Hysteroscopie

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Gynaecologie

Uw behandelend arts heeft met u een hysteroscopie afgesproken. Hysteroscopie betekent ‘kijken in de baarmoederholte’. Het is een gebruikelijke manier om meer informatie over deze holte te krijgen of hierin een (kleine) ingreep uit te voeren. De hysteroscoop bestaat uit een lange dunne buis van 2-5 mm doorsnede met een camera en een watersysteem. Soms heeft de hysteroscoop ook een apart kanaal waardoor een instrument kan worden ingebracht. De baarmoederholte wordt met een zoutoplossing gevuld. Zo kan de holte beter onderzocht worden. Het water verlaat via de schede weer het lichaam. 

Hysteroscopie op de polikliniek Gynaecologie

Een hysteroscopie kan heel goed op de polikliniek Gynaecologie plaatsvinden. U krijgt voor deze afspraak pijnstilling mee die u een uur van te voren moet innemen. Met deze medicijnen is de ingreep over het algemeen heel goed te verdragen. Vaak wordt gekozen voor naproxen, tenzij u overgevoelig voor dit medicijn bent. Meestal hoeven we tijdens de ingreep geen (aanvullende) pijnstilling te geven. Maar als verdoving van de baarmoedermond wel nodig blijkt, dan is dat zeker mogelijk.

Voor dit onderzoek zult u zich van onderen moeten ontkleden. Daarna neemt u plaats in de gynaecologische stoel. Over het algemeen is het gebruik van de spreider (‘eendenbek’) niet nodig. Via de schede kan met de hysteroscoop namelijk direct de baarmoedermond worden opgezocht. Via de baarmoedermond zal door de baarmoederhals de baarmoederholte bereikt worden. Nu kunnen het baarmoederslijmvlies, de openingen naar de eileiders, en ook eventuele verklevingen, een poliep of vleesboom (myoom) geïnspecteerd worden. Het inbrengen van de hysteroscoop kan tijdelijk voor krampen zorgen. Deze verdwijnen meestal snel nadat de baarmoederholte is bereikt. 

Het is mogelijk om gedurende de ingreep op een eigen scherm mee te kijken. Uw behandelend arts zal u vertellen wat u ziet.

Belangrijk

Het is van belang dat u tijdens dit onderzoek niet zwanger bent. Ook zal uw arts vragen of u bloedverdunners gebruikt. 

Soorten hysteroscopische ingrepen

Er kunnen verschillende redenen zijn voor de hysteroscopie. Het kan zijn dat er meer informatie nodig is over de baarmoederholte. Bijvoorbeeld in het kader van een fertiliteitstraject of bij verdenking op verklevingen. Dit noemt men een ‘diagnostische hysteroscopie’: er wordt alleen gekeken. Het kan ook zo zijn dat er een ingreep nodig is. Hieronder volgt een opsomming van mogelijke ingrepen.

Therapeutische hysteroscopie

Wanneer er sprake is van verklevingen in baarmoederholte die verwijderd kunnen worden, kan gekozen worden voor een ‘therapeutische hysteroscopie’. We proberen de verkleving dan los te maken met behulp van een zeer klein schaartje of tangetje (doorsnede 1 mm). Verklevingen hebben geen zenuwtakjes. Daarom is het verwijderen hiervan meestal niet pijnlijk. Ook in het geval van een spiraal waarvan de touwtjes niet meer te zien zijn, kan met behulp van deze hysteroscoop de spiraal worden verwijderd. 

Het verwijderen van een poliep of zwangerschapsrest

Wanneer op basis van eerder echografisch onderzoek een verdenking bestaat op een poliep van het baarmoederslijmvlies (bijvoorbeeld bij bloedverlies na de overgang) of een zwangerschapsrest (bijvoorbeeld na een miskraam of bevalling), kan deze met een hysteroscoop verwijderd worden. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een soort ‘stofzuiger’ (doorsnede 2 mm) die de poliep of zwangerschapsrest in delen kan verwijderen. Er zitten geen zenuwtakjes in een poliep of zwangerschapsrest. Daarom zal het verwijderen hiervan niet pijnlijk zijn.

Verwijderen van een vleesboom (myoom)

Kleine vleesbomen kunnen poliklinisch met een hysteroscoop verwijderd worden. Afhankelijk van de hardheid en afmeting van de vleesboom kan dit een snelle procedure zijn. Soms lukt het niet de vleesboom te verwijderen. In dat geval, of wanneer dit van tevoren wordt vermoed, wordt een hysteroscopische ingreep op de operatiekamer aangeraden. Soms is de vleesboom zo groot dat meer dan één ingreep nodig is.

Hysteroscopie op de operatiekamer

Wanneer in overleg met uw behandelend arts een hysteroscopie op de polikliniek niet lukt (bijvoorbeeld wanneer de vleesboom of verklevingen te uitgebreid zijn of als er gekozen is voor een baarmoederslijmvliesverwijdering), zal de hysteroscopische ingreep op de operatiekamer plaatsvinden. In dat geval krijgt u een ruggenprik of gaat u onder narcose. Dit gebeurt in opzet op de afdeling ‘Dagbehandeling’. U kunt meestal dezelfde dag weer naar huis. U wordt hier nuchter opgenomen. Voorafgaand aan de ingreep krijgt u in overleg met uw anesthesist een narcose of een kortwerkende ruggenprik (spinaalanesthesie). De operatie vindt plaats op de operatiekamer. 

De procedures van hysteroscopie in de operatiekamer zijn technisch gezien hetzelfde als die op de polikliniek. Er wordt vaak gebruikgemaakt van een iets grotere hysteroscoop, waarvoor de baarmoedermond tijdelijk wordt opgerekt.

Baarmoederslijmvliesverwijdering via hysteroscopie

Wanneer u gekozen heeft voor een baarmoederslijmvliesverwijdering (vanwege hevig menstrueel bloedverlies bij afgesloten kinderwens), gebeurt dit altijd op de operatiekamer in dagbehandeling. Terwijl u slaapt of nadat u een ruggenprik heeft gekregen, wordt het baarmoederslijmvlies met een elektrische lis weg ‘geschraapt’. Zo wordt de kans op (hevig) menstrueel bloedverlies zo klein mogelijk gemaakt. 

Complicaties

De kans dat er na een hysteroscopische ingreep complicaties optreden is erg klein. Mocht u toch koorts krijgen, hevig gaan vloeien of, ondanks pijnstilling, meer pijn krijgen, dan wordt u verzocht contact met de polikliniek of afdeling op te nemen. 

Hoewel complicaties tijdens de ingreep zeldzaam zijn (0.01-0.1%), kunnen ze wel optreden. De meest voorkomende zijn: perforatie, bloeding en intravasatie.

  • Vaak moet bij therapeutische hysteroscopie de baarmoederhals worden opgerekt, zodat er goed zicht is op de baarmoederholte. Hierbij kan onbedoeld een perforatie van de baarmoederholte optreden. Dit heeft meestal geen gevolgen. Soms moet de ingreep worden onderbroken en een aantal weken daarna weer worden ingepland.
  • Bloedingen worden vaak direct behandeld. Ze worden soms opgelost door een ballonnetje in de baarmoederholte achtergelaten.
  • Intravasatie betekent dat er te veel water in uw bloedvatsysteem is gekomen. Om de baarmoederholte goed te kunnen zien, gebruiken we een zout- of suikeroplossing onder lichte druk. Omdat tijdens de operatie bloedvaatjes open gaan staan, zal deze vloeistof ook in uw bloedbaan worden opgenomen. Wanneer er te veel vloeistof in uw bloedbaan terechtkomt, kan uw zouthuishouding in de war raken en zal de operatie voortijdig worden gestopt.

Na de hysteroscopie

Afhankelijk van wat er tijdens de hysteroscopie precies gedaan is, heeft u na de ingreep vrijwel geen last van bloedverlies (diagnostische hysteroscopie) tot gemiddeld bloedverlies (na verwijdering van vleesboom of baarmoederslijmvlies). Dit kan tot 2 weken aanhouden. Ook kunnen krampen (als bij een menstruatie) optreden, die na enkele uren tot dagen zullen afnemen. Meestal kunt u dezelfde dag weer uw dagelijkse bezigheden hervatten. Na een ingreep in dagbehandeling wordt een (kleine) week rust aanbevolen. Zolang u bloedverlies heeft, mag u niet in bad, niet zwemmen en geen gemeenschap hebben. U mag wel douchen. 

Als er weefsel is verwijderd, plannen we ten minste één belafspraak voor het doorgeven van de uitslag hiervan. Afhankelijk van de ingreep plannen we ook een poliklinische controleafspraak. 

Contact

Afdeling Gynaecologie
Polikliniek Gynaecologie. Locatie H3-P, route 485.
Tel. 071-526 28 70

Juli 2019