Verwijderen van liesklieren

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Heelkunde

Binnenkort wordt u opgenomen voor het verwijderen van oppervlakkige en/of dieper gelegen lymfeklieren in de lies. In deze folder kunt u lezen wat deze operatie inhoudt. Indien u na het lezen van deze folder nog vragen heeft kunt u deze altijd aan uw behandelend chirurg stellen.

Het lymfestelsel

Het lymfestelsel is een transportsysteem dat bestaat uit lymfevaten, lymfeklieren en lymfeklierweefsel. Het lymfestelsel speelt een belangrijke rol bij de afweer tegen infecties en het opruimen van afvalstoffen uit de weefsels. Ook zorgt het ervoor dat het vochtgehalte van de weefsels in evenwicht blijft. Er zijn verschillende groepen lymfeklieren in ons lichaam namelijk in de hals, in de oksels, langs de luchtpijp, bij de longen, bij de darmen en achter de buikholte, in de bekkenstreek en in de liezen.



Lymfestelsel 

Het behandelteam

Gedurende de gehele opname kunt u in contact komen met verschillende disciplines van het behandelteam. Met enkelen heeft u al kennis gemaakt op de poli en anderen ziet u op de dag van opname of pas na de operatie. Het behandelteam bestaat onder andere uit de volgende personen: 


Oncologisch chirurg
De oncologisch chirurg is degene die u gaat opereren en u zal vervolgen na de operatie.

Zaalarts
De zaalarts is een chirurgie arts in opleiding. Bij de zaalarts kunt u in eerste instantie terecht met uw vragen ten aanzien van de behandeling. Hij/zij zal zonodig de oncologisch chirurg inschakelen. De zaalarts is daarnaast verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op de afdeling en loopt dagelijks in de ochtendvisite.

Verpleegkundige
De verpleegkundigen zullen tijdens de opname voor u zorgen. Verder heeft u voor en na de opname contact met de verpleegkundige van het oncologisch spreekuur waar u terecht kunt voor vragen en problemen.

Co-assistent 
Omdat u in een Universitair Medisch Centrum wordt opgenomen zult u ook te maken krijgen met co-assistenten. Dit zijn studenten geneeskunde die stage lopen. Zij zijn door de week ook aanwezig tijdens de artsenvisite.

Anesthesist 
Op de polikliniek Anesthesiologie heeft u de anesthesist al gesproken. Hij/zij bespreekt met u de narcose en zal aanwezig zijn bij de operatie. Het is mogelijk dat de anesthesist tijdens de opnamedag nog bij u langs komt.

Maatschappelijk werker 
Tijdens de opname en de herstelperiode kunnen zich vele praktische en emotionele problemen voordoen, bijvoorbeeld over de verzekering of aanvragen van thuiszorg. Ook de gevolgen voor u persoonlijk en voor uw directe omgeving kunnen ingrijpend zijn. Via de verpleegkundige kunt u in contact gebracht worden met de dienst maatschappelijk werk.

Fysiotherapeut 
De fysiotherapeut wordt na de operatie ingeschakeld.

De operatie

Op de dag van de operatie wordt u voorbereid voor de operatie. U krijgt operatiekleding aan en uw bed wordt verschoond. Sieraden, gehoorapparaat en een eventuele gebitsprothese mogen niet gedragen worden tijdens de operatie en ook nagellak moet verwijderd worden.

U dient de van te voren aangemeten steunkousen wel mee te nemen naar de operatiekamer, deze worden aan het einde van de operatie direct aangetrokken.

Op uw kamer is een kluisje aanwezig voor waardevolle spullen. Advies is om deze zoveel mogelijk thuis te laten. Op de afgesproken tijd gaat u naar de Holding, de wachtruimte van de operatiekamers. Hier zal de anesthesist verder voor u zorgen.

De ingreep duurt ongeveer 2 tot 3 uur en vindt plaats onder algehele narcose dan wel regionale anesthesie in de vorm van een epiduraalkatheter (”ruggeprik”) of beide. Tijdens de ingreep worden de oppervlakkige en/of dieper gelegen lymfeklieren met het omliggend vetweefsel uit de lies weggehaald.

De chirurg bespreekt vooraf met u welke klieren er zullen worden verwijderd. Om de blootliggende bloedvaten te beschermen wordt er soms een spier van het bovenbeen losgemaakt en over de bloedvaten heen gelegd (sartoriusplastiek).

Dit gebeurt alleen wanneer de chirurg de kans op wondcomplicaties hoog inschat, of wanneer de kans groot is dat er aanvullende bestraling plaats moet vinden. Deze sartoriusplastiek heeft weinig invloed op het functioneren van het been. Tijdens de operatie laat de chirurg een of meerdere wonddrains achter in het operatiegebied.

Na de operatie gaat u naar de naar de verkoever, uitslaapkamer. De verpleegkundigen zijn speciaal opgeleid om de eerste zorg na de operatie uit te voeren. U kunt hier geen bezoek ontvangen.

Als u voldoende bent hersteld van de ingreep en de narcose, meestal na één tot twee uur, wordt u weer opgehaald door een verpleegkundige van de verpleegafdeling Chirurgie.

In enkele gevallen is het nodig dat u een nacht op de PACU (Post Anesthesia Care Unit) blijft. Dit is een bewaakte uitslaapkamer. U kunt hier beperkt bezoek ontvangen (zie hiervoor ook de folder over de PACU).

Eerste dagen na de operatie

De eerste dagen na de operatie kunt u vaak nog moe zijn als gevolg van de ingreep en de narcose. Regelmatig zullen uw bloeddruk, temperatuur en pols gecontroleerd worden. Na de operatie mag u rustig beginnen met water drinken. Als dit goed gaat mag u weer normaal eten. Na de operatie mag u alles weer eten.

Na de operatie heeft u een infuus. Hierdoor krijgt u extra vocht toegediend en kan eventueel ook medicatie gegeven worden, bijvoorbeeld medicatie tegen de misselijkheid of antibiotica. Zodra u voldoende kunt eten en drinken en medicatie door het infuus niet meer nodig is, wordt het infuus gestopt.

In het wondgebied worden drains achtergelaten. Deze voeren het wondvocht af om zo de genezing van de wond te bevorderen. Het wondvocht wordt opgevangen in een afgesloten fles. Zodra de productie van de drains onder een bepaalde grens is worden de drains verwijderd. Tevens krijgt u rondom de operatie vijf dagen antibiotica.

Tijdens de operatie krijgt u een katheter (slangetje) in de blaas om nauwkeurig in de gaten te houden hoeveel u plast. Meestal wordt deze katheter in de eerste dagen na de operatie verwijderd. Na de operatie komt de fysiotherapeut bij u langs om met u te gaan oefenen met bewegen. Samen met u wordt dagelijks besproken welke lichamelijke inspanning u mag doen. Dit zal elke dag verder worden uitgebreid. Van de fysiotherapeut krijgt u een folder met oefeningen.

Op de dag van de ingreep heeft u bedrust, maar u mag wel naar het toilet lopen. De dag na de ingreep streven we ernaar dat u minimaal vier uur op een stoel zit en indien mogelijk wat rondloopt in de kamer.

Vanaf de tweede dag mag u  uit bed zijn en lopen voor zover u kan. De fysiotherapeut zal u hierbij begeleiden.  Na de operatie kan er een vochtophoping in de lies ontstaan (seroom). Indien dit gebeurt zult u de activiteiten moeten verminderen. Als er veel spanning op de wond komt wordt soms het vocht door de arts met een naald verwijderd.

Gevolgen van de operatie

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op een bloeding, ontsteking, trombose (een stolsel in een bloedvat) en longontsteking.. Daarnaast bestaat bij deze ingreep ook kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:

  • Wondinfectie: 56%
  • Open gaan van de wond: 13%
  • Wondrandnecrose (slechte doorbloeding van de huid in het wondgebied waar door de huid kan open gaan): 13 procent
  • Vochtophopingen in de lies (seroom): 50%
  • Lymfoedeem: 55% van de patiënten krijgt in meer of mindere mate (tijdelijke) zwelling van het been, ruim de helft daarvan heeft ook daadwerkelijk behandeling nodig.
De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd bij het aanwezig zijn van andere aandoeningen zoals diabetes, hart-en vaatziekten. Ook het continueren van roken en alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties.

Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

Ontslag en nazorg

Als de drain verwijderd is kunt u met ontslag. Dit is echter wel afhankelijk van de productie van de drains.
Na ontslag zult u 6 weken uw steunkousen moeten dragen. De eerste twee weken dag en nacht en nadien alleen overdag. Tevens zult u beginnen met het toedienen van een onderhuidse injectie van Fraxiparine ter voorkoming van trombose.

U zult onder controle blijven van de oncologisch chirurg.

Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitkomst van het onderzoek en de consequenties daarvan zullen poliklinisch met u worden besproken.

Bereikbaarheid

Polikliniek Heelkunde, 071-5262377
Bereikbaar van 8.15-11.00 en tussen 13.30-16.00 uur
Locatie: K2-R
Albinusdreef 2, 2300 RC Leiden
 
De locatie en het telefoonnummer van de afdeling waar u wordt opgenomen kunt u vinden in de brief met de oproep voor de operatie.

Juli 2016