Die ene patiënt | Neuroloog Gisela Terwindt

“Door haar ging ik nadenken over de relatie tussen migraine en depressie”

1 april 2026
leestijd
Medewerkers in het LUMC vertellen over die ene patiënt en hoe die hun kijk op het vak heeft veranderd. Neuroloog Gisela Terwindt behandelde een jonge vrouw die volledig was uitgeput door migraine en depressie. “Ik wist toen nog niet hoe ik kon zeggen: ‘Ik zie dat je somber bent. Hoe pakken we dit aan?’”

Tegenwoordig checken we met een vragenlijst of migrainepatiënten last hebben van depressie en angst.

“Het is 25 jaar geleden, maar ik weet nog precies in welke kamer ik zat. Deze patiënt maakte enorm veel indruk op mij. Toen zij haar verhaal vertelde, dacht ik: dit is een hoopje ellende. Haar migraine beheerste haar hele leven. Ze had geen aura’s, maar wel bonzende hoofdpijn, moest vaak overgeven en was overgevoelig voor licht en geluid. Drie tot vier dagen per week lag ze plat. Op de schaarse dagen dat het beter ging, was ze bang voor de volgende aanval. Ze deed bijna niets meer, en was heel somber. Depressief.

“Ik was nog niet lang neuroloog, maar één ding had ik al geleerd: eerst luisteren. Niet meteen met een behandelplan komen, maar ruimte maken voor het verhaal van de patiënt. Ik wist ook dat ik me niet moest laten meeslepen door hun emoties. Toch merkte ik al snel dat ik medelijden met haar kreeg. Sommige patiënten maken je als dokter moedeloos. Tijdens het gesprek voelde ik bijna letterlijk dat mijn schouders naar beneden zakten, net als die van haar.  En eerlijk, ik dacht even: dit komt nooit meer goed.”

‘Dit komt nooit meer goed’

“Haar somberheid en angst waren duidelijk voelbaar, maar ik benoemde het niet. Ik vroeg wat zij wilde, maar ze zei: ‘Ik weet het niet.’ Zelf wist ik het eigenlijk ook niet. Dus deed ik op de automatische piloot wat ik gewend was: ik gaf uitleg en schreef medicijnen voor. Triptanen voor de aanvallen en preventieve medicatie om het aantal aanvallen te verminderen.

“Pas later leerde ik hoe sterk migraine samenhangt met depressie en angst. Niet als gevolg van de pijn, maar als onderdeel van dezelfde kwetsbaarheid. Het is deels erfelijk: mensen met migraine hebben genetisch meer kans op depressie en angst. Je kunt daar niets aan doen. Tegenwoordig leg ik dat uit tijdens het consult.

“Maar toen ik deze vrouw behandelde, wist ik dat nog niet. Daardoor was ik niet in staat om goed op haar depressie te reageren. Ik had de kennis nog niet om te zeggen: ‘Ik zie dat je somber bent. Hoe pakken we dit aan?’ Dus gaf ik haar het recept voor de medicatie mee. Na het consult zei ik tegen een collega: ‘Dit is een hopeloze casus.’”

Totaal andere vrouw

“Drie maanden later kwam ze terug. Ze zat rechtop, straalde zelfverzekerdheid uit, en zag er totaal anders uit. Ze droeg leuke kleren, had make‑up op en had vooral veel meer energie. Ik schrok bijna van de verandering. De combinatie van acute en preventieve medicatie had bij haar extreem goed gewerkt. De vorige keer vertelde ze nog dat ze niet meer kon werken, weinig begrip kreeg van haar werkgever en misschien zelfs zou worden afgekeurd. Ook haar sociale leven lag stil. Maar nu leek het alsof er een andere vrouw was binnengestapt.

“Bij migraine kun je je trouwens snel vergissen. Veel patiënten gaan met pijnstillers en make‑up op naar hun werk, slepen zich door de dag, terwijl ze eigenlijk maar half functioneren. De omgeving ziet dat niet en zegt dan: ‘Je ziet er toch goed uit?’ Zulke opmerkingen kunnen patiënten nog somberder maken. Maar bij haar was het anders: zij voelde zich écht beter. Ze had minder migraine, meer vertrouwen, en kon weer normaal meedoen in het dagelijkse leven.

“Die metamorfose maakte veel indruk op mij. Niet omdat ik haar had ‘gered’ – migrainepatiënten redden uiteindelijk zichzelf – maar omdat ik voor het eerst zag hoe groot het effect kan zijn van alleen al een goede behandeling met medicatie.”

Wat zij me leerde

“Ze is me altijd bijgebleven – niet alleen omdat ze zo spectaculair opknapte. Doordat ik echt naar haar had geluisterd, ging ik nadenken over de relatie tussen migraine, depressie en angst. Zij inspireerde me om samen met psychiaters onderzoek te doen naar depressie. Veel mensen met migraine hebben baat bij medicijnen, maar sommige patiënten blijven somber. Zij hebben naast medische behandeling ook psychosociale hulp nodig.

“Door haar ben ik ook anders gaan kijken naar migrainepatiënten die ‘catastroferen’: mensen die overtuigd zijn dat het nooit meer goed komt. Je zou verwachten dat zij juist slecht herstellen, maar vaak knappen ze verrassend goed op. Dat lijkt tegenstrijdig, maar ik heb er iets belangrijks van geleerd: steek juist veel energie in patiënten die somber binnenkomen en het ergste verwachten. Denk niet – zoals ik 25 jaar geleden deed – dat het nooit meer goed komt.

“Tegenwoordig controleren we standaard of migrainepatiënten last hebben van depressie en angst. Voor het consult vullen zij een vragenlijst in. Daardoor komt dit onderwerp altijd aan bod tijdens het consult en kunnen we op tijd psychosociale hulp aanbieden. Zo proberen we te voorkomen dat jonge dokters in dezelfde valkuil stappen als ik destijds. Bij deze jonge vrouw liep het gelukkig goed af – ook al voelde ik mij toen moedeloos. Door haar weet ik nu beter hoe ik migrainepatiënten die somber of angstig zijn vanaf het eerste gesprek kan helpen.”


Luister hier De Hoofdpijn podcast.

Strategie-Banner-Samen in zorg, onderzoek en onderwijs.png