‘Apothekers staan niet alleen meer op doel, maar voetballen mee’
Josephine Mertens-Stutterheim
Van bewaker naar behandelaar
“Een apotheker is als het ware een bewaker van de medicatieveiligheid. Wij hebben immers het overzicht over alle medicijnen die een patiënt gebruikt. Maar die rol wordt steeds breder.” Mertens-Stutterheim vergelijkt het team van zorgprofessionals rondom een patiënt met een voetbalteam: iedereen werkt samen aan het beste behandelresultaat. “De apotheker stond lange tijd vooral op doel, maar voetbalt steeds vaker mee. Dat betekent ook: meedenken, meebeslissen en verantwoordelijkheid nemen. De apotheker van de toekomst voert steeds vaker consulten waarin samen met de patiënt wordt besloten welk medicijn het beste past bij diens wensen en situatie. Dat maakt het vak niet alleen complexer, maar ook betekenisvoller. Ook wordt hiermee de durf om beslissingen te nemen en het omgaan met onzekerheden steeds belangrijker. Daar zijn we in ons onderwijs bewust meer aandacht aan gaan besteden.”
Klinisch redeneren als kerncompetentie
Eén van de kerncompetenties van zorgprofessionals is klinisch redeneren. Dit vormt het centrale thema van het proefschrift van Mertens-Stutterheim: “Klinisch redeneren is belangrijk in het proces om tot een diagnose te komen, maar ook om tot de juiste behandeling te komen. Er ontbrak een eenduidige definitie van klinisch redeneren en een helder stappenplan voor apothekers en farmaciestudenten.” Daarnaast bleek dat als een coschapbegeleider of docent aan studenten de stappen wilde uitleggen, ze het lastig vonden om woorden te geven aan hun denkproces. De stappen uit het proces doen professionals in de praktijk vaak vanuit een soort automatisme, waarbij soms ook stappen worden overgeslagen.
“Ons onderzoek, waarbij we klinisch redeneren hebben gedefinieerd en het proces van klinische besluitvorming in stukjes hebben geknipt, geeft aanbevelingen en tips voor docenten en begeleiders om beter de stappen te benoemen en te doorlopen. Hierop hebben we het onderwijs van de master Farmacie in het LUMC aangepast, bijvoorbeeld met e-modules, in de toetsen en in de coschappen. Bij toetsen vervangen we bijvoorbeeld vaker meerkeuzevragen voor open vragen waarbij we de redenering van de student volgen. Ook besteden we meer aandacht aan het evalueren van het klinisch besluit. Dat is iets wat door drukte en hoe de zorg is ingeregeld iets wat door apothekers nog te weinig gebeurt. Ik stimuleer mijn studenten om écht te rade te gaan van wat een bepaald medicijn voor effect heeft op deze patiënt, en klopt dat met wat je verwachtte vanuit de theorie?”
Interprofessioneel samenwerken
De verschuiving naar patiëntgerichte zorg vraagt ook om intensievere samenwerking met andere zorgprofessionals. “In de opleiding werken farmaciestudenten al met geneeskundestudenten samen”, vertelt Mertens-Stutterheim. “Geneeskundestudenten zijn vaak verrast als ze horen dat apothekers niet altijd weten waar een medicijn voor wordt ingezet, terwijl apothekers als geneesmiddelexperts veel beter mee kunnen denken als zij de indicatie weten. Door vroeg in de opleiding al samen te werken, leren ze elkaars perspectief kennen en dezelfde taal spreken.”
De resultaten van het onderzoek zijn inmiddels geïmplementeerd in het farmacieonderwijs van het LUMC. Ook andere farmacieopleidingen in Nederland kijken met belangstelling naar de resultaten. Zo leiden we apothekers op die durven mee te beslissen in de zorgpraktijk van de toekomst.
