Waar nieuwe behandelingen beginnen: de rol van de ziekenhuisapotheek

20 juli 2026
leestijd
De meeste mensen kennen een apotheek als een plek waar je medicijnen ophaalt: even langs de balie en weer door. Maar de ziekenhuisapotheek van het LUMC is niet zoals de apotheek in je buurt. Als ‘farmaceutisch bedrijf in het klein’ maakt de apotheek geneesmiddelen en speelt zij een belangrijke rol bij de ontwikkeling én het testen van nieuwe behandelingen. Tijd voor een kijkje achter de schermen: vijf verrassende dingen die je nog niet wist over de LUMC ziekenhuisapotheek.

Medewerker van de ziekenhuisapotheek werkt in een steriele omgeving en heeft beschermende kleding aan

1. Een speciale vergunning om zelf geneesmiddelen te maken

De LUMC ziekenhuisapotheek heeft een speciale vergunning van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd om zelf geneesmiddelen te produceren. Elk jaar gaat het om zo’n 150 tot 200 verschillende geneesmiddelen en ongeveer 20 cel- en gentherapieën.

"Eigenlijk zijn we een farmaceutisch bedrijf in het klein", zegt afdelingshoofd Kirsten Schimmel. We produceren en verpakken experimentele behandelingen die hier in het LUMC worden getest. Farmaceutische bedrijven richten zich vaak op een aantal ziektes en behandelingen. Daardoor maken zij grote aantallen van relatief weinig producten. Wij doen juist het omgekeerde: we maken producten voor veel verschillende aandoeningen, maar in kleinere hoeveelheden.”

Het proces begint met het inkopen van de grondstof. “Hebben we daarvoor de juiste vergunningen en is de kwaliteit van de grondstoffen goed? Ook kijken we naar de toedieningsvorm, het oplosmiddel, de productiemethode en de manier van steriliseren. Daarnaast denken we na over hoe we de behandeling meegeven, zodat misbruik of doorverkoop wordt voorkomen. “Allemaal vragen waar we naar kijken voordat een behandeling bij mensen kan worden getest,” legt Nienke van Rein uit.

De ziekenhuisapotheek maakt ook geneesmiddelen die niet meer in de testfase zitten en al gebruikt worden in de zorg. Het gaat daarbij om middelen waarvoor geen geschikt commercieel alternatief beschikbaar is, maar die wel belangrijk zijn voor patiënten. Een voorbeeld is amifampridine, een middel voor patiënten met de zeldzame spierziekte myasthenia gravis. Dit geneesmiddel wordt al dertig jaar in het LUMC gemaakt voor vrijwel alle patiënten in Nederland.

2. Nieuwe behandelingen beginnen vaak in de ziekenhuisapotheek

Voordat een nieuwe behandeling bij mensen wordt getest, is er vaak al jaren onderzoek gedaan. Toch is de stap van het laboratorium naar de patiënt ingewikkelder dan veel mensen denken. Er zijn regels, veiligheidseisen en praktische keuzes waar onderzoekers rekening mee moeten houden. Daarom is het belangrijk dat onderzoekers de ziekenhuisapotheek al vroeg betrekken bij hun onderzoek. Zo kan er vanaf het begin worden meegedacht over belangrijke keuzes in het proces, zoals de manier waarop de behandeling wordt toegediend.

Een van die keuzes is de manier waarop een behandeling wordt toegediend. Wordt het een tablet, capsule, drankje, injectie of infuus? Dat lijkt een simpele vraag, maar dat is het niet. De toedieningsvorm bepaalt niet alleen hoe je het middel moet bewaren en hoe lang het houdbaar is, maar ook hoe makkelijk het is om een goed placebo te maken.

Een placebo is een middel dat hetzelfde uitziet, ruikt en smaakt als het echte medicijn, maar géén werkzame stof bevat. “Een goed placebo maken is soms nog moeilijker dan het geneesmiddel zelf,” zegt Nienke van Rein. “Vooral bij drankjes is dat lastig, omdat mensen het geneesmiddel daarin beter proeven. Daarom kiezen we liever voor een capsule. Een capsule heeft zelf weinig smaak en de inhoud komt pas in de maag vrij, dus die zie of proef je ook niet.” De mogelijkheid om een goed placebo te maken, speelt vooral een rol zolang een nieuwe behandeling wordt onderzocht. “Zodra een geneesmiddel is goedgekeurd en op de markt komt, is een placebo niet meer nodig. Daardoor kan de uiteindelijke toedieningsvorm anders zijn dan de vorm die tijdens het onderzoek werd gebruikt,” legt van Rein uit.

Door al in een vroeg stadium mee te denken over dit soort keuzes, helpt de ziekenhuisapotheek om nieuwe behandelingen sneller én veilig bij de patiënt te krijgen.

De tekst gaat verder onder het informatieblok.

3. De kleinste afwijking kan grote gevolgen hebben

Als die keuzes zijn gemaakt, start het productieproces en begint het precisiewerk. Elke stap wordt nauwkeurig en streng gecontroleerd. “Je kunt het vergelijken met een kookrecept,” legt Martin Pool uit. “Het eindresultaat hangt af van de kwaliteit van de ingrediënten én van de gebruikte apparatuur.”

Eileen van der Stoep vult aan: “Iedere bakker weet dat 180 graden in de ene oven niet hetzelfde is als in een andere. En als je slechte gist gebruikt, rijst het brood minder goed. Bij geneesmiddelen kan zelfs de kleinste afwijking in apparatuur of in de ingrediënten invloed hebben op de werking of de veiligheid van de behandeling. Daarom werken we volgens hele strenge eisen en controleren we elke stap. Het resultaat moet elke keer van dezelfde hoge kwaliteit zijn.”

4. Van radioactieve stoffen tot LSD: de ziekenhuisapotheek is van alle markten thuis

De ziekenhuisapotheek heeft ook veel expertise op het gebied van radioactieve en fluorescerende stoffen. Zo maakt de LUMC ziekenhuisapotheek een behandeling voor uitgezaaide prostaatkanker. In een speciale productieruimte koppelen apotheekmedewerkers het radioactieve Lutetium 177 aan een stof die zich hecht aan kankercellen. Hierdoor komt de straling gericht bij de tumor terecht. De behandeling geneest de ziekte niet, maar kan wel het leven verlengen en de klachten verminderen.

Ook in de operatiekamer maakt de ziekenhuisapotheek het verschil. Met fluorescerende stoffen kunnen tumoren of gezonde weefsels zichtbaar worden onder speciaal licht. Hierdoor kan een chirurg preciezer opereren. “Een mooi voorbeeld is een studie in het Prinses Máxima Centrum,” zegt Pool. “Daar wordt een fluorescerende stof gebruikt om neuroblastomen bij kinderen beter zichtbaar te maken. Onderzoekers van het LUMC ontwikkelden deze stof samen met het Prinses Máxima centrum. De LUMC ziekenhuisapotheek heeft het middel daarna volgens de geldende regels bereid, zodat het veilig bij kinderen kan worden gebruikt.”

Fluorescentie helpt ook om fouten te voorkomen. Zo loopt er momenteel een studie waarbij de urineleiders tijdens buikoperaties zichtbaar worden gemaakt. Rob Valentijn: “Urineleiders zijn soms moeilijk te zien tijdens een operatie. Via een injectie in het bloed, komt de fluorescente stof in de urine terecht en lichten de urineleiders op. Zo weet de chirurg precies waar niet gesneden moet worden.”

Daarnaast doet de apotheek onderzoek naar experimentele behandelingen met psychedelica. Samen met het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis wordt bijvoorbeeld gekeken of LSD kan helpen bij clusterhoofdpijn. Ook bij aandoeningen zoals de Katwijkse ziekte en posttraumatische stressstoornis wordt onderzocht of psychedelica kunnen helpen.

5. De ziekenhuisapotheek kijkt niet alleen naar medicijnen, maar ook naar jou als patiënt

Geen twee patiënten zijn hetzelfde. Daarom vraagt goede medicatiebegeleiding om een persoonlijke aanpak die verder gaat dan het verstrekken van medicijnen. De ziekenhuisapotheek begeleidt patiënten gedurende hun hele zorgtraject, van opname tot ontslag en soms ook daarna.

Bij de opname wordt eerst het medicatiegebruik in kaart gebracht. Tijdens de behandeling ondersteunt de ziekenhuisapotheek artsen bij hun keuzes rondom medicijngebruik. De apotheek adviseert daarbij over de juiste dosis, hoe vaak een patiënt een middel nodig heeft, de combinatie met andere medicijnen en mogelijke bijwerkingen. Bij ontslag wordt het medicatiegebruik opnieuw in kaart gebracht. “Op deze manier maken we het medicatiegebruik zo veilig mogelijk en zorgen we ervoor dat de overdracht naar en van het ziekenhuis optimaal verloopt,” zegt Schimmel.

De tekst gaat verder onder het informatieblok.

Ook na ontslag blijft de ziekenhuisapotheek betrokken bij de behandeling. Zo krijgen transplantatiepatiënten medicijnen die de afweer onderdrukken. De juiste dosering is daarbij cruciaal. Een te lage dosis vergroot het risico op afstoting, terwijl een te hoge dosis kan leiden tot ernstige bijwerkingen. Patiënten nemen daarom thuis op vaste momenten een kleine hoeveelheid bloed af via een vingerprik. De bloeddruppel brengen ze aan op een speciaal kaartje dat ze opsturen naar de ziekenhuisapotheek. Daar wordt gemeten hoeveel medicijn er in het bloed zit en wordt de dosering zo nodig aangepast.

Zo zorgt de ziekenhuisapotheek dat zorg beter aansluit bij de patiënt, van opname, behandeling en daarna.

Tot slot

De ziekenhuisapotheek zie je als patiënt meestal niet. Toch speelt deze afdeling een rol bij vrijwel iedere stap tussen een wetenschappelijke ontdekking en een behandeling voor de patiënt. De apotheek helpt onderzoekers bij de ontwikkeling van nieuwe behandelingen, maakt geneesmiddelen, ondersteunt artsen bij medicatiekeuzes en zorgt ervoor dat zorg steeds beter wordt afgestemd op de patiënt

Zoals Schimmel het samenvat: “We slaan de brug tussen onderzoek en zorg. Zo zorgen we dat nieuwe inzichten uit het lab sneller bij de patiënt terechtkomen en bijdragen aan innovatieve zorg. Daar zijn we trots op.”

Meer informatie

Benieuwd naar hoe de ziekenhuisapotheek eruit ziet? In deze Engelstalig video nemen we je mee achter de schermen. Via 'instellingen' kan je de Nederlandse ondertiteling aanzetten.

Op de afdelingspagina van de Klinische Farmacie en Toxicologie vind je meer informatie over de diverse taken van onze ziekenhuisapotheek. Deze expertise en dienstverlening zijn niet alleen beschikbaar voor het LUMC, maar ook voor andere zorginstellingen en apotheken.

Wil je meer weten over onze dienstverlening en apparatuur in de GMP-onderzoeksfaciliteiten? Neem dan een kijkje op de Engelstalige pagina van het Center for Cell and Gene therapy.

Strategie-Banner-Samen in zorg, onderzoek en onderwijs.png