Hielbeenbreuk

Een calcaneus fractuur (hielbeenbreuk) is een beruchte botbreuk die veel nare gevolgen voor de patiënt kan hebben. De belangrijkste klachten kunnen later zijn dat de schoenen niet meer goed passen door een veranderde vorm van de achtervoet. Soms leidt dat tot verandering van de schoenmaat. De andere belangrijke klacht is dat pijn ontstaat tijdens het lopen doordat het kraakbeen van het onderste enkelgewricht beschadigd is. Dit lijdt vaak tot belangrijke functionele beperkingen in vrijwel alle facetten van het dagelijks leven.

Behandeling

Er is nog niet goed uitgezocht welke patiënt wel en welke patiënt niet een operatie nodig heeft om deze klachten na behandeling zo veel mogelijk te voorkomen. Veelal komen de patiënten met een breuk met verplaatsing in het onderste enkel gewricht in aanmerking voor een operatie.

In 90% van de gevallen wordt dit in Nederland gedaan doormiddel van een grote snede aan de buitenzijde van het hielbeen en vindt de fixatie plaats met een plaat en schroeven. Het grote probleem van deze techniek is dat de wond in 30% van de gevallen infecteert en de breuk niet goed vastgroeit waarvoor er meerdere operaties nodig kunnen zijn.

In het LUMC wordt u geopereerd middels een minimaal invasieve techniek. Hiermee worden onder narcose in buikligging met 8 tot 10 kleine sneetjes een spanapparaat (distractor) over de achterzijde van de voet geplaatst en de hielbeen op lengte en hoogte gekregen. Via een snee in de voetzool wordt het onderste enkelgewricht in lijn gebracht. Vanuit de achterkant kunnen 1 of 2 schroeven worden geplaatst en via een kleine snee aan de buitenzijde van de voet wordt een kortere schroef met een ringetje geplaatst om de verkregen hoogte te behouden. Het spanapparaat wordt verwijderd voordat u uit narcose bijkomt

Uitkomsten van zorg

De kans op een infectie is minder dan 10% en is vaak goed met alleen antibiotica te behandelen. Vrijwel alle patiënten behouden hun oorspronkelijke pasvorm van de voet en kunnen hun eigen schoenen weer dragen. De pijnklachten op langere termijn uiten zich als pijn aan de buitenzijde van het hielbeen of bij pijn bij het lopen op ongelijkmatige ondergrond. Vooral deze laatste klacht komt veel voor. Bij ongeveer de helft van de patiënten worden de schroeven later verwijderd omdat ze klachten geven. Enkele patiënten hebben verlies van gevoel aan de buitenste voetrand. Meer dan de helft van deze klachten verdwijnt in de regel spontaan.

De internationale scores waarmee we de mate van succes van de behandeling uitdrukken (AOFAS) zijn 83 uit 100 en dat is conform of zelfs iets beter dan in de internationale literatuur gezien wordt.

In het LUMC doen we onderzoek naar de beste behandeling en de uitkomsten van hielbeenfracturen, omdat er nog veel vragen omtrent de juiste behandeling bestaan. We vragen dan ook aan iedere patiënt of er bezwaren zijn tegen het gebruik van (geanonimiseerde) gegevens. Vanzelfsprekend heeft het antwoord hierop geen enkel invloed op de behandeling.