Verantwoording en documentatie

Het LUMC is open over dierproeven. De gebruikte dieren en de doelen waarvoor ze zijn gebruikt zijn jaarlijks te vinden in de rapportage van de NVWA. Op deze plek geven we ook aan in welke mate proefdieren pijn en stress ervaren.

Het LUMC heeft daarnaast ook de zogenaamde ‘Transparantieovereenkomst Dierproeven’ van de Stichting Informatie Dierproeven ondertekend. Het doel van de transparantieovereenkomst is om de samenleving meer openheid en transparantie te bieden als het gaat om dierproeven. Het LUMC draagt daarom sinds 2025 jaarlijks zorg voor een jaarverslag dat u nu leest.

Jaarlijkse rapportage (NVWA)

In 2024 registreerde het LUMC in totaal 18.305 dierproeven. Dit is een stijging ten opzichte van 2023, maar overeenkomstig met eerdere jaren (Figuur 1), de stijging is deels te wijten aan een andere registratiemethodiek door de NVWA/CCD.

Het LUMC voert dierproeven uit op een gewoon dier of op een genetische gewijzigd dier. Genetisch gewijzigde (gemodificeerde) dieren zijn dieren waarvan het genoom door een DNA-techniek is gewijzigd. Genetisch gewijzigde dieren zijn ook dieren van lijnen met een spontane of chemisch geïnduceerde mutatie. Het ondervonden ongerief van de proefdieren wordt onderverdeeld in 4 categorieën. Dit ongerief wordt vastgelegd in een welzijnsdagboek. Op basis van de welzijnsevaluatie schat het LUMC  de mate van ongerief in. Figuur 4 geeft een overzicht van de mate van ongerief per categorie.

In 2024 registreerde het LUMC in totaal 18.305 dierproeven. Dit is een stijging ten opzichte van 2023, maar overeenkomstig met eerdere jaren (Figuur 1), de stijging is deels te wijten aan een andere registratiemethodiek door de NVWA/CCD.

Het LUMC voert dierproeven uit op een gewoon dier of op een genetische gewijzigd dier. Genetisch gewijzigde (gemodificeerde) dieren zijn dieren waarvan het genoom door een DNA-techniek is gewijzigd. Genetisch gewijzigde dieren zijn ook dieren van lijnen met een spontane of chemisch geïnduceerde mutatie. Het ondervonden ongerief van de proefdieren wordt onderverdeeld in 4 categorieën. Dit ongerief wordt vastgelegd in een welzijnsdagboek. Op basis van de welzijnsevaluatie schat het LUMC  de mate van ongerief in. Figuur 4 geeft een overzicht van de mate van ongerief per categorie.

Dierproeven in de categorie terminaal vinden plaats onder volledige verdoving. De overige dierproeven vallen binnen de categorieën licht, matig of ernstig ongerief. Een voorbeeld van licht ongerief is het inbrengen van een naald, een kort durende verdoving, een paar dagen alleen in een kooi zitten of het hebben van een kleine tumor onder de huid. Bij matig ongerief kun je denken aan een operatie, het ondergaan van verschillende injecties, meerdere behandelingen onder verdoving in een kortere tijd, een langere tijd alleen zitten in een kooi of de groei van een tumor op een plek waardoor het dier ongerief ervaart. Ernstig ongerief komt in 1,2% van de dieren voor. Dit komt voor bij onderzoek naar hartfalen en ernstige epilepsie / migraine of dit wordt geregistreerd zodra een dier onverwachts overlijdt. We doen er alles aan om zo min mogelijk dieren ernstig ongerief te laten ondervinden. Wanneer ernstig ongerief in een project is vergund, is het LUMC verplicht hierover aan het eind van het project te rapporteren naar de CCD.