Spierpeestranspositie

Uw diagnose

Er zijn verscheidene aandoeningen waarbij een musculaire dysbalans op kan treden. Bij een musculaire dysbalans overheerst een bepaalde spiergroep ten opzichte van een andere spiergroep waardoor een gewricht de voorkeur heeft om in een bepaalde (onnatuurlijke) stand te bewegen. Dit kan leiden tot pijn- en vermoeidheidsklachten door het onnatuurlijk gebruik van het gewricht en de spieren rondom en soms zelfs tot het onvermogen bepaalde bewegingen uit te voeren. Denk aan problemen bij de schouder waardoor de hand niet goed naar de mond gebracht kan worden (bij een plexus brachialis letsel) of het struikelen over de voeten doordat de voeten naar binnen gedraaid staan (bij een klompvoet). 

In eerste instantie wordt gepoogd om de spieren en pezen rondom dat gewricht weer in balans te krijgen door rekoefeningen en eventuele gipsbehandelingen (dit laatste kan niet bij elk gewricht worden toegepast). Soms is het echter noodzakelijk om spierpezen te verleggen en/of te verlengen om ervoor te zorgen dat de musculaire dysbalans weer verbeterd kan worden en ervoor te zorgen dat een patiënt niet ernstige beperkingen blijft ondervinden door de musculaire dysbalans. Het gewricht zal echter meestal nooit helemaal normaal worden als de “gezonde” kant. Hieronder enkele voorbeelden van spierpeestransposities. 

Bij een klompvoet die initieel behandeld is met Ponseti gipsen kan de voorvoet soms nog steeds wat naar binnen neigen te draaien tijdens het lopen en rennen. Kinderen kunnen hierdoor hinder van ondervinden door bijvoorbeeld het struikelen over de eigen voeten. Het kan dan soms noodzakelijk zijn om één van de spieren in het onderbeen (de musculus tibialis anterior) te verplaatsen van de binnenzijde van de voet naar de buitenzijde van de voet. De spier die er dan voor zorgt dat de voet te veel naar binnen wordt gedraaid wordt omgelegd naar de buitenzijde zodat deze de voet meer naar de buitenzijde trekt waardoor de voet weer een verbeterde stand en spierbalans krijgt. 

Een ander voorbeeld van een spierpeestranspositie in het onderbeen is de verplaatsing van de musculus tibialis posterior. Dit is één van de kuitspieren die gebruikt wordt bij patiënten (dit kunnen ook volwassenen zijn) die last hebben van een klapvoet (het niet naar zich toe kunnen trekken van de tenen en voorvoet). Deze klapvoet ontstaat doordat een zenuw in het onderbeen (de nervus peroneus) niet goed functioneert. De spieren aan de voorzijde van het onderbeen functioneren dan niet meer. Door deze kuitspier (gelegen aan de achterzijde van het onderbeen) naar de voorkant te verplaatsen, zal deze een verbetering geven van het optillen van de voorvoet. 

Één van de operaties die toegepast worden bij kinderen na een plexus brachialis letsel is het verplaatsen van enkele spierpezen rondom de schouder om ervoor te zorgen dat de kinderen hun arm beter naar buiten kunnen draaien en zijwaarts op kunnen heffen. De lattisimus dorsi spier en de teres major spier die normaal de bovenarm naar binnen laten draaien, worden verplaatst en zorgen er in de nieuwe situatie voor dat de bovenarm beter naar buiten kan draaien en zijwaarts geheven kan worden. 

De behandeling is afhankelijk van verschillende factoren. Uw behandelend arts zal u advies geven wat in uw situatie of in de situatie van uw kind de meest geschikte behandeling is.