Prijzen, subsidies en benoemingen

10 maart 2022
leestijd
LUMC'ers ontvangen regelmatig prijzen en subsidies voor het onderzoek of werk dat ze verrichten. Ook worden ze vanwege hun expertise vaak gevraagd voor belangrijke posten. Met deze week een subsidie van de Nierstichting voor onderzoek naar chronische afstoting.

Betere prognose voor chronische afstoting in beeld

Chronische afstoting van een getransplanteerd orgaan is vaak de oorzaak van transplantaatverlies na niertransplantatie. De diagnose hiervan en de voorspelling van het ziekteverloop en de effectiviteit van behandeling is met de huidige diagnostische criteria beperkt. Met een subsidie van de Nierstichting gaan LUMC-onderzoekers onderzoeken of een “moleculaire microscoop” beter inzicht kan geven in diagnose, verloop, en mogelijk therapierespons van deze vorm van chronische afstoting.

De huidige diagnose van antilichaam-gemedieerde afstoting (ABMR) is gebaseerd op de aanwezigheid van donor-specifieke antilichamen en een stijging van creatinine- en proteïnewaarden in urine. In biopten wordt met lichtmicroscopie gekeken naar morfologische veranderingen door ontstekingen.

In sommige gevallen zijn er alleen geen antistoffen aantoonbaar of maar weinig tekenen van nierschade of ontsteking. De hypothese die ten grondslag ligt aan het gesubsidieerde onderzoek is dat metabole veranderingen die op een eerder moment plaatsvinden, kunnen bijdrage aan betere diagnostiek en prognose van chronische afstoting. Deze metabole veranderingen zijn met behulp van conventionele lichtmicroscopie niet waar te nemen en zullen met beeldvormende massaspectrometrie worden onderzocht. Het doel van dit project is om metabole profielen specifiek voor chronische afstoting bloot te leggen en te bepalen of deze een voorspellende waarde hebben voor de progressie van ABMR of behandelrespons.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door Bram Heijs (Center for Proteomics & Metabolomics), Aiko de Vries (Transplantatiecentrum), Jesper Kers (afdeling Pathologie) en Bernard van den Berg (afdeling Nierziekten). Ze werken hierbij samen professor Naesens van KU Leuven.