Patiëntenfolder

Voedingsadviezen na transplantatie

Na een transplantatie is goede voeding belangrijk om beter te kunnen herstellen van uw operatie. Daarom is het belangrijk om goed te eten, zodat u alle voedingsstoffen binnenkrijgt die u nodig heeft voor uw herstel.  Deze informatie bestaat uit twee delen:  Veilig eten en drinken            – om infecties door bacteriën in eten te voorkomen  Gezonde voeding en leefstijl – met tips om gezond te blijven 

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Diëtetiek en Transplantatie centrum

1 Veilig eten en drinken 

Voorkomen van voedselinfecties

Na de transplantatie krijgt u medicijnen die uw afweer verlagen. Dit is nodig om afstoting van het getransplanteerde orgaan te voorkomen. Hierdoor heeft u meer kans op het krijgen van infecties, zoals een voedselinfectie.

Een voedselinfectie is een ontsteking aan de maag en darmen waarvan u erg ziek kunt worden. Als u iets eet of drinkt dat besmet is met een bacterie of virus, kunt u ziek worden. U kunt last krijgen van buikpijn, overgeven, misselijkheid, diarree en/of koorts. Meer uitleg hierover staat bij 'Ziekmakers in eten en drinken'.

Doordat u levenslang deze medicijnen zult gebruiken, heeft u altijd een verhoogde kans op infecties. Het blijft daarom ook na het eerste jaar belangrijk om voorzichtig te zijn. 

Indien u ook na dit jaar nog veel medicijnen tegen afstoting nodig heeft, of u de jaren erna periodes zult hebben waarin u meer medicijnen tegen afstoting krijgt, is het goed om deze richtlijnen in die periodes strikt op te blijven volgen. Overleg hiervoor met uw behandelend arts of dit het geval is.

Om het risico op infecties te verkleinen, geeft deze informatie u advies over veilig eten en drinken. De adviezen voor veilig eten en drinken zijn vooral belangrijk in het eerste jaar na een transplantatie, omdat de hoeveelheid medicijnen in het eerste jaar na transplantatie het hoogst is. De onderstaande informatie geeft u eerst adviezen over het aankopen en bewaren van voedingsmiddelen gevolgd door hoog- en laagrisico producten.

Koelen en bewaren 

  • Op de verpakkingen kunnen twee soorten houdbaarheidsdata staan. Op producten die snel bederven staat een TGT-datum (te gebruiken tot datum). Let op de houdbaarheidsdatum en bewaarinstructies op de verpakking. 
  • Over het algemeen geldt: hoe korter eten en drinken bewaard wordt, hoe veiliger. 
  • Let op: een product kan ook voor de houdbaarheidsdatum al bedorven zijn. Kijk en ruik goed of een product er nog vers uit ziet. 
  • Gebruik een koeltas om producten die snel bederven en diepvriesproducten mee naar huis te nemen. Berg de producten thuis zo snel mogelijk op in de koelkast of vriezer. 

Het Voedingscentrum heeft een handige bewaarwijzer ontwikkeld, waarin u kunt opzoeken hoe lang een product bewaard kan worden. Houd de kortste aangegeven bewaartermijn aan. 

U kunt de bewaarwijzer vinden via door onderstaande link naar de website gaan: 

https://www.voedingscentrum.nl/nl/thema/kopen-koken-bewaren/eten-bewaren.aspx

Wassen

  • Was uw handen altijd met water en zeep voor het eten en bereiden van voedsel, maar ook na het aanraken van rauw vlees, rauwe groenten, na een toiletbezoek, het verschonen van baby’s en aanraken van (huis)dieren. 
  • Was groente en fruit onder stromend water, zeker als ze rauw gegeten worden. 

Scheiden

  • Zorg dat klaargemaakt eten niet in contact komt met producten die nog rauw zijn. 
  • Gebruik spullen die u nodig heeft in de keuken, zoals snijplanken, messen of spatels, die in aanraking zijn geweest met rauw vlees, kip of vis, niet meer voor andere producten. Was gebruikte spullen af met heet water en afwasmiddel. 

Verhitten

  • Eet geen rauwe producten, zoals vlees, kip, eieren, vis, schaal- en schelpdieren. Eet en drink geen producten die van rauwe melk zijn gemaakt. Verhit deze producten door en door voordat ze gegeten of gedronken worden. 
  • Eet restjes uit de koelkast binnen twee dagen op. Verhit het eten door en door totdat het stomend heet is. Schep het eten goed om tijdens het verhitten, ook bij het opwarmen in de magnetron. 

Koelen

  • Zet de temperatuur van de koelkast op maximaal 4 graden Celsius. 
  • Bewaar koelverse producten, bijvoorbeeld vleeswaren, in de koelkast. 

Voedingsmiddelen na transplantatie 

Naast een goede hygiëne is het belangrijk om voedingsmiddelen te vermijden die een hoger risico geven op een voedselinfectie. Deze tabel geeft aan welke voedingsmiddelen u wel of niet veilig kunt eten na een orgaantransplantatie. Er is geprobeerd om zo volledig mogelijk te zijn in deze tabel. Als een voedingsmiddel niet genoemd wordt, gebruik dan uw gezonde verstand. Overleg bij twijfel met uw diëtist. 

Laag risico 

Hoog risico 

Vlees/gevogelte 

Goed gegaard vlees en gevogelte (deze mag niet meer rood van binnen zijn)  

Rauw of onvoldoende verhit vlees of gevogelte:

  • Varkensbloed

  • Varkensbloedproducten die zijn gebruikt als ingrediënt in voedingsmiddelen. Deze staan op het etiket vermeld als varkenseiwit of varkenshemoglobine.

Vleeswaren

Verhitte vleeswaren, zoals:

boterhamworst, gekookte ham (bijvoorbeeld schouderham, yorkham, beenham, gegrilde ham, casselerrib of achterham), gekookte worstsoorten, kipfilet- en kalkoenfilet, gebraden gehakt, gepasteuriseerd of gesteriliseerde vleeswaren uit blik (bijvoorbeeld corned beef)

Gegaarde kippenlever / runderleverproducten

Rauw of onvoldoende verhitte vleeswaren:

Filet americain, ossenworst, rosbief, carpaccio, fricandeau, rauwe ham(bijvoorbeeld serranoham, parmaham, ardennerham, schwarzwalderham, Iberico ham, coburgerham en prosciutto), droge worst (bijvoorbeeld salami, chorizo, boerenmetworst, cervelaatworst, fuet en Figatellu), rookvlees, hoofdkaas, gentse kop, bloedworst.

LEVENSLANG ONTRADEN 

Varkenslever en varkensleverproducten zoals paté, leverworst en producten waar varkenslever in zit: balkenbrij, likkepot, leverkaas, gebakken pastei, boerenmetworst, salami, chorizo en fuet.*

Let op: controleer de ingrediëntendeclaratie (kalfsleverworst kan bv. ook varkenslever bevatten).

Onvoldoende verhit varkens-, (of rauw) zwijnen- en hertenvlees.

Vis, schaal- en schelpdieren

Verhitte vis, zoals:

Alle vissoorten die gebakken, gekookt of gefrituurd zijn.

Gekookte of gebakken schaal- en schelpdieren, voorgekookte surimi.

Vis uit blik of glas  

Rauw of onvoldoende verhitte vis, zoals:

Gerookte vis, zoals zalm, makreel of paling*

Rauwe schaal- en schelpdieren zoals kreeft, garnalen, krab, mosselen, oesters, coquilles en kokkels.

Verse haring

Sushi met rauwe vis

Eieren

Hardgekookte eieren of gebakken ei waarbij dooier gestold is.

Voedingsmiddelen waarin rauwe eieren verwerkt zijn maar die na bereiding verhit of gepasteuriseerd zijn, zoals: mayonaise uit pot en bavarois, mousse, tiramisu bereid van gepasteuriseerd vloeibaar eiwit OF bij bereiding gepasteuriseerd.  

Rauwe eieren, gekookt of gebakken ei waarvan dooier nog zacht is.

Voedingsmiddelen waarin rauwe eieren verwerkt zijn en die niet verhit of gepasteuriseerd zijn, zoals: zelfgemaakte mayonaise, zelfgemaakte bavarois, mousse en tiramisu en dergelijke.

Melk 

Gepasteuriseerde en gesteriliseerde melk(producten) uit de supermarkt.

Rauwe melk(producten)

Kaas

Kaassoorten bereid van gepasteuriseerde melk, zoals:  

Kaas 20+ t/m 60+

Zachte geitenkaas, schapenkaas of mozzarella bereid van gepasteuriseerde (buffel)melk.  

Alle smeerkazen en roomkazen.

Kaassoorten bereid van rauwe melk (au lait cru*), zoals:  

Boerenkaas

Zachte geitenkaas, schapenkaas, mozzarella of zachte buitenlandse kazen bereid van rauwe melk (au lait cru*)

Ijs

Fabrieksmatig verpakt ijs (alle soorten)  

Onverpakt ijs (schepijs), softijs of kant en klare milkshake.  

Groente, salades en rauwkost

Onbeschadigde en gewassen groente, rauwkost en verse kruiden.

Voorgesneden groente en rauwkostsalades (alleen dagvers).

Verpakte slaatjes.

Gewassen én geblancheerde kiemgroenten (zoals taugé).

Beschadigde en ongewassen groenten, rauwkost en verse kruiden.

Bewaarde rauwkostsalades.

Onverpakte salades en slaatjes.

Ongewassen en niet geblancheerde kiemgroenten.

Fruit

Onbeschadigde en gewassen fruit.

Voorgesneden fruit, alleen dagvers. 

Alle fruitsoorten, behalve grapefruit(achtigen), zie kolom niet toegestaan.

Beschadigde en ongewassen fruit.

Bewaarde fruitsalades.

Grapefruit, mineola, orlando, pomelo, pompelmoes, sweetie, ugli, granaatappel en sap van deze vruchten, en oranje marmelade (zie ook deel 2 interactie met medicatie).

Sterfruit (carambola) (voor nierpatiënten).

Eten bij derden 

Eten bij derden (zoals restaurant) moet voldoen aan bovenstaande richtlijnen en mag max 1 uur warm gehouden zijn.

Gerechten uit de automaat, van braderieën, marktkraam, enzovoort.

Let op met thuisbezorg maaltijden. Doe dit alleen indien u weet dat er korter dan 1 uur na bereiding bezorgd kan worden en de voedingsmiddelen goed verhit zijn geweest.

Probiotica 

Er is niet genoeg informatie of probiotica (zoals Yakult®, Activia®, Actimel® en Vifit®) veilig gebruikt kan worden.

Probiotica in capsules: alleen na overleg met uw nefroloog, omdat deze hogere doseringen probiotica bevatten.

Noten en Pinda’s

Gepelde noten en pinda’s

Ongepelde noten en pinda’s

* meegebakken/gekookt in gerechten bij temperatuur van minimaal 70 ⁰C (20 minuten) in bijvoorbeeld saus, ovenschotel of pizza is het wel toegestaan.  

Levenslang te ontraden producten

  • Rauwe schelp- en schaaldieren
  • Onvoldoende verhit varkensvlees, wild zwijn en hert
  • Varkensleverproducten (zoals paté en leverworst en Franse gedroogde worstsoorten)

Bovenstaande producten kunt u niet veilig gebruiken. In verband met een verhoogd risico op het verkrijgen van een hepatitis E-virusinfectie is het advies deze producten levenslang te vermijden.

Veiligheidswaarschuwingen of meldingen U kunt zich aanmelden om meldingen te krijgen van producten die u beter niet kunt kopen, eten of gebruiken. Dit kan via de website van de NVWA:

https://www.nvwa.nl/onderwerpen/veiligheidswaarschuwingen

Eten met derden

  • Vraag bij eten en drinken wat door anderen is klaargemaakt (bijvoorbeeld in de snackbar, marktkraam, restaurant, broodjeszaak) na of het eten en drinken voldoet aan de adviezen voor veilig eten en drinken.

  • Eten mag maximaal één uur warm gehouden worden. Pas op met maaltijden die thuis worden bezorgd. Doe dit alleen indien u weet dat er korter dan één uur na bereiding bezorgd kan worden en het eten goed verhit is geweest.
  • Door het risico op voedselinfecties wordt het laten meebrengen van eten en drinken tijdens ziekenhuisopname afgeraden. Bij uitzondering kan in overleg met de verpleegafdeling hiervan afgeweken worden.
  • Bij barbecueën en gourmetten is het verstandig de adviezen van het Voedingscentrum op te volgen.

Meer informatie over veilig eten en drinken kunt u vinden op de website van het Voedingscentrum, via onderstaande link: https://www.voedingscentrum.nl/nl/veilig-eten-voedselinfectie-voorkomen.aspx

Ziekmakers in eten en drinken

In ons eten en drinken kunnen ziekmakers zitten, zoals bacteriën, schimmels, virussen of parasieten. Deze ziekmakers zijn vaak niet met het blote oog te zien, proeven of ruiken. Ze kunnen zorgen voor een voedselinfectie en kunnen klachten geven zoals misselijkheid, overgeven en diarree. Veel voorkomende ziekmakers in ons eten en drinken zijn:

Toxoplasma gondii

Deze parasiet kan toxoplasmose veroorzaken en kan voorkomen in rauw vlees of rauwe vleeswaren. Na verhitten of invriezen van vlees bij -12° (gedurende minimaal 4 dagen) zal de parasiet Toxoplasmose gondii gedood worden. Aangezien dit niet voor andere bacteriën geldt is het belangrijk om rauwe voedingsmiddelen na ontdooien alsnog te garen.

Listeria

Deze bacterie kan een voedselinfectie veroorzaken. Listeria groeit goed in een vochtige omgeving. De temperatuur is van invloed op de groeisnelheid. Bij 4 graden in de koelkast groeit Listeria minder hard dan bij 7 graden. Listeria is vooral te vinden in langdurig gekoeld bewaarde producten die niet verhit worden voor het eten. Risicoproducten zijn zachte kazen van rauwe melk, voorverpakte vleeswaren, gerookte vis en rauwe dierlijke voedingsmiddelen. Dek producten in de koelkast af om verspreiding van Listeria te voorkomen.

Hepatitis E virus

Dit virus kan voorkomen in rauwe- schaal en schelpdieren, vlees van varkens, wild zwijn en edelhert. Met name varkenslever en producten die hiervan gemaakt zijn, zoals paté en leverworst, kunnen besmet zijn. Dit kan uiteindelijk leiden tot schade aan de lever (levercirrose).

Andere verwekkers van diarree, misselijkheid en overgeven

Er zijn nog veel meer bacteriën, schimmels, virussen of parasieten waar u ziek van kunt worden, voorbeelden zijn het Norovirus en Salmonella. Beide geven risico op langer ziek zijn en/of erger ziek zijn. Salmonella kan voorkomen in rauwe dierlijke producten zoals vlees, vis en eieren, en op rauwe groente, kiemgroente en fruit. Norovirus kan voorkomen in rauwe schaal- en schelpdieren en rauwe groente en fruit.

Interactie van voeding op medicijn

Grapefruit en grapefruitsap en verwante citrusvruchten

Zoals in tabel staan genoemd dient u grapefruit en soortgelijke fruitsoorten niet te gebruiken als u bepaalde medicijnen gebruikt, waaronder tacrolimus (Prograft ®, Advagraf ®, Envarsus ®) en ciclosporine (Neoral ®). Deze bevatten een bitterstof die de medicijnspiegel in het bloed verhogen. Hierdoor neemt de kans op bijwerkingen toe.

Overig citrusfruit zoals hand- en perssinaasappels, mandarijnen, limoenen en citroenen kunnen wel gegeten worden.

Kruiden en supplementen

Kruidensupplementen en overmatig gebruik van kruiden kunnen de werking van bepaalde medicijnen beïnvloeden. Overleg altijd eerst met uw arts of apotheker voordat u kruidensupplementen gaat gebruiken.

Sint-jans kruid

Sint-jans kruid beïnvloed de werking van medicijnen. Gebruik daarom geen Sint-jans kruid of producten waarin Sint-jans kruid is verwerkt zoals in pillen, kruiden en thee.

Kurkuma (geelwortel)

Er zijn aanwijzingen dat kurkuma de werking van de medicijnen kan beïnvloeden. Beperk het gebruik van kurkuma en gebruik in ieder geval niet meer dan 1 theelepel (1 gram) kurkuma per dag.

Gember 

Er zijn aanwijzingen dat gember de werking van de medicijnen kan beïnvloeden. Gebruik daarom niet te veel gember.

Op de website van het RIVM staat een top 10 van kruidenpreparaten die mogelijk met andere medicatie een interactie kan geven.

Zie ook, https://www.cbg-meb.nl/onderwerpen/medicijninformatie-kruiden

Deel 2 | Gezonde voeding en leefstijl na transplantatie

Voedingsadvies bij herstel na transplantatie

Na transplantatie is goed en gezond eten en drinken voor uzelf en uw nieuwe orgaan heel belangrijk. Het draagt bij aan uw herstel en u heeft minder kans op hart- en vaatziekten en bijwerkingen van medicijnen.

In de eerste periode na de transplantatie moet uw lichaam hard werken om te kunnen herstellen, net als bij zwaar lichamelijk werk of sport. Het lichaam heeft meer energie, eiwitten en andere voedingsstoffen nodig. Ook als u na transplantatie weer in beweging wilt komen en uw conditie wilt opbouwen, is goed en gezond eten belangrijk.

Eiwitrijke voeding

Eiwitten zijn de bouwstenen van het lichaam en belangrijk voor de wondgenezing en de opbouw en het onderhoud van spieren. Er zijn dierlijke en plantaardige eiwitten. Dierlijke eiwitten zitten vooral in vlees, vis, melk, kaas en eieren. Plantaardige eiwitten zitten vooral in brood, graanproducten, peulvruchten en noten. Probeer in elke maaltijd eiwitrijke producten te verwerken. Soms is de eetlust in de eerste periode na de transplantatie nog niet goed. Dat maakt het moeilijker om voldoende energie en eiwitten te eten. Mocht uw eetlust verminderd zijn, dan is het belangrijk om dit met uw diëtist te bespreken. Als het nodig is, kan de diëtist extra energie- en eiwitrijke drankjes voorschrijven om aan te sterken. Indien u volledig hersteld bent, kunt u langzaam overgaan op de richtlijnen zoals het Voedingscentrum adviseert met een normale hoeveelheid eiwit. De (eerstelijns) diëtist kan u hierin adviseren, maar zie hiervoor ook de website van het Voedingscentrum voor de hoeveelheden.

In de herstelfase tot ongeveer 2 maanden na de operatie heeft u per dag aan eiwit ongeveer 1,2 – 1,5 g/kg gezond lichaamsgewicht nodig. Indien u goed hersteld bent, kunt u overgaan op de Richtlijnen Goede Voeding.

In de onderstaande tabel ziet u hoeveel eiwit er in verschillende eiwitrijke voedingsmiddelen zit.

Voedingsmiddelen (algemeen)* Eenheid 

Eiwit (gram) 

Kip 1 portie (100 gram) 

30 

Vis 1 portie (120 gram) 

25 

Vlees 1 portie (100 gram) 

20 

Vleesvervangers (vegetarisch) 1 portie (100 gram) 

12 

Peulvruchten 1 opscheplepel (60 gram) 

(Maaltijd)soep 1 portie (250 ml) 

4 - 10 

Kwark 

1 schaaltje 

(150 ml) 

8 - 15 

Pap (bijv. havermout of Brinta) 

1 bord 

(250 ml) 

10 

Melk/karnemelk/chocolademelk/yoghurtdrank 

1 beker 

(250 ml) 

Yoghurt 1 schaaltje (150 ml) 

Vla 1 schaaltje (150 ml) 

Ei 1 stuk (50 gram) 

Brood (volkoren) 1 snee (35 gram) 

Vleeswaren voor 1 snee (20 gram) 

Kaas voor 1 snee (20 gram) 

Smeerkaas voor 1 snee (15 gram) 

Pindakaas voor 1 snee (20 gram) 

Noten en pinda’s 1 handje (25 gram) 

Producten met merknaam (supermarkt) 

Melkunie Protein (diverse soorten) 

1 verpakking 

(200 ml) 

20 – 25 

Skyr yoghurt / Creamy 

1 schaaltje 

(150 ml) 

16 

Lindahls kvrag (kwark) 

1 schaaltje 

(150 ml) 

16 

Breaker High Protein 

1 verpakking 

(200 ml) 

12 

Notenreep (bijv. Eat Natural Protein Packed) 

1 stuk 

(45 gram) 

10 

Smaakt® Proteine Brood (Albert Heijn) 

1 snee 

(50 gram) 

11 

Smaakt® Proteine Cracker (Albert Heijn) 

1 stuk 

(30 gram) 

Optimel Proteine 

1 glas 

(150 ml) 

Chocomel Protein 

1 glas 

(150ml) 

13 

Alpro Drink soya protein (lactose vrij) 

1 glas 

(150 ml) 

Bouwsteentje mini (vriesvak supermarkt) 

1 stuk 

(30 gram) 

* Raadpleeg de verpakking van het product voor de exacte hoeveelheid eiwit. 

Praktische adviezen

Wat kunt u doen om meer energie en eiwit in uw voeding te krijgen? De volgende tips kunnen u op weg helpen.

Algemeen

  • Probeer minimaal 6 keer per dag een maaltijd of tussendoortje te eten en kies bij iedere maaltijd of tussendoortje een eiwitrijk product (zie tabel).
  • Sla geen maaltijden over.
  • Neem een broodmaaltijd als de warme maaltijd u tegenstaat.
  • Vermijd voedingsmiddelen die u tegenstaan.

Gezonde leefstijl na transplantatie

Om afstoting na transplantatie te voorkomen, krijgt u afweeronderdrukkende medicijnen. Deze medicijnen kunnen bijwerkingen hebben, zoals een hoge bloeddruk, overgewicht, verhoogde vetten in het bloed en hoge bloedsuikers. Een gezonde leefstijl met voldoende beweging en een gezond eetpatroon is belangrijk om overgewicht te voorkomen.

Via deze link gaat u naar de website van het Voedingscentrum. Hier vindt u meer informatie over de Schijf van Vijf. De Schijf van Vijf kan helpen om gezonder te eten.

https://www.voedingscentrum.nl/nl/gezond-eten-met-de-schijf-van-vijf.aspx

Een gezond gewicht

Door het gebruik van het afweeronderdrukkende medicijnen kan de eetlust toenemen, waardoor u meer gaat eten. Het is echter belangrijk om goed op gewicht te blijven. Overgewicht vergroot het risico op onder meer diabetes type 2, hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk en gewrichtsklachten.

Met behulp van de Body Mass Index (BMI), ook wel Quetelet-index genoemd, kunt u bepalen of u een goed lichaamsgewicht heeft. De BMI is een index voor het gewicht in verhouding tot lichaamslengte. De BMI wordt berekend door het lichaamsgewicht in kilo’s te delen door het kwadraat van de lichaamslengte (lengte keer lengte, uitgedrukt in meters). De BMI geeft een schatting van het gezondheidsrisico van het lichaamsgewicht.

De indeling van de BMI bij volwassenen van 18-70 jaar

BMI (kg/m2)Classificatie
<18,5

Ondergewicht 

18,5-24,9

Gezond gewicht 

25-29,9

Overgewicht 

30 en hogerErnstig overgewicht (obesitas)

Beweging

Dagelijkse beweging is goed voor het stabiel houden van uw gewicht en verhogen van de weerstand. Dit heeft ook een positief effect op uw botten, bloeddruk en bloedsuiker. Probeer daarom dagelijks 30 tot 60 minuten te bewegen en 2 keer per week bot- en spierversterkende oefeningen te doen. Zie voor meer informatie: www.kenniscentrum sport & bewegen.

Botontkalking (osteoporose)

De botten worden op oudere leeftijd brozer en zachter. Dit wordt botontkalking genoemd. Bij het gebruik van Prednison is de kans op botontkalking verhoogd.

Zorg daarom voor:

  • Genoeg calcium. Calcium is nodig voor de aanmaak en sterk houden van de botten. Calcium zit vooral in melk, melkproducten en kaas. Probeer dagelijks 2-4 porties melk of melkproducten te nemen en 2 plakken kaas.

  • Genoeg vitamine D. Dit zorgt voor betere opname van het calcium. Vitamine D zit bijvoorbeeld in margarines, vlees en vette vis. Uw behandelend arts kan aangeven of suppletie van calcium en vitamine D zinvol is.

Gesluierde vrouwen, mensen met een donkere huidskleur, vrouwen > 50 jaar en mannen > 70 jaar kunnen helaas niet voldoende vitamine D uit de voeding en zonlicht halen. Suppletie van vitamine D is dan ook nodig. Kijk voor de richtlijnen op de website van het Voedingscentrum www.voedingscentrum.nl.

Verhoogd cholesterol en triglyceridengehalte in het bloed

Cholesterol is een vetachtige stof die het lichaam nodig heeft als bouwstof voor lichaamscellen en hormonen. Zonder cholesterol kan het lichaam niet goed functioneren, maar te veel (LDL-)cholesterol is schadelijk. 

Medicijnen als ciclosporine (Neoral®), tacrolimus (Prograft®, Advagraf®, Envarsus®), everolimus (Certican®) en sirolimus (Rapamycine®) kunnen een stijging van het cholesterol in het bloed tot gevolg hebben.

De vetten in onze voeding

Onze voeding bevat verschillende soorten vetten, namelijk verzadigd vet, onverzadigd vet en transvet(zuren). Voor het behouden van een goede gezondheid is het advies producten te kiezen die weinig verzadigd en transvet en veel onverzadigd vet bevatten.

Verzadigd vet verhoogt het LDL-cholesterolgehalte in het bloed en vergroot daarmee de kans op hart- en vaatziekten.

Transvet is schadelijker dan verzadigd vet. Het wordt vooral verwerkt in kant- en-klaarproducten, zoals koekjes, gebak, pizza’s, komt van nature voor in volle zuivel en vlees van herkauwers én ontstaat bij het verhitten van onverzadigde vetten.

(Onverhit) onverzadigd vet verlaagt juist het LDL-cholesterolgehalte. Lichaamsbeweging verhoogt het gunstige HDL-cholesterolgehalte.

Op de volgende manieren kunnen de hoeveelheden verzadigd vet en transvet worden beperkt:

  • Bij voorkeur magere of halfvolle varianten van voedingsmiddelen gebruiken (met name ook om minder energie binnen te krijgen).
  • Minder gebruik maken van (hartige en zoete) snacks zoals, gebak, koek, chocolade.
  • Als u vet gebruikt, gebruik dan zoveel mogelijk producten die (onverhitte) onverzadigde vetten bevatten, zoals voorkomen in gegaarde vette vis, vlees, melk, lijnzaadolie, avocado, noten en olijfolie.
  • Gebruik minder vaak vlees bij de maaltijd, stap over op plantaardige voedingsmiddelen.

Zie voor meer informatie www.voedingscentrum.nl voor praktische tips.

Hoge bloeddruk (hypertensie)

Door het gebruik van onder andere Prednison, ciclosporine (Neoral®) en tacrolimus (Prograft®, Advagraf®, Envarsus®) kan de bloeddruk verhoogd worden. 

Naast medicijnen kan ook te veel zout leiden tot een hoge bloeddruk. Gewoonlijk zit in het dagelijkse voedsel voldoende zout dat ons lichaam nodig heeft. Het zout dat u voor de smaak aan eten toevoegt, heeft het lichaam niet nodig en kan bij grote hoeveelheden zelfs schadelijk zijn voor uw gezondheid. Wees daarom zuinig met zout, ook na de transplantatie. 

  1. Geen zout toevoegen, maar alles op smaak brengen met kruiden of specerijen waar geen zout aan toegevoegd zit.
  2. Wees matig met het gebruik van kant-en-klaarproducten.
  3. Wees matig met drop (drop bevat het zoethoutextract glycyrrizine dat bloeddrukverhogend werkt).

Diabetes mellitus/ verhoogde bloedsuikers
Bij gebruik van afweeronderdrukkende medicijnen is de kans op het ontwikkelen van diabetes of verhoogde bloedsuikers vergroot. Bij diabetes is de hoeveelheid glucose in het bloed (bloedsuiker) te hoog. Als bij u diabetes wordt geconstateerd, krijgt u een verwijzing naar de diëtist voor uitleg en begeleiding van het dieet.

Kalium (specifiek relevant na niertransplantatie)

Bij een goede transplantaatfunctie is het niet noodzakelijk om kalium in de voeding te blijven beperken, als u dat voor de operatie gewend was. Sommige medicatie als ciclosporine (Neoral®) en tacrolimus (Prograft®, Advagraf®, Envarsus®) kunnen echter het kaliumgehalte in het bloed verhogen. Indien dit bij u het geval is, wordt (tijdelijk) een kaliumbeperkte voeding aanbevolen. De diëtist kan u hierover informeren.

Vocht

Medicatie kan invloed hebben op de werking van de nieren. Daarom is goed drinken belangrijk. Streef naar 2-2,5 liter vocht per dag, tenzij er een ander advies gegeven wordt door uw arts of diëtist.

Alcohol

Na de transplantatie krijgt u het advies om geen alcohol meer te drinken. Als u wel alcohol wilt nuttigen, overleg dit met uw behandelend arts.