Ruggenprik (gecombineerd epiduraal en spinaal)

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Anesthesiologie 

U heeft binnenkort een afspraak voor een operatie. Als u langer dan 2 uur aan het onderlichaam geopereerd moet worden en niet onder narcose gaat, kan de anesthesioloog samen met u besluiten om een gecombineerde ruggenprik uit te voeren. 

Wat is een ruggenprik? 

Deze ruggenprik is een combinatie van 2 soorten. De spinale ruggenprik verdooft het onderlichaam tijdens de operatie. De epidurale ruggenprik zorgt vervolgens voor pijnstilling in de dagen na de operatie via een dunne katheter (slangetje) in de rug. Als u wilt, kunt u tijdens de operatie wakker blijven. Maar u kunt ook om een slaapmiddel vragen als u dit liever heeft. Het operatiegebied zal helemaal afgedekt zijn, zodat u niks van de operatie kunt zien. 

Het zetten van een gecombineerde ruggenprik

Voor het prikken krijgt u zeer waarschijnlijk een medicijn ter ontspanning. Voor deze procedure zit u op de rand van het bed. U laat uw schouders hangen en maakt uw rug bol. De anesthesioloog zit achter u. Met de handen zal hij of zij in uw rug voelen om de beste plek voor de prik te bepalen. Daarna tekent de anesthesioloog deze plek af met een stift en verdooft en ontsmet hij of zij de huid. 

Er zal een naald tussen 2 werveluitsteeksels worden ingebracht. Daarna wordt er eerst verdovingsvloeistof ingespoten en vervolgens een dunne katheter ingebracht. Dit kan een prikkeling geven in de rug. Na het inspuiten van de verdoving zult u merken dat uw onderlichaam gaat tintelen en warm wordt. Later verdwijnt het gevoel en kunt u het onderlichaam tijdelijk niet meer bewegen. Het inwerken van de verdoving duurt ongeveer 15 minuten. 

Als u een ruggenprik krijgt, zult u ook een blaaskatheter krijgen. Dit is omdat u door de verdoving soms niet goed kunt aanvoelen of u aandrang heeft om te plassen. Deze zal worden geplaatst als de verdoving al werkt, hier merkt u dus niks van. 

Na de operatie

Afhankelijk van het gebruikte medicijn zal het 1,5 tot 5 uur duren voordat de verdoving is uitgewerkt. U heeft daarna nog wel pijnstilling via de katheter in de rug. Het deel van uw lichaam waaraan u geopereerd bent, voelt warm of verdoofd aan. U kunt alles blijven bewegen, u kunt wel wat spierzwakte hebben.

Er zal na de operatie dagelijks bij u gecontroleerd worden of er aanpassingen in de pijnstilling nodig zijn. Meestal wordt de katheter na 3 dagen verwijderd, de meeste pijn is dan verdwenen. Ervaart u toch nog pijn? Wacht dan niet te lang en vraag de verpleegkundige om een pijnstiller, of neem de voorgeschreven pijnstiller in. 

De ruggenprik moet helemaal uitgewerkt zijn voordat u naar huis kunt. Ook moet u een keer naar het toilet zijn geweest.

Complicaties en bijwerkingen

  • Het kan voorkomen dat de ruggenprik onvoldoende pijnstilling geeft. In dat geval kan de anesthesioloog u extra medicijnen geven. Helpt dit ook niet genoeg, dan is het soms nodig om op een andere vorm van pijnstilling over te gaan. 
  • Tijdens de procedure kan het zijn dat u een prikkeling voelt die uitstraalt naar uw been. Als u dit aangeeft, zal de anesthesioloog de naald iets verplaatsen. Dit gevoel verdwijnt daarna. 
  • Het kan voorkomen dat er een lage bloeddruk optreedt. Dit kan een licht gevoel in uw hoofd of een misselijk gevoel geven. Dit is goed te behandelen met medicijnen.
  • Er kan misselijkheid en/of jeuk optreden in de dagen na de operatie. Dit is eenvoudig te verhelpen met medicijn(aanpassingen).
  • Na de ruggenprik kan het voorkomen dat u hoofdpijn krijgt die erger wordt bij rechtop zitten dan bij liggen. Deze klachten verdwijnen meestal vanzelf binnen enkele dagen. Is dit niet het geval of worden de klachten worden erger? Neem dan contact op met de afdeling Anesthesiologie.
  • Na de ruggenprik kan er ook rugpijn voorkomen ter hoogte van de plek waar geprikt is. Dit gaat, net zoals normale rugpijn, na een aantal dagen vanzelf over. Neem contact op met de afdeling Anesthesiologie als de pijn erger wordt of als u koorts krijgt.

Aanpassingen van anesthesietechniek

De kans bestaat dat de anesthesietechniek zoals met u besproken is, nog aangepast gaat worden. Dat kan verschillende redenen hebben. Dit zal uw anesthesioloog dan op de dag van de operatie opnieuw met u bespreken.

Heeft u nog vragen? 

Als u vragen heeft, kunt u contact opnemen met de afdeling Anesthesiologie. Dat kan via telefoonnummer 071-526 45 83 (bereikbaar van ma-vr 10.00-12.00 uur en 15.00-16.30 uur, vr tot 16.00 uur).

December 2019