Het draaien van een kind in stuitligging

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Verloskunde

Waarom wordt de stuitligging gedraaid?

Als een kind van stuitligging naar hoofdligging kan worden gedraaid is er een veel lagere kans op een keizersnede. 

Wanneer wordt de stuitligging gedraaid?

Voor 36 weken zwangerschapsduur draaien veel kinderen zelf nog tot een hoofdligging. Het is dan ook verstandig pas na deze termijn het kind te draaien. Soms wordt het advies gegeven iets eerder of later te draaien, meestal afhankelijk van de hoeveelheid vruchtwater. Wanneer de stuitligging later ontdekt is, kan tot aan de bevalling het draaien bijna altijd geprobeerd worden.

Hoe verloopt het draaien?

Het draaien van het kind vind meestal plaats op de polikliniek verloskunde (B3) tel 071-5261803. Degene die uw kind probeert te draaien is gynaecoloog, assistent of een in het ziekenhuis werkzame verloskundige. U ligt op een bed of onderzoeksbank. Voordat men met het draaien begint, controleren we de harttonen (CTG, cardiotocogram) en de ligging van het kind door middel van een echo. U krijgt een injectie in bovenbeen of bil met een weeënremmend middel om ervoor te zorgen dat de baarmoeder niet samentrekt. Een mogelijke bijwerking hiervan is dat uw hartslag versnelt en u last van hartkloppingen krijgt. Na een paar uur is het middel uitgewerkt en verdwijnen deze bijwerkingen weer.

Het is belangrijk dat u zo ontspannen mogelijk ligt en uw buikspieren niet aanspant. Soms is een kussen onder uw knieën prettig. Als u een goede houding hebt gevonden, pakt de verloskundige of arts het kind vast. Eén hand pakt daarbij net boven uw schaambeen de billen van het kind en probeert deze omhoog te drukken. De andere hand pakt aan de bovenkant van uw buik het hoofd van het kind en probeert dit naar beneden te duwen. Op deze wijze duikelt het kind tot het met zijn hoofd beneden ligt. De duur van het draaien kan verschillen, van minder dan 30 seconden tot soms meer dan 5 minuten.

Een enkele keer, als de billen al wat in het bekken zijn ingedaald, drukt een assistent via de vagina (schede) de billen van het kind omhoog, om zo het draaien te vergemakkelijken. Na afloop controleert men opnieuw de ligging en de hartslag van uw kind door middel van een CTG.

Hoe vaak lukt het om een kind te draaien?

Of het zal lukken om een kind te draaien, valt niet eenvoudig te voorspellen. Over het algemeen geldt: hoe vroeger in de zwangerschap en hoe meer vruchtwater, des te gemakkelijker is het om het kind te draaien. Dat heeft ook een keerzijde: als het kind gemakkelijk te draaien is, is de kans ook groot dat het zelf weer terug draait. Naarmate de zwangerschapsduur vordert, neemt de hoeveelheid vruchtwater af, wordt de baby groter en het draaien dus moeilijker.

Als de moederkoek op de voorwand van de baarmoeder ligt is het moeilijker om het kind te kunnen vasthouden bij het draaien. Bij een eerste zwangerschap zijn de baarmoeder en de buikwand nog stevig en zal het draaien minder kans op succes hebben dan bij een tweede of derde zwangerschap. Gemiddeld is de kans op succes van het draaien ongeveer 40 tot 60%.

Bij een tweelingzwangerschap is het niet mogelijk om een of beide kinderen te draaien. Bij een verhoogde bloeddruk of een litteken in de baarmoeder kan de gynaecoloog soms besluiten om het kind niet te draaien. 

Mogelijke gevolgen en complicaties van het draaien

Voor de moeder is kans op complicaties zeer klein. Wel hebben enkele vrouwen last van de bijwerkingen van het middel om de baarmoeder te ontspannen, maar dit gaat altijd vanzelf over. De buik kan door het duwen een paar dagen gevoelig en pijnlijk zijn. Dat is vervelend, maar kan geen kwaad. Na het draaien is de hartslag van de baby soms wat trager maar bijna altijd wordt deze vanzelf weer normaal. Een heel enkele keer (bij minder dan 1%) blijven de harttonen afwijkend en is het eventueel nodig direct een keizersnede te verrichten.

Na het draaien

Als het is gelukt om uw kind te draaien, kunt u in principe gewoon thuis bevallen, tenzij u een andere reden hebt voor een ziekenhuisbevalling. Als het kind uit zichzelf weer terug is gedraaid naar een stuitligging, kan overwogen worden opnieuw te proberen te draaien, meestal na een week. Blijft het kind in stuitligging liggen dan moet u in het ziekenhuis onder controle blijven voor de zwangerschap en de bevalling. Of het draaien wel of niet gelukt is: bij toenemende buikpijn, bij bloedverlies of als u uw kind minder voelt bewegen moet u contact opnemen met de gynaecoloog. 

Anti-D

Is uw bloedgroep rhesus-negatief, dan krijgt u na afloop van een draaipoging een injectie met anti-D, of het nu gelukt is het kind te draaien of niet.

Verdere controles van de zwangerschap

Als het is gelukt om uw kind te draaien blijft u onder controle van uw eigen verloskundig hulpverlener. Men kijkt bij een volgende controle altijd opnieuw naar de ligging van het kind. Een enkele keer draait het kind uit zichzelf weer terug naar een stuitligging. Zo nodig kan het kind opnieuw gedraaid worden.

Is het niet gelukt de baby te draaien dan wordt met u de verdere gang van zaken rond de bevalling besproken. U komt bij ons onder controle en krijgt een medische indicatie om in het ziekenhuis te bevallen.


Mei 2012

Patiëntenfolder Een stuitligging