gevoelig zouden zijn voor EGFR-antilichamen. De resultaten met tumorcellen in het lab waren succesvol, maar helaas bleek in mijn onderzoek dat het niet werkte bij mensen. Statinegebruik leidde er niet toe dat de patiënten langer leefden. Dat kan bijvoorbeeld komen doordat er niet genoeg statines bij de tumorcellen kwamen. Een mens is natuurlijk veel complexer dan een paar cellen in het laboratorium."

Veilig

Krens toonde ook aan dat de EGFR-antilichamen veilig zijn voor mensen met nier- of leverfunctiestoornissen. "Sommige mensen lopen door chemotherapie nierschade op. Zij kunnen de EGFR-antilichamen echter niet minder goed verwerken. Aanpassing van de dosis lijkt dan ook niet nodig, hoewel dat nog door grotere studies bevestigd moeten worden."


Lisanne Krens promoveerde op 2 juli bij het LUMC op haar proefschrift Refining EGFR-monoclonal antibody treatment in colorectal cancer. Krens studeerde farmacie aan de Universiteit Utrecht en specialiseerde zich tot ziekenhuisapotheker in Leiden. Sinds januari 2015 werkt ze als ziekenhuisapotheker in het Twentse ziekenhuis ZGT. 

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.