Niet-functionerende hypofyse adenomen (NFA)
Deze informatie is opgesteld door de afdeling Endocrinologie.
Wat is Niet-functionerende hypofyse adenomen (NFA)?
Een NFA is een goedaardige tumor die ontstaat in het hypofyseweefsel. Een NFA wordt niet functionerend genoemd omdat de tumor geen hormonen produceert. NFA’s worden afhankelijk van de grootte ingedeeld in microadenomen en macroadenomen. Microadenomen zijn kleiner dan 1 centimeter en geven meestal geen klachten. Macroadenomen (afgekort NFMA) zijn groter dan 1 centimeter en kunnen klachten geven en behandeling nodig hebben.
Verschijnselen
De voornaamste klachten bij een niet functionerend macroadenoom (NFMA) zijn hoofdpijn en moeite met zien omdat de tumor op het hersenvlies en/of oogzenuw kan drukken. Klachten van de ogen kunnen zijn: wegvallen van de zijkanten van het blikveld (gezichtsvelduitval) en minder scherp zien. Afhankelijk van waar het adenoom precies zit, kan er soms ook dubbelzien ontstaan door druk op zenuwen die zorgen voor de aansturing van de oogspieren.
Daarnaast kan de tumor verdrukking van het gezonde hypofyseweefsel geven, waardoor de hypofyse niet meer goed in staat is om hormonen aan te maken. Hierdoor ontstaan tekorten van hormonen, oftewel hypofyseuitval. Dit kan verschillende klachten geven zoals krachtsverlies, vermoeidheid, gestoorde menstruatiecyclus bij vrouwen en impotentie bij mannen.
Oorzaak
De oorzaak van een NFA is niet bekend. Als bij de gehele bevolking een scan van het hoofd gemaakt zou worden, vinden we bij 5-10% een NFA. Meestal wordt een NFA bij toeval ontdekt. De tumor is vaak klein, groeit heel langzaam en geeft in veel gevallen geen klachten. Dit betekent dat vaak niet direct een behandeling nodig zal zijn. Een NFA dat behandeld moet worden is zeldzaam.
Welke behandelingen zijn er mogelijk?
De behandeling hangt af van de grootte van een NFA. Een klein NFA zonder klachten hoeft niet behandeld te worden. Wel zal het NFA opgevolgd worden met MRI-scans en bloedonderzoek om te zien of er groei of verandering van hypofysefunctie optreedt in de loop van de tijd.
Wanneer de tumor op de oogzenuw drukt waardoor er afwijkingen in het scherpe zien en/of de gezichtsvelden ontstaan, is er noodzaak om te behandelen. Een operatieve verwijdering van de tumor is een behandeling van eerste keuze. Dit zal in een gezamenlijk gesprek met de endocrinoloog en neurochirurg met u besproken worden. Bij merendeel van de patiënten herstelt het gezichtsvermogen en het scherpe zien na operatie.
Als de hypofyse niet goed in staat is om hormonen aan te maken, is dit ook een reden voor behandeling, namelijk met medicijnen om de hormoontekorten aanvullen.
Op het moment dat er duidelijke groei van de tumor is maar iemand nog geen of beginnende klachten heeft, is een ‘preventieve‘ operatie een overweging. Het is maatwerk wat het beste moment van behandeling is.
Na een operatie zullen patiënten langdurig gecontroleerd worden. Deze controles bestaan onder andere uit bloedonderzoek, MRI-scans en soms ook onderzoeken bij de oogarts. Soms is er een kleine tumorrest die na een tijd weer kan groeien en in dat geval opnieuw behandeling nodig kan hebben. Dan kan er gekozen worden voor een 2e operatie of voor bestraling.
De keuzemogelijkheden worden op het gecombineerde spreekuur met u besproken (zie folder hypofyse zorgpad).
Contact
Deze folder geeft zeker niet antwoord op al uw vragen. U kunt met uw overige vragen altijd terecht wanneer u een afspraak heeft bij uw behandelend specialist.
Leids Universitair Medisch Centrum
Overig
Wetenschappelijke artikelen
- The burden of disease for pituitary patients. Biermasz NR. Best Pract Res Clin Endocrinol Metab. 2019
- Endoscopic Surgery for Pituitary Tumors. van Furth WR, de Vries F, Lobatto DJ, Kleijwegt MC, Schutte PJ, Pereira AM, Biermasz NR, Verstegen MJT. Endocrinol Metab Clin North Am. 2020
- Feasibility, safety, and outcomes of a stratified fast-track care trajectory in pituitary surgery. Lobatto DJ, Vliet Vlieland TPM, van den Hout WB, de Vries F, de Vries AF, Schutte PJ, Verstegen MJT, Pereira AM, Peul WC, Biermasz NR, van Furth WR. Endocrine. 2020