“Vrouwen mogen hun klachten serieus nemen”
Foto door: Annemarie Bakker
Jij zet je al langere tijd in voor vrouwenzorg en vrouwengezondheid. Waar komt die persoonlijke interesse vandaan?
“Eind jaren ‘90 en begin 2000 kwam er steeds meer aandacht voor vrouwenzorg. We wisten toen al dat de zorg voor vrouwen vaak minder goed was dan die voor mannen. Steeds meer mensen begrepen dat ‘one size fits all’ niet werkt in de zorg. Lange tijd was bijna al het onderzoek gedaan bij mannen, en de resultaten daarvan werden daarna gebruikt voor iedereen. De afgelopen jaren zien we duidelijk dat dit niet klopt: er zijn grote verschillen tussen mannen en vrouwen. Wat we weten over het mannenlichaam, geldt niet automatisch voor vrouwen."
Wat is een opvallend verschil tussen mannen en vrouwen?
“We zien bijvoorbeeld dat vrouwen zich anders gedragen als het gaat om gezondheid dan mannen. Zo gaan vrouwen vaker naar de huisarts. Dat vind ik interessant: waarom is dat zo, en hoe kunnen we vrouwen daarbij helpen? Het zou mooi zijn als we beter met vrouwen leren praten over preventie en gezondheidsbevordering. Daarom wil ik onderzoeken hoe en wanneer een arts dat het beste in de spreekkamer kan doen. Misschien kunnen we zo problemen in de toekomst voorkomen. Ik denk dat daar nog veel te winnen is.”
Hoe kunnen we ervoor zorgen dat vrouwen op de juiste plek terecht komen met hun klachten?
“Het begint ermee dat klachten van vrouwen altijd serieus worden genomen. Denk aan menstruatiepijn, overgangsklachten, of klachten rondom de zwangerschap. Maar ook vage klachten zoals vermoeidheid, wat kan wijzen op een hartprobleem. In onze maatschappij worden vrouwenklachten te vaak weggezet als ‘het zit tussen de oren’. Dat idee zit diep, ook bij vrouwen zelf. Daardoor krijgen vrouwen niet altijd de behandeling die ze nodig hebben, en gaan ze daarna wéér naar de huisarts. Gelukkig zijn er afdelingen, zoals Gynaecologie, waar vrouwen wél altijd erkenning krijgen voor hun klachten. Daar kunnen we veel van leren. Waarom is daar wel aandacht voor veelvoorkomende klachten van vrouwen, en op andere plekken minder? En hoe kunnen we die kennis gebruiken in de rest van de zorg?”
Op welke manier werkt het LUMC actief aan meer erkenning voor vrouwenzorg?
"Dat doen we in een werkgroep met zorgprofessionals en onderzoekers van onder andere gynaecologie, neurologie, hartziekten, urologie, klinische epidemiologie en anatomie. Ik doe zelf mee vanuit mijn rol als huisarts. In het Leids Hoofdpijn Centrum kijken we bijvoorbeeld naar de invloed van hormonen op migraine. In onze Women Heart Health Clinic is weer veel aandacht voor hart- en vaatziekten bij vrouwen. En de
Women&More studie onderzoekt het gebruik van mifepriston als anticonceptiemiddel. Eén van onze ambities is dat onderzoekers voldoende vrouwen laten meedoen in hun studies. Alleen zo kunnen we betere zorg voor vrouwen ontwikkelen. Met de werkgroep willen we niet alleen de samenwerking tussen vrouwenspecialismen in het ziekenhuis versterken, maar ook de samenwerking met zorgpartners in de regio. Zodat zoveel mogelijk vrouwen in de regio baat hebben bij deze samenwerking.”
Hoe kan het LUMC op gebied van vrouwenzorg samenwerken met zorgverleners in de regio?
“Als huisarts in het ziekenhuis ken ik zowel de zorg in het LUMC als de zorg bij huisartsen in de regio. Daardoor zie ik hoe belangrijk het is om kennis met elkaar te delen. Wat zorgprofessionals in het LUMC bespreken met vrouwelijke patiënten kan heel waardevol zijn voor huisartsen en andere zorgverleners. Hetzelfde geldt voor de hulpmiddelen die wij gebruiken. Bij de behandeling van vrouwen met migraine werken we bijvoorbeeld met een hoofdpijndagboek. Het zou fijn zijn als zorgverleners in de regio dat dagboek ook kunnen inzetten, zodat patiënten niet verwezen hoeven worden, maar dat we de expertise uit het LUMC kunnen gebruiken in de huisartspraktijk.”
Wat zou je vrouwen in Nederland willen meegeven?
“Vrouwen mogen hun klachten serieus nemen. Praat erover met je huisarts en denk niet te snel dat het ‘wel meevalt'. Ik wijs vrouwen ook graag op de podcasts en PEP-talks over vrouwengezondheid van het LUMC. Op 23 april van 12.30 tot 12.50 uur geeft mijn collega Maxime Kummeling, uroloog bij het LUMC, bijvoorbeeld een interessante PEP-talk over incontinentie en de bekkenbodem. Ook kunnen we elkaar in de samenleving helpen. Als een vrouw in jouw omgeving vertelt dat ze veel menstruatiepijn heeft, let dan op je eerste gedachte en reactie. Ben je oordelend, of luister je open naar haar verhaal? Laten we samen zorgen dat klachten van vrouwen worden erkend en normaal gevonden.”
