Niertransplantatie: 2. De transplantatie
Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Transplantatie Centrum
Voor de operatie
Als u een ongeplande transplantatie met een nier van een overleden donor krijgt is het traject van uw opname anders dan dat u een geplande transplantatie met een nier van een levende donor krijgt. Eerst leggen we uit wat er gebeurt voordat u een ongeplande transplantatie krijgt, daarna leggen we uit wat er gebeurt voordat u een geplande transplantatie.
Ongeplande transplantatie met een nier van een overleden donor
U wordt onverwacht gebeld De nefroloog belt u met het bericht dat er een nier beschikbaar is en hoe laat u in het ziekenhuis (LUMC) moet zijn. Het kan zijn dat u gelijk moet komen, maar soms ook op een later moment. Als u nog een dialysebehandeling nodig heeft in uw eigen dialysecentrum wordt dat met u besproken. Het is belangrijk dat u niet meer eet en drinkt zodra de nefroloog u belt.
Wat neemt u mee naar het ziekenhuis U moet uw eigen medicijnen, toiletspullen, comfortabele kleding, nachtkleding en pantoffels met een harde zool meenemen. Als u dialyseert, neem dan uw dialysegeschiedenis mee. Als u peritoneale dialyse doet, neem dan ook CAPD-vloeistof en spullen voor één spoeling mee.
Waar moet u naar toe? U moet naar de Verpleegafdeling van het Transplantatie Centrum, route 236 C8-q. In onze folder vindt u informatie over de afdeling Welkom in het Transplantatie Centrum.
Als u parkeert in de garage van het LUMC, kan degene die rijdt een kortingskaart krijgen op de verpleegafdeling.
Hoe lang moet u in het ziekenhuis blijven na de transplantatie De gemiddelde opnameduur voor een niertransplantatie met nier van een overleden donor is meestal 1,5 weken. Als er problemen zijn, blijft u langer in het ziekenhuis. Vergelijk uw eigen situatie nooit met die van andere patiënten. Elke transplantatie is anders. U kunt altijd vragen stellen aan de afdelingsarts en de verpleegkundigen. Zij weten alles over uw situatie.
Als u eenmaal bent opgenomen, komen er verschillende artsen en verpleegkundigen bij u langs. De coassistent, zaalarts of dienstdoende nefroloog zal een opnamegesprek met u hebben. Er wordt bloed afgenomen en uw bloeddruk en temperatuur worden gemeten. Ook wordt een lichamelijk onderzoek bij u gedaan.
Als u op dat moment fit genoeg bent, de kruisproef negatief is en het aangeboden orgaan in goede conditie is, gaat de transplantatie door.
Voorbereidingen voor de operatie zijn:
- Uw temperatuur wordt gemeten. Koorts kan een infectie betekenen. In dat geval gaat de operatie niet door.
- Er wordt bloed en urine afgenomen, of de CAPD-uitloopvloeistof wordt onderzocht.
- Er wordt een hartfilmpje (ECG) gemaakt en een foto van uw hart en longen (thoraxfoto).
- De arts doet een lichamelijk onderzoek.
- Mogelijk wordt u gevraagd om mee te doen aan een studie of onderzoek.
- Kort voor de transplantatie krijgt u medicijnen die uw afweersysteem onderdrukken.
Geplande transplantatie met een nier van een levende donor
Voorbereiding Het orgaan past bij u. Toch kan de transplantatie soms niet doorgaan, bijvoorbeeld als er een nieuw probleem is bij de donor of bij uzelf. Als u een ABO-i transplantatie krijgt (een transplantatie waarbij de bloedgroep niet past), dan heeft u een speciaal voorbereidingsprogramma. U krijgt hier aparte informatie over.
Twee weken voor de transplantatie komt u voor een opnamedag naar de verpleegafdeling van het Transplantatie Centrum route 236 C8-q. Dit is de preoperatieve screeningsdag. Tijdens deze dag wordt er gekeken of er problemen zijn waardoor uw transplantatie misschien niet door kan gaan. Als er problemen zijn, wordt er naar een oplossing gezocht of uw operatie wordt verplaatst.
De volgende onderzoeken worden herhaald: Bloedafname, X-Thorax (longfoto), ECG (hartfilmpje).
De behandelaar op de afdeling van het Transplantatie Centrum luistert naar uw hart en longen en onderzoekt uw lichaam. De arts bekijkt ook de resultaten van de onderzoeken. Als alles goed is, mag u weer naar huis. Als er problemen zijn, krijgt u vervolgonderzoeken of een nieuw plan.
De opname voor uw transplantatie De dag voor uw transplantatie wordt u opgenomen op de verpleegafdeling van het Transplantatie Centrum, route 236 C8-q. In onze folder vind u informatie over de afdeling Welkom in het Transplantatie Centrum. Uw opname in het ziekenhuis duurt een week.
U heeft op de dag van uw opname een gesprek met de verpleegkundige. In dit gesprek wordt uitgelegd wat u kunt verwachten. Er worden ook notities gemaakt die belangrijk zijn voor uw zorg. De chirurg komt bij u langs om op uw buik aan te geven aan welke kant uw nieuwe nier wordt bijgeplaatst.
De avond voor een geplande transplantatie mag u vanaf 12 uur ‘s nachts niet meer eten. U mag tot 2 uur voor de operatie nog heldere dranken drinken.
De donor wordt ’s ochtends als eerste geopereerd. Later op de dag wordt u in een bed naar de wachtruimte voor de operatie gebracht en daarna geopereerd.
Als u een nier ontvangt van een levende donor en u na de operatie helemaal stabiel bent, wordt u aan het einde van de avond al teruggebracht naar de afdeling.
De operatie
Een transplantatiechirurg voert de operatie uit. De anesthesist legt uit wat er gebeurt als u onder narcose gaat. U krijgt een slaapmiddel via een infuus. Een beademingsmachine neemt tijdelijk uw ademhaling over via een buisje in uw keel. Tijdens de operatie houden we u goed in de gaten. We meten continu uw bloeddruk en hartslag en controleren hoe diep u slaapt, zodat u niet wakker wordt tijdens de ingreep.


De chirurg plaatst de donornier rechtsonder of linksonder in de buik, achter de darmen. Uw oude nieren blijven zitten, tenzij ze te groot zijn door cystes of infecties veroorzaken. De bloedvaten van de nieuwe nier worden aangesloten op de bloedvaten in uw bekken. De urineleider van de nieuwe nier wordt aangesloten op uw blaas. Er wordt een klein slangetje, een dubbel J katheter, geplaatst tussen uw nieuwe nier en uw blaas om ervoor te zorgen dat de urine goed kan doorstromen. De niertransplantatie duurt gemiddeld drie tot vier uur. Aan het einde van de operatie wordt u wakker gemaakt op de operatiekamer.
Complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Bij deze operatie zijn er ook risico’s, zoals een nabloeding, wondinfectie en een vertraagde werking van de getransplanteerde nier. Daarnaast kan er lekkage of vernauwing van de urineleider optreden. Complicaties kunnen soms behandeld worden met medicijnen, maar soms is een tweede operatie nodig. Als u een complicatie heeft, is het waarschijnlijk dat u langer in het ziekenhuis moet blijven of poliklinisch intensief wordt gecontroleerd.
Na de operatie
Bewaakte afdeling
Na de operatie komt u op de uitslaapkamer. U bent dan wakker, maar vaak nog slaperig van de narcose. Als alles goed gaat, wordt u de avond van de transplantatie overgeplaatst naar de verpleegafdeling van het transplantatiecentrum. Bij een ongeplande transplantatie verblijft u op de bewaakte afdeling. Dit is de Intensive Care of de Post Anesthesia Care Unit (PACU). U gaat dan de volgende ochtend terug naar de verpleegafdeling.
De situatie na de transplantatie
Wanneer u na de operatie bijkomt, heeft u:
- Een zuurstofslang in uw neus.
- Een infuus in uw arm en mogelijk in uw hals. Deze zijn voor vocht en medicijnen.
- Een katheter in de blaas om urine af te voeren.
- Mogelijk een wonddrain, een slang die wondvocht afvoert.
De slangen worden zo snel mogelijk verwijderd. Het infuus wordt meestal op de vierde dag na de operatie verwijderd. De wonddrain wordt verwijderd afhankelijk van hoeveel vocht er nog uitkomt.
Wanneer de blaaskatheter verwijderd kan worden, hangt af van verschillende factoren. Als u tijdens de dialyse nog normaal plaste, is uw blaas in goede conditie. Als u weinig of niet meer plaste, is uw blaas kleiner geworden. Dan kan het nodig zijn de katheter langer te laten zitten om te voorkomen dat er te veel spanning op de blaaswand komt. Te veel spanning kan urinelekkage veroorzaken op de plaats waar de urineleider van de donornier aan de blaas is gehecht. Daarom is het belangrijk dat u na het verwijderen van de katheter elk uur plast. Na de operatie hangt de hoeveelheid die u mag drinken af van hoeveel u plast. Dit wordt dagelijks met u besproken.
Tijdens de operatie is er een katheter (dubbel J-katheter) geplaatst tussen de nieuwe nier en de blaas om te verstevigen. Deze wordt na ongeveer twee à drie weken verwijderd.
Nierfunctie
Na de operatie controleren we met een echo, scan of de getransplanteerde nier goed doorbloed is. Het kan zijn dat de nier pas na enige tijd begint te werken en er niet direct urineproductie is. Bij een nier van een overleden donor gebeurt dit vaker dan bij een nier van een levende donor. Daarom kan het zijn dat u nog enige tijd nierfunctievervangende therapie nodig heeft.
Als de nierfunctie niet verbetert, kan er een biopsie worden afgenomen van uw nieuwe nier. Hiermee kunnen we preciezer onderzoeken wat er aan de hand is.
Dagelijkse gang van zaken op de afdeling
- Driemaal per dag worden uw temperatuur, bloeddruk en hartslag gemeten.
- We vragen u naar de ernst van uw pijn met een pijnscore.
- We vragen u om op deze controletijden op uw kamer te zijn. Dit geldt ook voor de doktersvisite.
De doktersvisite is op de volgende momenten:
- Maandag tot en met vrijdag tussen 8.45 en 11.00 uur.
- In het weekend tussen 9.30 en 11.00 uur.
- Tijdens de opname wordt dagelijks urine en bloed afgenomen om de nierfunctie te controleren.
- De dag na de operatie mag u al uit bed en douchen, ook met uw wond en eventuele slangen.
- Meerdere keren per dag worden medicijnen uitgedeeld. U leert hoe u met de medicijnen moet omgaan en wat de werking ervan is.
Urine wordt, op aanvraag van de arts, elke dag van 0.00 tot 24.00 uur verzameld en voor onderzoek naar het laboratorium gestuurd.
Fysiotherapie
De fysiotherapeut komt bij u langs als u terug bent op de verpleegafdeling. Hij of zij helpt u met ademhalingsoefeningen en later met lopen, fietsen en traplopen.
Voeding
Na een niertransplantatie is voeding erg belangrijk. Het lichaam heeft veel energie nodig om goed te herstellen. Daarom is het belangrijk dat u na de operatie goed en voldoende eet. Het is belangrijk om de Voedingsadviezen na transplantatie goed te volgen. U krijgt uitleg hierover voordat u naar huis gaat. Met de diëtist heeft u later een poliklinische afspraak.
Medicijnen
Na een transplantatie krijgt u altijd medicijnen voorgeschreven. Zo krijgt u onder andere medicijnen om afstoting van het nieuwe orgaan tegen te gaan. Dit zijn afweeronderdrukkende medicijnen. Door de adviezen van uw behandelaars op te volgen, verkleint u de kans op afstoting en andere problemen. Het juiste gebruik van medicijnen, sommige levenslang, hoort hierbij.
Om goed voor uw orgaan te zorgen, moet u de adviezen van uw transplantatieteam opvolgen. Het is belangrijk dat u uw medicijnen op de juiste manier, op de juiste tijd en in de juiste hoeveelheid inneemt. U mag geen medicijnen overslaan. Dit noemen we therapietrouw. Het kan soms moeilijk zijn om therapietrouw te zijn, maar in uw geval is het noodzakelijk. Als u de medicijnen vergeet, kunt u last krijgen van chronische of acute afstoting.
Welke medicijnen gaat u gebruiken?
De medicijnen die u na een transplantatie moet innemen, kunnen we indelen in drie groepen:
Medicijnen die voorkomen dat uw lichaam het nieuwe orgaan afstoot
Medicijnen ter voorkoming van infecties
Medicijnen bij bestaande of nieuwe problemen
Voor meer informatie over uw medicijnen verwijzen we u naar de folder Medicijnen na een transplantatie.
Medicijncoaching
Tijdens uw opname bespreekt de verpleegkundige met u hoe u gewend bent om uw medicijnen in te nemen. We bespreken eventuele knelpunten en samen met u zoeken we naar oplossingen. U leert hoe u de medicijnen moet innemen en waar u op moet letten. U oefent met het uitzetten en innemen van uw medicijnen, zodat u er thuis vertrouwd mee bent.
Afstotingsreacties en bijbehorende behandeling
U krijgt medicijnen om afstoting van de getransplanteerde nier (rejectie) te voorkomen. Toch kan er afstoting optreden. Afstoting is een natuurlijke reactie van het lichaam op vreemd weefsel, zoals de nieuwe nier. Dit kan direct gebeuren, maar ook weken, maanden of zelfs jaren na de transplantatie. Een afstotingsreactie is meestal goed te behandelen met Solu-Medrol (een hoge dosering prednison).
Hoe groot is de kans op afstoting?
De kans op acute afstoting is met de huidige medicijnen ongeveer 10%. Mensen die eerder zijn getransplanteerd, zwanger zijn geweest, veel antistoffen hebben of een nier van een andere bloedgroep hebben gekregen, hebben soms iets meer kans op afstoting. De meeste afstotingen zijn gelukkig goed behandelbaar. Er is ook kans op chronische afstoting van de nier. Chronische afstoting is moeilijker te behandelen en komt meestal door afweerstoffen tegen de nier. U kunt chronische afstoting helpen voorkomen door uw afweeronderdrukkende medicijnen op vaste tijden en trouw in te innemen.
Wat veroorzaakt afstoting na transplantatie?
Het afweerproces in uw lichaam dat bacteriën en virussen bestrijdt, kan ook afstoting van de nier veroorzaken. Hoewel we vooraf testen hoe groot de kans op afstoting is, kunnen we nooit helemaal voorspellen hoe het afweersysteem reageert op de nier na transplantatie en of er een (milde) afstotingsreactie komt.
Geestelijke verzorging
Als u dat wilt, biedt de geestelijke verzorger aandacht, ondersteuning en begeleiding. Uw persoonlijke levensbeschouwing of geloof kan hierbij ook besproken worden. De geestelijk verzorgers van het LUMC komen uit de katholieke, protestantse en humanistische traditie. U kunt hen om hulp vragen. U kunt hen ook vragen u in contact te brengen met de geestelijk verzorger van uw keuze, van binnen of buiten het ziekenhuis.
Maatschappelijk werk
Tijdens de opname in het ziekenhuis krijgt u te maken met veel nieuwe informatie, onderzoeken, contacten met verschillende mensen en veranderingen in privéomstandigheden.
Voor de opname besefte u misschien niet wat deze ingreep voor veranderingen teweeg zou kunnen brengen bij uzelf of bij de mensen om u heen. Het team op de afdeling heeft aandacht voor deze belangrijke gebeurtenissen. Toch kan het zijn dat uw omstandigheden specifieke begeleiding vragen, zoals:
- Hulp in de thuissituatie na thuiskomst uit het ziekenhuis
- Begeleiding van u en uw familie bij emotionele problemen door de opname
- Vragen over de werksituatie of opleiding
- Financiële gevolgen
Als u tijdens de opnameperiode contact wilt met maatschappelijk werk, kunt u dit op de afdeling laten weten. De afdeling zal samen met u bekijken welke zorg er nodig is na de opnameperiode. Voor het regelen van thuiszorg schakelt de verpleegkundige het Ontslagbureau van het LUMC in. Huishoudelijke hulp moet u regelen via het gemeenteloket.
Blackstar dubbel J katheter verwijderen
De dubbel J katheter wordt na 2 weken tijdens een afspraak op de polikliniek verwijderd. Er wordt
een katheter met een magneetje in de plasbuis ingebracht. Het uiteinde van de dubbel J katheter in de blaas heeft ook een magneetje. Nadat ze aan elkaar geklikt zijn is het makkelijk om de dubbel J katheter te verwijderen.
Deze behandeling is meestal niet pijnlijk, maar kan wel onprettig aanvoelen en duurt ongeveer 5 minuten.
PD-katheter en peritoneaal dialyse
Als u peritoneaal dialyse deed voor transplantatie, blijft de PD-katheter meestal zitten tot drie maanden na de transplantatie. Wanneer u een nier van een levende donor ontvangt, wordt de PD-katheter tijdens de transplantatie al verwijderd.
Ontslag
Voordat u naar huis gaat, heeft u een voorlichtingsgesprek met een verpleegkundige. Hij of zij geeft u praktische tips en u kunt vragen stellen. De leefregels voor de eerste 6 weken met u besproken. U krijgt de tijd om de folder door te nemen en vragen te stellen.
We vinden het belangrijk dat er een naaste bij het gesprek aanwezig is, zodat alle vragen beantwoord kunnen worden en we kunnen bespreken hoe u alles in praktijk kunt toepassen.
Voor uw transplantatie heeft u nagedacht over ondersteuning die u nodig heeft als u naar huis gaat. We bespreken met u of uw plan haalbaar is of dat er extra zorg nodig is.
Als alles geregeld is, mag u naar huis.
Wat krijgt u mee
- Thuismetingen Als u digitaal vaardig bent, krijgt u een box mee naar huis voor thuismetingen. Als dit niet het geval is, wordt uitgelegd hoe u thuis uw metingen kunt doen.
- Urine verzamelen U krijgt bokalen en potjes mee om thuis uw urine te verzamelen.
- Medicijnen Uw ontslagmedicijnen worden geleverd door de Poli Apotheek van het LUMC. U krijgt medicijnen en een actueel medicijn overzicht mee. Hiervoor komen zij bij u aan bed langs of u kunt zelf naar de Poli Apotheek. Onze Poli Apotheek levert het eerst jaar na de transplantatie de medicijnen aan u en informeert uw eigen apotheek. We hebben de contactgegevens van uw apotheek thuis nodig.
- Poli afspraak U krijgt een afspraak voor de Polikliniek Niertransplantatie mee en eventueel een afspraak voor het verwijderen van uw Blackstar katheter.
- PIM U krijgt een patiënteninformatiemap mee. Hierin is al het informatiemateriaal in gebundeld. Maakt u gebruik van mijnLUMC dan staat deze informatie in uw folderbibliotheek.
Polikliniekbezoek
Hoe bereidt u zich voor op de eerste poli-afspraak
De polikliniekbezoeken zullen in het begin zeer regelmatig plaatsvinden.
- U spaart een dag van tevoren 24-uursurine.
- U moet naast de 24-uursurine ook een portie urine inleveren, dit mag maximaal 1 uur oud zijn. Het lukt meestal niet om dit binnen een uur in te leveren. Wij adviseren u om dit op het toilet in het ziekenhuis te doen.
- Op de ochtend van uw poli afspraak neemt u geen afweeronderdrukkende medicijnen (Prograft/Advagraf /Envarsus, Neoral, Everolimus, Cellcept) in voor de bloedafname, omdat er een dalspiegel bij u wordt afgenomen.
- Als u uw bloeduitslagen in de spreekkamer wilt bespreken is het verstandig dat u 1,5 uur voor de afspraak bloed laat afnemen.
Als er bijzonderheden zijn, bijvoorbeeld over de bloeduitslagen, dan wordt u hierover gebeld. Het is belangrijk om te weten is dat vooral de eerste maanden na de transplantatie afstotingsreacties kunnen optreden. U moet er daarom rekening mee houden dat, hoe teleurstellend dit ook is, heropname noodzakelijk kan zijn.
Het blijft altijd belangrijk dat u bij twijfel over koorts, infectie of andere zaken, direct contact met ons opneemt.
Lees ook de volgende folders:
Niertransplantatie: Deze folder geeft u overzicht van wat u van een niertransplantatie mag verwachten.
Niertransplantatie 3: Na de transplantatie