Dubbelballon endoscopie (DBE) oraal

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Maag-, darm- en leverziekten

Binnenkort ondergaat u een onderzoek van de dunne darm benaderd vanuit de maag op de Endoscopieafdeling van het Maag-Darm-Levercentrum. Dit noemen we een dubbelballon endoscopie (DBE) oraal. In deze folder leggen we uit hoe dit onderzoek van de dunne darm verloopt. 

Wat is een DBE

Een DBE is een kijkonderzoek van de dunne darm om de oorzaak van uw klachten te vinden. Hiervoor gebruikt de arts een endoscoop. Dit is een buigzame, flexibele slang waaraan een camera en een lampje zitten. Over deze slang is een ‘overtube’ (een doorzichtige plastic slang over de endoscoop) geschoven met een ballon. Ook zit er een speciale ballon aan het einde van de endoscoop waar ook de camera zit. Door het opblazen en leeg laten lopen van de ballonnetjes, kan de endoscoop door de dunne darm bewegen. 

Bij een orale DBE schuift de arts de endoscoop via de mond naar de dunne darm. Het heen en weer schuiven de scoop voelt u in de keel. Als u afwijkingen in de dunne darm heeft, dan volgt mogelijk een behandeling.

Het onderzoek vindt bijna altijd plaats met een kalmerend middel en/of pijnstilling of met diepe sedatie (zie het kopje ‘Onderzoek met sedatie’).

Voorbereiden op het onderzoek

Kleding  

Draag makkelijke en niet-knellende kleding. Sieraden of andere kostbaarheden kunnen kwijt raken, u kunt ze daarom beter thuislaten. 

Medicijnen

Sommige medicijnen hebben invloed op het onderzoek. Volgt u daarom onderstaande instructies. 

Antistolling 

Gebruikt u een bloedverdunner (bijvoorbeeld Ascal, Plavix of de nieuwe antistollingsmiddelen)? Meld dit dan aan uw behandelend arts. Deze zal dan bepalen of de bloedverdunner tijdelijk gestopt kan worden. Gebruikt u een bloedverdunner die de trombosedienst doseert (zoals fenprocoumon (Marcoumar®) of acenocoumarol)? Dan moet de trombosedienst de dosering hiervan aanpassen. In dat geval moet u, zodra de datum van het onderzoek bekend is, contact opnemen met de trombosedienst. Op de dag van het onderzoek is een INR-bepaling nodig.

Glucoseregulerende medicijnen

Heeft u diabetes mellitus, dan krijgt u van uw behandelend arts advies over het aanpassen van uw bloedsuikerregulerende medicijnen. Bij twijfel kunt u contact opnemen met uw diabetesverpleegkundige.

Uw andere medicijnen kunt u over het algemeen op de gebruikelijke manier en tijd innemen.

Eten en drinken 

Voor dit onderzoek moet de dunne darm volledig leeg (schoon) zijn. Als er nog ontlasting in de darm is achtergebleven, kunnen afwijkingen gemist worden. Volg daarom onderstaande instructies. 

10 dagen voor het onderzoek 

  • Stop met geneesmiddelen die ijzer of aluminiumverbindingen bevatten. Deze medicijnen maken de darmwand minder goed zichtbaar. 
  • Stop met geneesmiddelen die de darmwerking vertragen, zoals codeïne, loperamide (imodium, diacure) of Buscopan®. 

Overleg over bovenstaande punten altijd eerst met uw behandelend arts!

1 dag vóór het onderzoek 

Tussen 8.00-16.00 uur

  • U mag niet eten. Alleen vloeibaar zoals pap, vla, yoghurt, bouillon melk, thee, water.

Tussen 16.00-18.00 uur

  • Drink 1 glas picoprep. Los 1 zakje poeder op in een groot glas met koud water ( goed roeren). Drink daarnaast ten minste 2 liter heldere vloeistoffen* binnen 2 uur. U hoeft dus maar 1 zakje te gebruiken. 

*Heldere vloeistoffen zijn bijvoorbeeld: water, thee, heldere bouillon, heldere vruchtensap zonder vruchtvlees, heldere frisdranken.

Na 18.00 uur

Blijf zo veel mogelijk heldere vloeistoffen drinken.

Dag van het onderzoek 

2 uur vóór het onderzoek 

  • U mag vanaf nu niets meer drinken. 

Meld bijzonderheden vooraf

Laat het ons weten wanneer u een lichamelijk beperking of handicap heeft. Zo kunnen we als het nodig is, extra tijd inplannen voor het onderzoek.

Bent u verhinderd?

Laat het ons op tijd weten wanneer de afspraak niet kan doorgaan. Wij kunnen dan een andere patiënt in uw plaats helpen.

Dag van het onderzoek

Waar moet u zich melden?

Het onderzoek wordt poliklinisch gedaan op de Endoscopieafdeling. U kunt zich melden bij balie 119, route 164 (C04-S). De afdeling bevindt zich op de vierde verdieping van het ziekenhuisgebouw. De gastvrouwen/-mannen in de centrale hal van het LUMC wijzen u graag de weg. 

De verpleegkundige haalt u op uit de wachtkamer naar de ‘uitslaapkamer’. 

Voor de toediening van de sedatie brengen we voor het onderzoek een infuusnaald bij u in. In verband met deze voorbereidingen vragen we u 30 minuten voor aanvang onderzoek te komen. De voorbereidingen worden op de ‘uitslaapkamer’ uitgevoerd.

Onderzoek met sedatie

Meestal wordt het onderzoek uitgevoerd met kalmerende en pijnstillende middelen (sedatie). Sedatie is geen narcose maar een ontspanningsmiddel. Van de sedatie kunt u slaperig worden en u merkt minder van het onderzoek. 

Soms wordt diepe sedatie gegeven. Daarvoor gebruiken we het middel propofol. De arts bepaalt of dit voor u van toepassing is. Zie ook de folder Diepe sedatie (propofol) bij endoscopie (propofol).

Begeleiding 

Als u (diepe) sedatie krijgt voor dit onderzoek, is het noodzakelijk dat iemand u ophaalt van de Endoscopieafdeling, C04-S, route 164. U mag niet alleen naar huis, ook niet met openbaar vervoer of de taxi. De hele dag mag u geen motorvoertuig besturen en het is verstandig de rest van de dag rustig aan te doen.

Heeft u diepe sedatie gekregen, dan is het noodzakelijk dat er ’s nachts iemand bij u in huis is.

Let op: Heeft u dit niet geregeld, dan kan het onderzoek niet doorgaan.

Het onderzoek 

De endoscopieverpleegkundige brengt u naar de onderzoekskamer. Deze verpleegkundige stelt enkele veiligheidsvragen aan u.

Voor het onderzoek begint, krijgt u van de verpleegkundige een keelspray. Dit middel verdooft uw keel, waardoor u de endoscoop minder goed voelt. Als u een kunstgebit heeft, moet u dat tijdens het onderzoek uitdoen. Verder krijgt u een bijtring in uw mond tijdens het onderzoek. Dit om uw tanden te beschermen en om te voorkomen dat u op de endoscoop bijt.  

Tijdens het onderzoek ligt u op de linkerzij. U krijgt een 'knijper' op uw vinger waarmee we uw hartslag en zuurstofgehalte in het bloed tijdens het onderzoek in de gaten houden. Ook krijgt u een bloeddrukband om voor de bloeddrukmeting. Via de infuusnaald dienen we u de kalmerende en pijnstillende middelen toe. 

De arts legt de endoscoop achter op uw tong en vraagt u goed te slikken. Het inbrengen van de endoscoop en de aanwezigheid ervan in uw keel maakt het ademhalen niet moeilijker. De overtube wordt tijdens het onderzoek regelmatig heen en weer bewogen. Het opschuiven van de endoscoop kan pijn doen. Zonodig krijgt u via het infuus extra pijnstilling.

Wanneer er wat slijm in uw mond komt, kunt u dit gewoon uit uw mond laten lopen op het beschermmatje dat onder uw hoofd ligt. De verpleegkundige zal dit slijm ook wegzuigen met een dun slangetje. Tijdens het onderzoek blaast de arts wat lucht door de endoscoop. Dit kan kort een beetje een vol gevoel geven in de buik. Hierdoor kunt u gaan boeren of winden laten tijdens het onderzoek. Dit is normaal tijdens en na het onderzoek. Het zal u alleen maar opluchten. 

De arts kan met behulp van een dunne tang wat weefsel aan de binnenkant van de darm wegnemen. Dit heet een biopsie. U voelt hier niets van. Dit weefsel wordt onderzocht onder de microscoop. Zo nodig kunnen behandelingen worden uitgevoerd.

Duur van het onderzoek

Het onderzoek duurt ongeveer 90 minuten, soms langer.

Risico’s en bijwerkingen 

Over het algemeen is het onderzoek veilig en weinig belastend. Ondanks het feit dat het onderzoek voorzichtig wordt uitgevoerd, is er toch een kleine kans (kleiner dan 1 procent) op een complicatie. Denk daarbij aan een perforatie of bloeding. Een perforatie of bloeding kan aanleiding zijn om u op te nemen, het onderzoek te herhalen en de complicatie te verhelpen.

Na het onderzoek 

Als u opgenomen bent in het ziekenhuis, gaat u terug naar de afdeling. Anders blijft u nog 30 minuten op de uitslaapkamer. Wanneer u diepe sedatie heeft gekregen, blijft u 60 minuten op de uitslaapkamer. 

Na de observatie op de uitslaapkamer moet u opgehaald worden van de Endoscopieafdeling en samen met uw begeleider naar huis. 

Uitslag 

U krijgt een voorlopige uitslag of een verslag van het onderzoek mee naar huis. De uitslag van een eventueel biopt krijgt u bij uw vervolgafspraak op de polikliniek.

Heeft u nog vragen?

Als u vragen heeft, kunt u contact opnemen met de Endoscopieafdeling van de Maag-Darm-Leverziekten. Dat kan op werkdagen via telefoonnummer 071-526 35 57.

Bij medische problemen, zoals hieronder beschreven, na de scopie kunt u contact opnemen met het LUMC via 071-526 91 11 en vragen naar de dienstdoende maag-darm-leverarts.

  • Hevige buikpijn
  • Zwarte ontlasting 
  • Bloed bij de ontlasting
  • Bloed braken
  • Hoge koorts 

Juni 2020