Botulinetoxinebehandeling bij volwassenen

U bent verwezen naar het spasticiteitsspreekuur van de afdeling revalidatiegeneeskunde van het LUMC.

Spasticiteit

Door verschillende neurologische aandoeningen kan verhoogde spierspanning of spasticiteit optreden. Bijvoorbeeld bij CVA, dwarslaesie en MS. Spasticiteit kan pijn veroorzaken of problemen geven bij bewegen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het lopen, het aantrekken van een jas of schoenen, het knippen van uw nagels. Ook kan het dragen van spalken gehinderd worden door spasticiteit.

U kunt ook last hebben van sterke en vaak hinderlijke reflexen. Een voorbeeld is een zogenaamde enkel clonus, waarbij de voet trilt zonder dat u daar controle over heeft.

Behandeling

Er zijn verschillende mogelijkheden voor het bestrijden van spasticiteit. U kunt hierbij denken aan (rek)oefeningen, fysiotherapie, het dragen van een spalk of aangepaste schoenen, medicijnen, een blokkade van de zenuw of injecties met botulinetoxine.

Uw revalidatiearts neemt met u samen de beslissing welke behandeling het meest geschikt is voor u.

Wanneer een behandeling met botulinetoxine de beste optie lijkt, kunnen wij deze uitvoeren op de polikliniek Revalidatiegeneeskunde van het LUMC. Hieronder geven we meer informatie.

Wat is een injectie met botulinetoxine?

Botulinetoxine is een chemische stof die de samentrekkingen van de spier tegengaat. Door de spastische spier een injectie te geven met botulinetoxine vermindert de spanning in deze spier.

Wat gebeurt er tijdens de behandeling?

De revalidatiearts onderzoekt welke spieren voor een injectie in aanmerking komen. De arts prikt in deze spieren met een injectienaald. De injectie kunt u vergelijken met bloedprikken. Als de goede plaats in de spier is gevonden, wordt een kleine hoeveelheid botulinetoxine ingespoten.

De arts controleert op twee manieren of de naald goed in de juiste spier zit: met echografiebeelden en door middel van kleine elektrische prikkels die via de speciale injectienaald naar de spier gestuurd worden. Van deze elektrische prikkels voelt u weinig.

Omdat verschillende spieren een verhoogde spanning kunnen hebben, is het mogelijk dat u meerdere injecties krijgt tijdens de behandeling.

Bij kinderen is het mogelijk de botulinetoxinebehandeling onder narcose te geven.

Hoe lang werken botuline toxine injecties?

De werking van de injecties begint na één tot drie dagen. Het duurt ongeveer twee weken voordat het volledige effect van de botulinetoxine-injectie duidelijk is. De werkingsduur van de injectie verschilt per persoon. De werking houdt ongeveer vier maanden aan, soms korter, soms langer.

Zijn er bijwerkingen?

In het algemeen treden er nauwelijks bijwerkingen op. De meest voorkomende bijwerking is pijn in de behandelde spier. Daarnaast kan de huid rond de behandelde spier tijdelijk roder en warmer worden. De kracht van de behandelde spier neemt door de injectie af. Zelden komt het voor dat de spanning van de andere spieren afneemt, zoals verzwakking van mondspieren na injecties in het been. Zelden komt voor dat mensen enkele dagen een grieperig gevoel ervaren na een botulinetoxine behandeling.

Mocht u klachten krijgen, neem dan contact op met uw revalidatiearts of huisarts.

Wanneer is een botulinetoxine injectie niet mogelijk?

Het is niet verantwoord een botulinetoxine-injectie te geven wanneer u
- een progressieve spierziekte heeft
- zwanger bent of borstvoeding geeft
- korter dan drie maanden geleden een tetanusvaccinatie heeft gehad
- antibiotica van het type aminoglycosiden gebruikt
- een bewezen allergie voor botuline toxine type A heeft

Extra voorzichtigheid is geboden wanneer u
- slikstoornissen heeft
- bloedverdunners gebruikt
- een pacemaker heeft of een andere geïmplanteerde elektronische stimulator
- autonome dysreflexieklachten heeft bij een dwarslaesie

Is na de injectie een nabehandeling nodig?

Vaak is nabehandeling nodig. Dit is bijvoorbeeld een oefenprogramma, fysiotherapie, een spalk of een aangepaste schoen. De revalidatiearts bespreekt dit met u.

Hoe vaak moet ik naar het ziekenhuis komen voor de behandeling?

Over het algemeen zijn 3 bezoeken nodig:

  • een kennismakingsgesprek: u bespreekt de beperkingen die u door de spasticiteit ervaart met de arts. De arts doet bewegingsonderzoek. Daarnaast bespreekt u met de revalidatiearts het doel van de behandeling. Dit gesprek duurt 30-60 minuten.
  • de injectie: afhankelijk van het aantal spieren dat wordt behandeld, kan de afspraak tot 60 minuten duren.
  • de controle: 6 weken na de injectie bespreekt u met de arts of het doel van de behandeling behaald is. De arts doet opnieuw bewegingsonderzoek. Deze afspraak duurt 30 minuten.

Soms zijn extra onderzoeken nodig, zoals een gangbeeldanalyse.

Soms zijn extra afspraken op onze polikliniek of in uw revalidatiecentrum nodig, bijvoorbeeld voor het aanpassen van spalken of schoenen.

Waar kan ik terecht met vragen?

  • Ik heb vragen vóór de behandeling: u kunt deze bespreken met uw eigen revalidatiearts.
  • Ik heb vragen over de behandeling: u kunt deze tijdens het kennismakingsgesprek, de afspraak voor de injectie of de controle bespreken met de arts op de polikliniek van het LUMC.
  • Ik heb bijwerkingen van de behandeling: wij adviseren u om contact op te nemen met uw revalidatiearts of huisarts of, wanneer deze niet bereikbaar zijn, met de huisartsenpost.
  • Professionals (revalidatiearts, huisarts, fysiotherapeut of ergotherapeut, etc.) kunnen bij vragen contact opnemen met het medisch secretariaat van de Revalidatiegeneeskunde in het LUMC 071-5263457.

Wetenschappelijk onderzoek

Op de polikliniek Revalidatiegeneeskunde van het LUMC wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de behandeling en ernst van spasticiteit. U kunt gevraagd worden om mee te doen aan een van deze onderzoeken. U krijgt dan van de onderzoekers uitgebreide informatie over wat het onderzoek inhoudt voldoende tijd om te overwegen of u wel of niet mee wilt doen aan onderzoek. U bent niet verplicht om mee te doen. Als u meedoet, kunt u op elk moment uw medewerking stoppen. Dit heeft geen gevolgen voor uw verdere behandeling op onze afdeling of in het ziekenhuis.