Patiëntenfolder

Leefregels rondom intrathecaal catheters

Doel  Intrathecale medicatie kan toegediend worden bij oncologische patiënten in een palliatieve setting met ernstige pijn bij kanker die niet goed onder controle te krijgen is met reguliere pijnmedicatie. De medicatie wordt toegediend met een subcutaan geïmplanteerde pomp die aangesloten is aan een catheter die in de spinale ruimte wordt geplaatst. In dit document worden de leefregels rondom het gebruik van een intracatheter beschreven.

Pijnbehandelcentrum

Toepassingsgebied 

(Leerling)Verpleegkundigen en verzorgenden. 

  

Werkwijze/uitvoering 

Het plaatsen van een intrathecale pomp vindt plaats op het operatiecomplex. Er wordt een spinale catheter geplaatst via een naald in de rug. Vervolgens wordt deze catheter onder de huid naar de buikzijde getunneld en aangesloten aan een pomp die in een pocket onder de huid in de buik wordt geplaatst. De pomp wordt vervolgens gevuld met pijnmedicatie die via de catheter in de spinale ruimte wordt afgegeven. 

Na de procedure wordt de pijnmedicatie klinisch omgezet naar de intrathecale dosering. De pijnspecialist maakt hiervoor een plan. Patiënt mag met ontslag zodra de omzetting van pijnmedicatie is voltooid. Dit kan enkele dagen in beslag nemen. 

  

Complicaties 

  • Infectie 
  • Liquorlekkage en postspinale hoofdpijn 
  • Overdosering (suf, ademdepressie, epilepsie) 
  • Zenuwschade 
  • Zwelling van de pomppocket (seroom of nabloeding) 
  • Epiduraal hematoom (motorische uitval van de benen, is een alarmsymptoom waarbij direct contact gezocht moet worden met de pijnspecialist). 

Nazorg 

De patiënt mag mobiliseren op geleide van klachten. De pomp kan initieel ongemakkelijk aanvoelen. Voorzichtigheid is in de eerste weken geboden met drukverhogende momenten. Eventueel kan abdominale compressie verlichting bieden. 

De wond van de pockets dienen verzorgd te worden volgens standaard werkwijze. Als er vocht in de pocket ontstaat kan abdominale compressie extra accumulatie van vocht tegengaan. Eventuele pijn van de wond wordt met pijnmedicatie behandeld volgens voorschrift van de pijnspecialist. Bij koorts en krachtsverlies in de benen dient contact opgenomen te worden met de pijnspecialist. 

Follow up 

De patiënt krijgt een afspraak 2 weken na de plaatsing op de pijnpoli voor wondcontrole. 

  

Bij problemen 

Graag overleg met de consulent pijngeneeskunde in het LUMC, pGSM 99946 (24/7 bereikbaar)