“We willen beschermen, niet beperken”
Wie: Isabella Schuurman (26) en Heleen Boekensteijn (36)
Functie: senior verpleegkundigen
Afdeling: Verpleegafdeling Neurologie, Neurochirurgie en NeuroCare (VNNP)
Bij het LUMC sinds: 2015 en 2020
Waarom zijn vrijheidsbeperkende interventies soms nodig?
Heleen: “Wij werken met patiënten die schade hebben aan het brein, zenuwstelsel of spieren. Er liggen jonge patiënten, maar ook veel kwetsbare ouderen. Door hersenschade kan iemand gedrag vertonen dat gevaarlijk is voor zichzelf.”
Isabella: “Door neurologische schade werkt een arm of been soms niet goed. Als iemand dan uit bed stapt, kan hij hard vallen en extra letsel oplopen. Voor ouderen is dat nog riskanter. Veel patiënten hebben ook verminderd ziekte‑inzicht. Ze denken bijvoorbeeld dat ze kunnen lopen, omdat dat vóór de opname wel kon. Daardoor proberen ze uit bed te komen of trekken ze medische materialen los.”
Hoe gaan jullie om met de Wet zorg en dwang en de handreiking ‘Nee, tenzij’?
Heleen: “De kern van de wet is duidelijk: geen vrijheidsbeperking, tenzij het echt niet anders kan en nodig is voor de gezondheid en veiligheid. In acute situaties handelen we direct in overleg met de arts. Eerst zorgen we dat de patiënt veilig is. De familie informeren we daarna zo snel mogelijk. Bij niet‑acute situaties bespreken we het soms al bij opname, zodat familie weet wat het betekent.”
Isabella: “Tegenstand van familie zien we zelden. Als we uitleggen welk risico de patiënt loopt – bijvoorbeeld een val met extra hersenletsel of een gebroken heup ten gevolg – begrijpt bijna iedereen waarom het soms moet. We beschermen de patiënt tegen gevaar, maar beperken zo weinig mogelijk en zoeken altijd eerst naar alternatieven.”
Op welke manier proberen jullie vrijheidsbeperking te voorkomen met alternatieven?
Isabella: “We nemen vooral maatregelen die patiënten rust geven. Familie bij de patiënt helpt vaak, soms verruimen we bezoektijden. Foto’s van thuis, een dagprogramma en een goed dag‑nachtritme werken ook. Overdag zo veel mogelijk uit bed en lopen onder begeleiding maakt patiënten vermoeid, waardoor ze ’s nachts rustiger zijn. In de huiskamer op de afdeling zorgen vrijwilligers voor aandacht en structuur. Onrustige patiënten plaatsen we dicht bij de verpleegpost, zodat collega’s vaker langs lopen en toezicht houden. Als vrijheidsbeperking toch nodig is, werken we met gradaties.”
Wat zijn de verschillende gradaties?
Heleen: “Er zijn vijf niveaus, van licht naar zwaar. We beginnen altijd bij de minst ingrijpende maatregel, afhankelijk van het probleem. Wil een patiënt bijvoorbeeld het infuus eruit trekken, dan gebruiken we niet meteen een onrustband (niveau 5), maar eerst een veiligheidshandschoen (niveau 3), zodat iemand minder goed kan grijpen. Een ander voorbeeld is een wegloophorloge (niveau 1) voor verwarde, mobiele patiënten: het alarm gaat af als ze de afdeling verlaten. Of een stoel met een blad (niveau 4), zodat iemand niet zomaar kan opstaan.”
Isabella: “We kijken elke dag of de maatregel nog nodig is en of we kunnen terugschalen. Het is altijd maatwerk. We zien dat tentbedden (niveau 4) steeds vaker worden gebruikt. Die voorkomen dat iemand uit bed valt. Terwijl onrustbanden (niveau 5) juist minder worden ingezet. Dat past bij de trend om minder te fixeren en meer te beschermen. Een tentbed is vaak prettiger, omdat patiënten kunnen bewegen en niet vastliggen.”
Hoe ervaren patiënten de vrijheidsbeperkende interventies?
Isabella: “Niet elke patiënt ervaart vrijheidsbeperking hetzelfde. Sommige mensen vinden een tentbed niet prettig, omdat het voelt alsof ze opgesloten zijn. Anderen voelen juist geborgenheid. Een tentbed is vaak minder traumatisch dan vastliggen met banden, omdat je nog kunt bewegen.”
Heleen: “Door hersenschade zijn geheugen en begrip vaak verstoord, dus patiënten onthouden niet alles. Als iemand naar huis mag, weten wij als verpleegkundigen niet hoe het thuis emotioneel verder gaat. Soms praat iemand later met een psycholoog, maar dat gebeurt buiten onze afdeling.”
Isabella: “Tijdens de opname leggen we alles goed uit. Als iemand aan een infuus friemelt, vertellen we rustig waarom dat niet kan en geven we zo nodig een handschoen. Maar patiënten zijn vaak verward: soms begrijpen ze het, soms niet.”
Jullie doen op de afdeling ook veel aan training. Hoe kwamen jullie op het idee van de ‘escaperoom’?
Isabella: “Je mag vrijheidsbeperkende interventies niet zomaar uitvoeren zonder scholing. Bij ons is veel doorstroom en komen vaak nieuwe collega’s. We houden onze ongeveer zeventig collega’s bekwaam met klinische lessen. Kennis vervaagt snel als je een maatregel lang niet gebruikt. Daarom herhalen we trainingen en houden we het onderwerp levendig. Zo voorkomen we dat collega’s te snel naar zware maatregelen grijpen.”
Heleen: “Het idee voor de escaperoom ontstond tijdens een nachtdienst. We wilden het onderwerp leuk en leerzaam maken. Online vonden we een voorbeeld van Maastricht UMC en we namen contact op met Maastricht. We kregen het concept toegestuurd en gaven er helemaal onze eigen draai aan.”
In de ‘escaperoom’ moesten medewerkers een casus oplossen. Hoe werkt dat?
Heleen: “We geven de training in twee kamers met een sluisdeur ertussen. De fictieve patiënt had een hersenbloeding, kreeg zuurstof, een katheter en een infuus, en zat onrustig in een stoel. De opdracht was: hoe maak je deze patiënt klaar voor de nacht en breng je hem veilig naar bed? Via puzzels en spellen moesten teams stap voor stap juiste interventies kiezen en koppelen aan de juiste gradatie. Bij goed voltooide spellen gingen er kluizen en deuren open en konden ze uiteindelijk de patiënt ‘bevrijdden’.”
Isabella: “De escaperoom maakte de training actief en leuk. Tegelijk zagen we waar kennis ontbrak: interventies werden vaak te licht ingeschat. De veiligheidshandschoen werd bijvoorbeeld vaak als niveau 1 gezien, terwijl het 3 is. Dat was voor ons reden om extra les te geven op dat onderwerp.”
Heleen: “Collega’s van andere afdelingen vragen al hoe de escaperoom werkt. Met een eigen casus kunnen ze de training aanpassen aan hun afdeling. We willen tijdens de zomer proberen om onze escape room ook open te stellen voor andere afdelingen”
Houden jullie innovaties op het gebied van vrijheidsbeperkende interventies in de gaten?
Heleen: “Onze teammanager Joan zoekt actief naar nieuwe VBI-middelen. Zo hebben we sinds kort een ‘laag‑laag bed’ dat bijna op de grond kan zakken. Handig voor onrustige patiënten die uit bed willen, maar niet veilig kunnen opstaan. Zet je het bed heel laag en leg je een zachte mat ernaast, dan valt iemand niet hard en voorkom je letsel. Dat kan een alternatief zijn voor fixatie.”
Isabella: “Het tentbed is ook relatief nieuw in ons ziekenhuis. Wij gebruiken het onder andere bij patiënten die je niet kunt of wilt vastleggen, bijvoorbeeld vanwege gebroken ribben of een buikoperatie. Een onrustband is dan schadelijk of pijnlijk, dus zoeken we een andere oplossing.”
Hoe zijn jullie duovoorzitters van de werkgroep VBI op jullie afdeling geworden?
Heleen: “Ik werk al tien jaar op de afdeling en rolde er geleidelijk in. Ik werkte vaak samen met de collega die de werkgroep heeft geleid en opgezet en inmiddels met pensioen is.”
Isabella: “Ik begon vijf jaar geleden en werd toen gevraagd om mee te doen. Het onderwerp sprak me meteen aan en ik help graag collega’s met klinische lessen.”
Heleen: “We benadrukken dat het teamwork is. De werkgroep heeft meerdere actieve leden en werkt samen met verpleegkundigen, artsen, vrijwilligers en managers. We blijven leren – met lessen, een escaperoom, en nieuwe middelen – zodat de zorg steeds veiliger en menselijker wordt.” ♥
