Patiëntenfolder

Behandeling van baarmoederhalskanker (cervixcarcinoom)

Binnenkort wordt bij u een behandeling uitgevoerd in verband met baarmoederhalskanker (cervixcarcinoom). De reden voor deze behandeling en wat u daarvan kunt verwachten heeft u reeds met uw arts besproken. Vaak is het zo dat er na zo’n gesprek nog vragen opkomen. Deze folder geeft uitleg over baarmoederhalskanker (wat het is en bij wie het voorkomt), maar ook over de diagnostiek en behandeling van baarmoederhalskanker. Als basis voor deze folder is de patiëntenvoorlichting ‘Baarmoederhalskanker’ van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) gebruikt, aangevuld met specifieke informatie over de behandeling gegeven in het LUMC. Mochten er nog vragen of onduidelijkheden zijn, voor u of uw partner, dan kunt u deze het beste bespreken met uw verpleegkundige of behandelend arts.

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Nierziekten.

Onze zorg

Wat is Behandeling van baarmoederhalskanker (cervixcarcinoom)?

Rituximab is een monoclonaal antilichaam en behoort tot de biological DMARD’s (Disease Modifying Anti Rheumatic Drugs) oftewel reumaremmers die met behulp van moderne technologie worden ontwikkeld. Monoclonale antilichamen zijn gemodificeerde eiwitten die zijn ontwikkeld om immunologische processen te beïnvloeden.

Voorbereiding

Wat gaat er vooraf aan het onderzoek of de behandeling?

Voordat u kunt starten met de rituximab-behandeling, dient beoordeeld te worden of er geen medische bezwaren zijn tegen de behandeling met een biological, waar de rituximab toe behoort. Omdat een infectie doorgemaakt in het verleden kan opvlammen door de behandeling met een biological wordt uw bloed gecontroleerd op infecties voorafgaand aan de toediening van rituximab. Uw nefroloog bespreekt alles met u over de behandeling met rituximab. De secretaresse van het Niercentrum plant de afspraak op de dagbehandeling en informeert u hierover. Indien u opgenomen bent op de kliniek van de nierziekten zal de behandeling daar plaatsvinden.

Hoe kunt u zich voorbereiden?

Vaccinaties   

  • Voor een voldoende immuunreactie op de vaccinatie moet deze minstens 4 weken voor de eerste behandeling met rituximab plaatsvinden. 
  • De griepvaccinatie (griepprik) is mogelijk en wordt geadviseerd. Deze vaccinatie kan u tegen griep (influenza) beschermen. 
  • We adviseren om overige vaccinaties eerst met uw nefroloog te overleggen omdat vaccinaties met levende vaccins ontraden worden.

Gebruik van rituximab samen met andere medicijnen   

  • Licht uw arts in over uw behandeling met rituximab en vertel wanneer u het laatste infuus hebt gehad. 
  • Vertel uw huisarts, tandarts en specialist altijd welke medicijnen u gebruikt. Denk hierbij ook aan uw eventuele gebruik van zelfzorgmedicatie.
  • Het gelijktijdig gebruik van verschillende medicijnen is niet altijd veilig.
Het onderzoek / de behandeling

Wat zijn de risico's, bijwerkingen of complicaties?

Infuusbijwerkingen   

  • Tijdens het inlopen van het infuus kunnen bijwerkingen/reacties optreden zoals: jeuk, kortademigheid, koorts, rillingen, huiduitslag en/of bloeddrukschommelingen. 
  • Om de kans op bijwerkingen te verkleinen, worden voorafgaand aan ieder infuus, een anti-allergiemiddel, prednison en paracetamol toegediend. 
  • Mocht u toch last krijgen van de bijwerkingen, dan kan de toediening van rituximab vertraagd of onderbroken worden.

Algemene bijwerkingen  

Patiënten die rituximab gebruiken, hebben een grotere kans op infecties. Neem altijd de temperatuur op wanneer u zich ziek voelt. Neem bij koorts of andere tekenen van infectie (bijv. pussend wondje, steenpuist of ophoesten niet-helder slijm) contact op met uw nefroloog.  

Belangrijk  

Een zeer zeldzame maar ernstige bijwerking van rituximab is het optreden van een herseninfectie. Mocht u last hebben van een of meerdere van de volgende symptomen, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts:   

  • Geheugenverlies 
  • Moeite met nadenken 
  • Moeite met lopen
  • Vermindering/verlies van gezichtsvermogen

Nazorg

Welke specifieke nazorg kunnen wij bieden?

Controles 

Na de behandeling blijft u gedurende twee jaar onder controle van de gynaecoloog en/of de radiotherapeut. Afhankelijk van de situatie kan een langere nacontrole nodig zijn of geadviseerd worden. Indien u oorspronkelijk voor de behandeling bent verwezen door een gynaecoloog uit een ander ziekenhuis, dan kunnen de controles daar plaats vinden.

Meer informatie

Contactgegevens van de betrokken poliklinieken

Polikliniek Nierziekten  

Telefoonnummer: 071-526 37 96 (tussen 09.00 en 12.00 uur)  

E-mail: polinierziekten@lumc.nl

Handige links

Hebt u na het lezen van deze folder vragen of opmerkingen, neem dan contact op met uw nefroloog. Onafhankelijke informatie over geneesmiddelen kunt u vinden op www.apotheek.nl en op de website van het Zorginstituut Nederland: www.farmacotherapeutischkompas.nl