TULA
Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Gipskamer.
Waarom doen we dit onderzoek/deze behandeling?
Een behandeling met een onderbeenbrace bespoedigt de laatste fase van de botgroei. Deze behandeling wordt meestal gebruikt na een onderbeenbreuk.
Hoe gaat het onderzoek / de behandeling in zijn werk?
Hoe werkt de brace?
Niet elke onderbeenbreuk is geschikt voor een brace. De arts bepaalt dit. Een brace heeft alleen nut als u mag gaan lopen en het been daarbij mag belasten.
Met de klittenbanden kunt u de brace altijd zo strak aantrekken, dat deze niet meer kan schuiven. Door de druk van de brace, houden de spieren de breuk in de goede positie.
Omdat de spieren minder werken, neemt de spieromvang af en wordt uw been na verloop van tijd dunner. Hierdoor wordt de brace te ruim en raken de randen van de brace elkaar. Op dat moment moet u niet meer belasten en contact opnemen met de gipskamer. De brace kan dan eenvoudig strakker gemaakt worden.
Waar moet u op letten na uw onderzoek/behandeling?
Oefeningen
Lopen is de beste oefening voor uw been. Daarnaast kunt u verschillende oefeningen doen om te zorgen dat uw gewrichten en spieren zo min mogelijk verzwakken.

Oefening 1 (bovenbeenspieren)
Ga op een stoel zitten met gebogen knieën en strek uw been. Til uw gestrekte been omhoog en houd dit 5 seconden vast. Herhaal dit 10 keer. Neem na elke serie van 10, één minuut rust. Probeer deze oefening minimaal 3 keer per dag uit te voeren.
Oefening 2 (de enkel)
Beweeg uw voet van u af en naar u toe. Maak cirkelbewegingen met uw voet. Hiermee voorkomt u ook eventuele zwelling van de voet. Doe deze oefening zoveel mogelijk per dag.
Contact bij problemen na uw onderzoek/behandeling
Neem contact op met de gipskamer, als:
- De pijn toeneemt
- De brace knelt of kapot is
- De brace te ruim gaat zitten (als de randen elkaar aan de achterkant raken of overlappen)
- Uw onderbeen dik, warm, rood en glanzend wordt (mogelijke tekenen van trombose).