Algehele anesthesie bij kinderen
De afdeling anesthesiologie
Wat is Algehele anesthesie bij kinderen?
Uw kind heeft binnenkort een afspraak voor een operatie waarbij algehele anesthesie (narcose) wordt gegeven. Bij deze vorm zal uw kind in een diepe slaap worden gebracht waardoor hij/zij niets merkt of voelt tijdens de operatie.
Wat is algehele anesthesie?
Algehele anesthesie noemen we ook wel narcose. Hierbij is het hele lichaam verdoofd en ben je buiten bewustzijn. Uw kind merkt niets van de operatie en kan zich er ook later niks van herinneren. De slaapmiddelen krijgt uw kind via een infuus of een kapje. Uw kind wordt beademd en hartslag, bloeddruk, zuurstofgehalte en diepte van de anesthesie worden in de gaten gehouden.
De operatie
Op de dag van de operatie wordt uw kind samen met een van de ouders en soms een pedagogisch medewerker, naar het operatiekamercomplex gebracht als hij/zij aan de beurt is.
Op de operatiekamer vragen we uw kind op de operatietafel te komen liggen. We sluiten hem/haar aan op de monitor. Hiermee houden we het hartritme, bloeddruk, zuurstofgehalte in het bloed tijdens de operatie in de gaten. In sommige gevallen meten we ook hoe diep uw kind slaapt, door middel van een sticker op het voorhoofd.
Het team zal een briefing uitvoeren. Hierbij vragen we nogmaals naar de gegevens van uw kind.
Daarna wordt uw kind onder narcose gebracht door middel van een kapje of een infuus, dit zal de anesthesioloog met u bespreken. Uw kind zal zich eerst draaierig voelen, en valt daarna in een diepe slaap. U wordt als ouder op dat moment onder begeleiding weer terug gebracht naar de afdeling waar uw kind is opgenomen.
Als uw kind onder narcose is, plaatst de anesthesioloog een beademingsbuisje in de keel. Daarnaast wordt er soms nog een extra infuus, blaaskatheter of maagsonde ingebracht. Is dat het geval bij uw kind, dan is dat van te voren met u besproken op de polikliniek.
Het kan eventueel voorkomen dat er extra materiaal wordt ingebracht tijdens de operatie, zoals een urinecatheter of infuus.
Na de operatie
Als de operatie klaar is, maakt de anesthesioloog uw kind wakker en verwijdert hij of zij het beademingsbuisje. Daarna wordt uw kind naar de uitslaapkamer gebracht en mag u weer bij uw kind zijn.
Op deze uitslaapkamer (ook wel verkoever genoemd) controleren we de bloeddruk, hartslag, ademhaling en zuurstofgehalte van uw kind. Als hij/zij goed wakker is, en de eventuele pijn onder controle is, worden u en uw kind weer terug naar de afdeling gebracht.
Complicaties en bijwerkingen
- Het kan voorkomen dat uw kind misselijk is of moet overgeven. De anesthesioloog kan proberen deze klachten te verminderen door medicijnen toe te dienen via het infuus.
- Er zou tandbeschadiging kunnen optreden als het plaatsen van het beademingsbuisje moeilijk gaat.
- Uw kind kan last hebben van heesheid of keelpijn als gevolg van het beademingsbuisje. Dit gaat meestal binnen enkele dagen vanzelf over.
- Door een verkeerde ligging tijdens de operatie zou zenuwbeschadiging van een arm of been kunnen optreden. Als gevolg daarvan kunnen tintelingen en krachtsverlies optreden. Dit zou enkele weken kunnen aanhouden. Als de klachten blijven bestaan, adviseren we u contact met ons op te nemen.
Ernstige complicaties komen gelukkig slechts zeer zelden voor. Dit komt meestal door een zeer zeldzame calamiteit, of hangen samen met de gezondheidstoestand. De anesthesioloog zal het met u bespreken als uw kind extra risico loopt.
Aanpassingen van anesthesietechniek
De kans bestaat dat de anesthesietechniek zoals met u besproken, nog aangepast gaat worden. Dat kan verschillende redenen hebben. De anesthesioloog zal dit dan op de dag van de operatie opnieuw met u bespreken.
Hebt u nog vragen?
Als u vragen heeft, kunt u contact opnemen met de afdeling Anesthesiologie. Dat kan via telefoonnummer 071-526 45 83 (bereikbaar van ma-vr 8.00-12.00 uur en 13.30-15.00 uur).