‘Ik zie epidemiologen echt als dokters van het onderzoek’
Van links naar rechts: Lodewijk Pet, Astrid van Hylckama Vlieg en Géraldine Lafeber
Een epidemioloog onderzoekt wie er door bepaalde ziektes wordt getroffen en welke factoren daarmee te maken hebben. Het vakgebied ontstond na epidemieën in het verleden, toen epidemiologen begonnen met het onderzoeken van ziektepatronen. Tegenwoordig is het vak uitgebreid naar moderne ‘epidemieën’, zoals kanker en hart- en vaatziekten. Maar elke ziekte kan onderwerp zijn van epidemiologisch onderzoek. Omdat mensen verschillen in genetica en gedrag, omvatten epidemiologische studies vaak grote groepen (honderden tot duizenden) en ligt er een sterke nadruk op methodologie en statistiek.
Nieuwe generatie epidemiologen
De afdeling Klinische Epidemiologie in het LUMC biedt een opleiding aan voor promovendi. Astrid van Hylckama Vlieg is sinds kort één van de twee opleiders van de opleiding samen met Rolf Groenwold: “Dit is een epidemiologie-B-opleiding, een landelijke opleiding op PhD-niveau. Studenten leren een brede basis van goed onderzoek doen op verschillende manieren. De opleiding heeft verschillende onderdelen, waaronder cursussen (zowel door onszelf georganiseerd als door Boerhaave Nascholing) en keuzeonderwijs. Daarnaast maken deelnemers ook een proefschrift en minimaal vier artikelen met een epidemiologisch karakter.”
“Er zijn maar een beperkt aantal plekken beschikbaar, vandaar dat we geïnteresseerden vragen om te solliciteren”, vertelt Van Hylckama Vlieg verder. “Als ze toegelaten zijn tot de opleiding, zitten ze één jaar bij ons op de afdeling. Zo worden ze helemaal ondergedompeld in de epidemiologie, de methodologie en zijn ze ook aanwezig bij research meetings. Zo worden ze gevormd tot epidemioloog.”
Resultaten als waarheid
Géraldine Lafeber en Lodewijk Pet behoren tot die nieuwe generatie epidemiologen. Lafeber: “Ik zie epidemiologen echt als dokters van het onderzoek. Tijdens mijn studies Geneeskunde en Biomedische Wetenschappen kwam onderzoek altijd als rode draad terug. Wat me opviel, was dat bij de vraag of je de resultaten echt als waarheid kunt aannemen, altijd naar epidemiologen werd gekeken. Dat zou betekenen dat als ik later een publicatie lees, de kritische beoordeling uit handen zou moeten geven. Dat wilde ik niet, ik wilde het zelf kunnen. Dat vond ik onwijs boeiend!”
Pet: “Ik heb Geneeskunde gedaan en merkte dat ik het wetenschappelijke gedeelte tijdens mijn coschappen altijd het leukst vond. Bij veel onderzoek dat ik tegenkwam tijdens mijn studie, dacht ik alleen soms: volgens mij gaat er iets verkeerd als ik dit nu uitwerk, dat gaat volgens mij problemen opleveren. Maar ik wist niet zo goed wat ik hiermee moest. Ik vond dat voordat ik commentaar zou leveren of iets wel of niet goed was, ik eerst meer moest weten hoe onderzoek werkt. Op die manier kwam ik bij de opleiding tot epidemioloog. Toevallig kwam er ook een PhD-plek vrij om onderzoek te doen naar kwaliteit en integriteit in biomedische onderzoeken. Dat was precies waarom ik de opleiding wilde volgen. Dus dat kwam heel mooi samen.”
Op waarde schatten
Onderzoek doen zit in de haarvaten van het LUMC. Wat maakt de opleiding tot epidemioloog dan zo anders dan het onderzoek in een bachelor of master? Lafeber: “Bij epidemiologie is het niet zo dat je leert hoe je iets op een bepaalde manier moet doen. Je gaat veel dieper in op wat je doet. Zo breng je bij iedere cursus de nieuwe kennis die je hebt opgedaan direct in de praktijk. En je schrijft zelf minimaal vier papers met een methodologisch of epidemiologisch framework. Je bent er veel verder over aan het nadenken en kan ook goed sparren met je begeleider. Er zijn echt ontelbaar veel manieren om het antwoord te vinden op een bepaalde onderzoeksvraag. En misschien kun je die ook wel op tien verschillende manieren beantwoorden. Je leert niet alleen onderzoek toe te passen, maar ook uit te leggen.”
Pet: “Ik merkte ook tijdens mijn geneeskundeopleiding dat wetenschappelijk onderzoek toch een klein onderdeel is. Je leert twee belangrijke ontwerpen voor wetenschappelijke studies en als je die kon onthouden, was dat top. In de opleiding tot epidemioloog B gaan we er veel dieper op in. Gelukkig zie je nu ook de aandacht groeien in de bachelors en masters voor de uitleg waarom een onderzoek wel of niet goed is uitgevoerd. Onderzoek is de basis is van behandelrichtlijnen. Tegelijkertijd moeten studenten later zelf een medische beslissingen maken. Dan is het goed om in de wetenschap te kijken wat erover bekend is en dat op waarde te kunnen schatten.”
Tastbare vaardigheid
Met de kennis van de opleiding, zijn de promovendi vaak het aanspreekpunt op hun eigen afdeling. Lafeber: “Ik kan door de opleiding niet alleen signaleren dat er iets niet helemaal goed is gegaan in een onderzoek, maar ook beargumenteren waarom dit anders moet. Of waarom je de conclusies niet zomaar klakkeloos over kan nemen. Ik voel me door de kennis die ik heb opgedaan ook een stuk zelfverzekerder. Toen ik na de opleiding terugging naar mijn eigen afdeling, kwamen collega’s dan ook naar mij toe met vragen. En ik kon daar gewoon antwoord op geven. Dat vond ik ontzettend vet! Dat is voor mij een hele tastbare vaardigheid die ik heb opgedaan. Daarnaast hebben een hechte groep promovendi met wie we ook nu na de opleiding nog veel kunnen sparren.”
Van Hylckama Vlieg: “En ook als begeleiders blijven we leren. Zo geeft Lodewijk nu een les over kunstmatige intelligentie. Dan luistert ook het afdelingshoofd Epidemiologie met volle aandacht mee.”
