Endoscopische Retrograde Cholangio- en Pancreaticografie (ERCP)

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Maag-, darm- en leverziekten.

Binnenkort zult ondergaat u een onderzoek aan de galwegen of de alvleesklier. In deze folder wordt het doel van het onderzoek uitgelegd. Bovendien vindt u informatie over de voorbereiding op dit onderzoek en wordt de gang van zaken tijdens het onderzoek besproken.

Inleiding

Het verdient wellicht aanbeveling u wat meer te vertellen over de gal. Gal wordt gevormd in de lever. Gal kan direct uit de lever naar de dunne darm vloeien of eerst tijdelijk in de galblaas worden opgeslagen. 

Wanneer de galblaas zich samentrekt, vloeit de inhoud via de galafvoergang in de dunne darm. Soms kan de gal niet naar behoren afvloeien naar de darm. Hierdoor kan geelzucht ontstaan. Hierbij kunnen ogen en huid geel verkleuren, de ontlasting licht en de urine zeer donker van kleur worden.

Antistolling

Indien u een bloedverdunner gebruikt (bijv. Ascal, Plavix of ander bloedverdunnend medicijn) dient u dit te melden aan uw arts. Deze zal dan bepalen of de bloedverdunner tijdelijk gestopt kan worden.

Indien u een bloedverdunner gebruikt die wordt gedoseerd door de trombosedienst dient de dosering hiervan aangepast te worden. Dan is op de dag van onderzoek een INR-bepaling noodzakelijk.

Voor het onderzoek wordt vaak nog bloed afgenomen om de stolbaarheid te controleren. 

Bent u overgevoelig of allergisch voor bepaalde geneesmiddelen of contrastvloeistof dan dient u dit aan uw behandelend arts melden.

Voorbereiding

U moet nuchter zijn. Dat wil zeggen dat u de avond voorafgaande aan de dag van het onderzoek vanaf 24.00 uur niets meer mag eten en drinken.

U wordt de dag van het onderzoek opgenomen.


Ongeveer een half uur vóór het onderzoek krijgt u via een infuus antibiotica toegediend om galweginfecties na het onderzoek te voorkomen.

Het onderzoek

U wordt met bed naar de endoscopieafdeling gebracht. Het onderzoek vindt plaats met een flexibele slang (endoscoop).

Uw keel wordt verdoofd met een wat bittere spray. Hierdoor voelt u minder van de endoscoop in de keel. 

Indien u een gebitsprothese heeft, zal de verpleegkundige u voorafgaande het onderzoek vragen deze uit te doen.

Bent u in het bezit van uw eigen tanden, dan krijgt u tijdens het onderzoek een bijtring in de mond. Dit om te voorkomen dat u op de endoscoop bijt.

Vervolgens krijgt u een kalmerend middel en een pijnstiller toegediend. Hierdoor wordt u slaperig en zult u van het onderzoek minder merken.

Tijdens het onderzoek wordt regelmatig uw polsslag, bloeddruk en zuurstofgehalte gemeten. Soms is het noodzakelijk om het onderzoek met propofol of onder narcose te laten plaatsvinden. Dit wordt door de arts bepaald.

Tijdens het onderzoek ligt u op uw linkerzijde met uw linkerarm achter u. Op deze manier kunt u tijdens het onderzoek gemakkelijk op uw buik draaien. Tevens wordt er gebruik gemaakt van doorlichting m.b.v. röntgenstraling.

De dokter zal de endoscoop bij u inbrengen. Het inbrengen van de slang en de aanwezigheid ervan in de keel bemoeilijken het ademhalen niet.

Door de endoscoop wordt een dun slangetje in de afvoerbuis van de lever of de alvleesklier opgeschoven. Door dit slangetje wordt röntgencontrastvloeistof gespoten. Nu is het mogelijk om röntgenfoto's te maken.

Met gebruik van materialen door de endoscoop zijn meerdere behandelingen mogelijk. Soms kunt u tijdens het onderzoek korte periodes van pijn ervaren.


Complicaties

Hoewel dit onderzoek voor u betrekkelijk veilig is, kunnen zich incidenteel complicaties voordoen. Soms ontstaat er een (geringe) bloeding.

Ook kan de röntgencontrastvloeistof een prikkeling (= ontsteking) van de alvleesklier veroorzaken. In zeldzame gevallen (1:300) kan een perforatie optreden van de galweg.

Hierdoor kan een langer verblijf in het ziekenhuis noodzakelijk zijn en in een enkel geval snel operatief ingrijpen.

Zwangerschap

Als u (mogelijk) zwanger bent, neemt u dan contact op met uw behandelend arts. Deze zal dan met u overleggen of het onderzoek door kan gaan.

Nazorg

Na de ingreep hebt u het eerste uur een eet-, drink- en rookverbod. Afhankelijk van de uitgebreidheid van de ERCP kan dit worden verlengd.

Ook wordt uw bloed, temperatuur, pols en bloeddruk gecontroleerd. Bovendien kan het nodig zijn dat u langer met antibiotica behandeld wordt. In principe blijft u één nacht op de kortverblijfafdeling tot de volgende morgen. Ontslag op dezelfde dag kan alleen als de omstandigheden van de ERCP zeer gunstig zijn en altijd in overleg met de arts.

Tot slot

Met eventuele vragen kunt u contact opnemen met uw behandelend arts of op werkdagen met de endoscopieafdeling Maag-, Darm- en Leverziekten, 4e etage, route 164, balie zone C04-S 119.
Telefoonnummer 071 – 5263557 van 08.30 -16.00 uur.

Augustus 2016