Commando

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en)

Keel- neus- oorheelkunde



Uw KNO-arts heeft u verteld dat u een kwaadaardige tumor van de mond-/keelholte heeft. In uw geval betekent dit dat u een operatie zult ondergaan, ‘commando’ genoemd. De KNO-arts heeft u al uitleg gegeven over de ingreep. Deze folder is een aanvulling daarop.

Een aantal onderwerpen in deze folder zal u bekend voorkomen terwijl andere onderwerpen misschien zorgen voor vragen. Leest u de folder goed door en schrijf uw vragen op om ze mee te nemen bij de opname. Uw vragen kunnen dan besproken en beantwoord worden.

Wat is een commando?

In het geval van een grote tumor in de mond-/keelholte kan besloten worden om te opereren. De operatie noemen we ‘commando’ en staat voor Combined Mandibulair Operation. Tijdens deze operatie wordt de tumor verwijderd, vaak samen met een deel van de onderkaak, tong en/of mondbodem. Vervolgens vindt er een reconstructie plaats.

De anatomie van de mond en de keelholte


De mond omvat onder meer de lippen, de mondholte met de tong, mondbodem, de boven- en onderkaak met tanden, en het verhemelte. De keelholte vormt de overgang van de mondholte naar de slokdarm. De mond- en keelholte is bekleed met slijmvlies. Speekselklieren houden de mond vochtig. De tong en keel spelen een belangrijke rol bij het praten, slikken, kauwen en de smaak.

De operatie

Om de tumor goed te kunnen verwijderen wordt de kaak gespleten. Meestal worden ook de lymfeklieren uit de hals verwijderd.

Na het verwijderen van de tumor vindt de reconstructie plaats. Er wordt gebruikgemaakt van een spierlap van de borst om het gebied van de wond te dichten. Ook kan er gekozen worden voor een spierlap van de borst, het onderbeen of de onderarm. De plastisch chirurg bepaald welke optie de beste is.

Wanneer er een stukje van de onderkaak weggehaald is, kan deze soms gereconstrueerd worden met een stukje bot uit het onderbeen of de onderarm.

De kaak wordt met van een metalen plaatje weer aan elkaar gezet. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van een huidtransplantaat van de arm, borst of bovenbeen om de wond te bedekken als dit nodig.

Vanwege de zwelling na de operatie wordt er tijdelijk een tracheotomie aangebracht. Dit is een buisje (canule) in de hals waar u door kunt ademen, zie het plaatje hieronder.

De dag van opname

Waar kunt u zich melden?

Op de dag van opname verwachten we u om 10.30 uur op de afdeling KOHG (route 265). De gastvrouwen-/mannen in de centrale hal van het LUMC wijzen u graag de weg.

Het behandelteam

Tijdens uw opname heeft u contact met verschillende mensen (disciplines) binnen het LUMC: het behandelteam. Met enkelen heeft u al kennisgemaakt op de polikliniek. Anderen ziet u op de dag van opname of pas na de operatie. De verpleegkundige op de afdeling en de KNO-zaalarts is uw aanspreekpunt. Als u contact wilt met andere disciplines – zoals maatschappelijk werk of geestelijke verzorging – kunt u dat via hen aanvragen

Voorbereiding op de operatie

De opnamedag is vaak een lange dag. De zaalarts en verpleegkundige zullen de operatie met u bespreken en uitleg geven over de periode na de operatie. Daarnaast spreekt u met de oncologisch chirurg. Tijdens het wachten op deze gesprekken is het de bedoeling dat u op de afdeling blijft. Vanwege alle informatie die u gaat krijgen, raden we aan om uw partner of een ander familielid mee te nemen.

Naast de gesprekken wordt er tijdens de opnamedag soms nog aanvullend onderzoek gedaan, zoals bloedafname. ’s Avonds begint u met fraxiparine. Dit is een prik die u de tijdens hele opname één keer per dag krijgt om de kans op het ontwikkelen van trombose te verkleinen.

De operatie

Vanaf 24.00 uur de nacht voor de operatie mag u niets meer eten en drinken. Op de dag van de operatie wordt u vroeg in de ochtend voorbereid voor de operatie. U krijgt operatiekleding aan en uw bed wordt verschoond. Sieraden, een eventueel gehoorapparaat of gebitsprothese mogen niet gedragen worden tijdens de operatie. Ook nagellak en make-up moet verwijderd worden. Op uw kamer is een kluisje aanwezig voor waardevolle spullen, maar we adviseren om deze zo veel mogelijk thuis te laten. Op de afgesproken tijd gaat u naar de ‘holding’, dit is de voorbereidingskamer voor de operatie. Na enige tijd wordt u naar de operatiekamer gebracht.

Duur van de operatie

De commando wordt uitgevoerd door verschillende specialisten: de hoofd-halschirurg, kaakchirurg en plastisch chirurg. Meestal moet er nog een extra ingreep naast de commando gebeuren, bijvoorbeeld het verwijderen van lymfklieren in de hals. De operatie duurt de hele dag.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de PACU (Post Anesthesia Care Unit). Dit is een bewaakte uitslaapkamer. De verpleegkundigen hier zijn speciaal opgeleid om de eerste zorg na de operatie uit te voeren. U kunt hier weinig bezoek ontvangen (zie ook de folder Post Anesthesia Care Unit (PACU)).

Wanneer u voldoende hersteld bent van de ingreep en de narcose, gaat u naar de verpleegafdeling KNO. Dit is over het algemeen de volgende dag.

Eerste dagen na de operatie

De eerste dagen na de operatie is geen gemakkelijke periode. U bent waarschijnlijk nog erg moe als gevolg van de ingreep en de narcose. Regelmatig zullen uw bloeddruk, temperatuur en pols gecontroleerd worden. Wanneer u wakker bent, zult u merken dat u verschillende slangen in uw lijf heeft. Hieronder beschrijven we wat deze betekenen en wat verzorging gaat inhouden.

Blaaskatheter

Tijdens de operatie krijgt u een katheter (slangetje) in de blaas. Dit is om in de gaten te houden hoeveel u plast. Meestal wordt deze katheter de eerste dag na de operatie verwijderd.

Maagsonde

Na de operatie mag u niets eten en drinken. Dit is om het wondgebied de tijd te geven om te kunnen genezen. Afhankelijk van de manier waarop de ‘slikweg’ gesloten wordt, krijgt u na 7 tot 14 dagen een proefslok om te kijken of er geen (naad)lekkage optreedt. Als dit niet het geval is, mag u beginnen met eten. Tot aan de proefslok krijgt u voeding via een maagsonde. Door deze sonde kunnen ook uw medicijnen gegeven worden.

Infuus

Na de operatie heeft u een infuus. Hierdoor krijgt u extra vocht toegediend. Ook kunnen medicijnen gegeven worden als dat nodig is. Bijvoorbeeld medicijnen tegen de misselijkheid of antibiotica. Zodra u voldoende voeding krijgt via de sonde en medicijnen door het infuus niet meer nodig zijn, wordt het infuus gestopt.

Wonddrains

In het wondgebied worden drains achtergelaten. Een wonddrain wordt geplaatst om bloed en wondvocht uit het gebied van de wond af te voeren en om de genezing van de wond te bevorderen. Het is een dun slangetje van zacht plastic, waarvan een deel kleine gaatjes heeft. Het gedeelte met de gaatjes wordt tijdens de operatie in het wondgebied geplaatst. Het wondvocht wordt opgevangen in een afgesloten fles. Zodra de productie van de drains onder een bepaalde grens is, worden de drains verwijderd.

Mondverzorging

De mondverzorging is erg belangrijk na de operatie. De arts bekijkt regelmatig uw mond en of de wond goed geneest. De mondhygiëniste komt vaak bij u langs en u moet regelmatig de mond spoelen. In het begin mag u uw tanden nog niet poetsen. Dit vanwege de grote kans op beschadiging in de mond. De mondhygiëniste bespreekt dit met u.

Tracheotomie

Na de operatie heeft u een tracheotomie. Na de operatie wordt de tracheotomie om de 4 uur verzorgd door een verpleegkundige. Hij of zij druppelt de tracheacanule met een zoutoplossing. Hiervan gaat u hoesten. Dit is om korstjes en slijm uit de luchtpijp los te weken en te kunnen ophoesten. Als het in het begin nog niet lukt om voldoende op te hoesten wordt het slijm met een zuigslang opgezogen.

De canule heeft een cuff. Dit is een kleine ballon die gevuld kan worden met lucht. De cuff zit aan het onderste gedeelte van de buitencanule en bevindt zich in de luchtpijp. Een canule met cuff wordt ingebracht tijdens de operatie. Omdat de slikfunctie na de operatie tijdelijk verstoord is bestaat het risico dat vocht direct in de longen terechtkomt. Dat kan een longontsteking veroorzaken. De cuff voorkomt dat. 

Zodra de zwelling van het operatiegebied voldoende is afgenomen, verwijderen we de canule. Het gaatje wordt dichtgeplakt zodat het kan genezen. Tijdens de opname krijgt u aan de hand van voorbeeldmateriaal uitgebreide uitleg hierover.

Communiceren

De eerste periode na de operatie is het niet mogelijk om te praten. Een mogelijkheid om te communiceren is door op te schrijven wat u wilt zeggen. We weten uit ervaring dat veel mensen hier snel aan wennen. De verpleegkundigen van de afdeling kunnen u hierbij helpen. Ze kunnen ook tips geven als u om welke reden dan ook moeilijk of helemaal niet kunt schrijven. Aarzel in elk geval niet om uw problemen aan te geven. Zodra de canule verwijderd wordt, kunt u weer gaan praten.

Bewegen

Over het algemeen gaat u de dag na de operatie al uit bed. Samen met u wordt dagelijks besproken welke lichamelijke inspanning u mag doen. Dit zal elke dag verder worden uitgebreid. Als het nodig is, komt ook de fysiotherapeut bij u langs.

Gevolgen van de operatie

Door de operatie kunt u lange tijd problemen hebben met slikken en/of spreken. Als dit bij u zo is, zult u met de logopediste gaan oefenen. 

Ontslag en nazorg

Ongeveer 10 tot 14 dagen na de operatie mag u weer naar huis (met ontslag). Na ontslag zult u lange tijd onder controle blijven. U zult regelmatig naar het ziekenhuis terug moeten voor een controlebezoek aan de KNO-arts, plastisch chirurg en kaakchirurg . Uw afspraken met de logopedist, maatschappelijk werker en/of de diëtist heeft u na ontslag op de polikliniek.

Daarnaast kunt u na ontslag terecht met vragen bij de verpleegkundig consulent hoofd-halsoncologie.

Heeft u vragen?

Als u nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling KOHG, de polikliniek KNO of de verpleegkundig consulent hoofd-halsoncologie. Dat kan tijdens kantooruren via: 

  • 071-526 25 39 (verpleegafdeling KOHG)
  • 071-526 80 20 (polikliniek KNO)
  • 071-529 98 49/071-529 79 51 of contacthoofdhals@lumc.nl  (verpleegkundig consulent hoofd-halsoncologie)

Meer informatie

Vereniging Klankbord is een contactgroep voor patiënten met kanker in het hoofd-/halsgebied. Zij bieden ondersteuning aan (ex)patiënten door middel van bijvoorbeeld informatievoorziening en lotgenotencontact.

Juni 2020