KIEM-beurzen, onderzoek naar narcolepsie, LUF-subsidie en meer
Deel van opbrengst benefietvoorstelling Jochem Myjer naar narcolepsie-onderzoek LUMC
Tijdens twee benefietvoorstellingen van Jochem Myjer op 1 en 9 juni in het Nieuwe Luxor Theater in Rotterdam mocht prof. dr. Gert Jan Lammers een cheque met de opbrengst van de optredens in ontvangst nemen. Een deel van de opbrengst van deze voorstellingen is bestemd voor onderzoek naar narcolepsie in het LUMC.
Narcolepsie is een neurologische aandoening waarbij de hersenen de slaap-waakcyclus niet goed reguleren. Mensen met narcolepsie kunnen overdag plotseling in slaap vallen en hebben vaak last van andere klachten zoals spierverslapping bij emoties, levensechte droomervaringen, concentratieproblemen, geheugenklachten, overgewicht en een verstoorde nachtslaap.
Het in kaart brengen van deze klachten is lastig en zegt vaak niet goed hoe iemand zich echt voelt. Daarom is er een korte vragenlijst ontwikkeld, een zogeheten PROM (Patient Reported Outcome Measure), die laat zien welke klachten het zwaarst wegen en wat de oorzaak daarvan is. De lijst is handig voor artsen in de spreekkamer en voor onderzoek naar medicijnen. Door het ontvangen geld kan de vragenlijst getest worden in Nederland en onderdeel zijn van een groot internationaal onderzoek. Hierbij wordt er gekeken naar een brede groep patiënten, voor en na behandeling.
Dr. Marcel Muskiet ontvangt €35.000 voor onderzoek naar gezond afvallen zonder botverlies
Dr. Marcel Muskiet ontvangt vanuit het Dr. F.F. Hofman Fonds van het Leids Universiteits Fonds €35.000 voorhet project ‘GLP-2: sleutel tot gezond afvallen zonder botverlies?’. Nieuwe op GLP-1-gebaseerde medicijnen, zoals Ozempic, hebben de behandeling van obesitas en type 2 diabetes ingrijpend veranderd. Patiënten verliezen vaak meer dan 15% van hun lichaamsgewicht, met belangrijke gezondheidsvoordelen. Tegelijkertijd groeit de zorg dat dit snelle gewichtsverlies ook kan leiden tot verlies van botmassa en een verhoogd risico op botbreuken.
Met deze subsidie onderzoekt Muskiet samen met de onderzoeksgroep van Prof. Patrick Rensen of het darmhormoon GLP-2 botten kan beschermen tijdens behandeling met op GLP-1-gebaseerde medicijnen. Het onderzoek combineert geavanceerde preklinische modellen met de ambitie om de stap naar toekomstige klinische studies te zetten. De subsidie betekent een belangrijke impuls voor een vernieuwende onderzoekslijn op het gebied van obesitas, botgezondheid en darmhormonen.
€30.000 voor onderzoek naar zeldzame luchtwegaandoening bij vrouwen
Afgelopen zondag ontvingen Emilie Dronkers (KNO-arts) en Jip Mulders (AIOS KNO), werkzaam in het LUMC Expertisecentrum voor Laryngologie (stem-, slik- en luchtwegproblemen), een cheque van €30.000 van de patiëntenvereniging Stichting Subglottische Stenose. Dit bedrag is bedoeld voor wetenschappelijk onderzoek naar subglottische stenose, een aandoening waarbij de luchtweg net onder de stembanden vernauwd is. Hierdoor wordt ademen moeilijker en ontstaan klachten zoals benauwdheid en een piepende ademhaling. Met dit onderzoek wordt onder andere een landelijke database opgezet om gegevens te verzamelen en beter inzicht te krijgen in het ontstaan en verloop van de ziekte. Dit is extra relevant in het kader van de maand van de vrouwengezondheid, omdat de meest voorkomende vorm (idiopathische subglottische stenose) van deze aandoening vrijwel alleen bij vrouwen voorkomt. Het onderzoek moet bijdragen aan een betere keuze voor behandeling, en uiteindelijk aan een betere kwaliteit van leven voor patiënten.
Valideren van menselijke hartmodellen voor betere veiligheidstests van geneesmiddelen
Ongewenste effecten op het hart vormen een belangrijke reden waarom kandidaat-geneesmiddelen tijdens de ontwikkeling afvallen of na goedkeuring tot veiligheidszorgen leiden. Huidige preklinische tests, waaronder diermodellen, voorspellen niet altijd hoe het menselijke hart zal reageren. LUMC-onderzoeker Richard Davis ontvangt financiering via het ValNAM-programma voor het project Cardio4All, dat tot doel heeft nieuwe, voor de mens relevante modelsystemen te valideren als alternatief voor het opsporen van deze schadelijke effecten. Hiervoor werkt Davis samen met de onderzoeksgroepen van Peter Loskill (Universiteit van Tübingen en NMI) en Christian Maass (ESQlabs GmbH/MPSlabs). Zij bundelen hun expertise op het gebied van uit menselijke stamcellen afgeleide hartmodellen, organ-on-chiptechnologie en computationele modellering in één geïntegreerd platform.
Davis: “We willen aantonen dat onze modellen betrouwbare en onderling vergelijkbare resultaten kunnen opleveren voor veiligheidstests van geneesmiddelen op het hart. Als dat lukt, krijgen farmaceutische ontwikkelaars een voor de mens relevante methode met betere voorspellende waarde om deze risico’s in een vroeg stadium op te sporen. Tegelijkertijd kan dit de kosten verlagen, de ontwikkeling van geneesmiddelen versnellen en de behoefte aan dierproeven verminderen.”
KIEM-beurs Universiteit Leiden
Via de KIEM-beurs wil de Universiteit Leiden interdisciplinair werk bevorderen op het gebied van onderzoek, onderwijs en ondersteuning. Medewerkers van de universiteit kunnen een beurs aanvragen voor projecten waarbij twee of meer faculteiten samenwerken. De toegekende projecten ontvangen ieder € 10.000.
Hoofdaanvragers: Deepak Balak, Robert Rissmann en Ivo de Boer
SKINtelligence: Proof-of-concept voor een FAIR dermatologische beeldendatabase voor innovatief onderwijs, verantwoorde AI en multidisciplinair onderzoek
Dit interdisciplinaire initiatief brengt de faculteiten Geneeskunde en Wiskunde & Natuurwetenschappen samen om het potentieel van dermatologische beelddata voor onderwijs en onderzoek beter te benutten. Grote hoeveelheden beelden van huidaandoeningen worden routinematig verzameld in de klinische praktijk en in klinische studies, maar deze datasets zijn versnipperd, onvoldoende gestandaardiseerd en lastig herbruikbaar over disciplines heen. Hierdoor blijven de mogelijkheden voor innovatief onderwijs, datagedreven onderzoek en AI-toepassingen onderbenut.
Dit KIEM-project ontwikkelt een proof-of-concept van een FAIR-database (Findable, Accessible, Interoperable, Reusable) voor beelden van huidaandoeningen. Er wordt een kleinschalige, ethisch verantwoorde infrastructuur opgezet voor gestructureerde en herbruikbare beelddata, met gestandaardiseerde metadata en annotatieprotocollen die worden toegepast op pilotdatasets.
De bruikbaarheid van de infrastructuur wordt aangetoond met twee pilottoepassingen: een digitale onderwijsmodule met geanonimiseerde dermatologische casussen en een verkennende AI-analyse om toekomstige onderzoeksmogelijkheden te beoordelen. Door expertise op het gebied van dermatologie, datawetenschap en geneesmiddelontwikkeling te combineren en andere relevante stakeholders te betrekken, stimuleert het project nieuwe interfacultaire samenwerkingen. Het project legt de basis voor opschaalbare samenwerking op het gebied van medische AI, FAIR-data en digitaal onderwijs, evenals toekomstige externe subsidieaanvragen.
Hoofdaanvragers: Marion Verduijn, Laura Warmerdam en Jessica Kiefte
Planetary health als gedeelde uitdaging voor het versterken van inter- en transdisciplinair onderwijs
Planetary health vraagt bij uitstek om een interdisciplinaire benadering die medische, sociale, ecologische, maatschappelijke en beleidsmatige perspectieven integreert. Dit KIEM project legt de basis voor versterking en innovatie van de inter- en transdisciplinaire onderwijsontwikkeling in planetary health in een samenwerking tussen het FGGA/Leiden University College (LUC) en het LUMC, en inbedding daarvan in hun onderwijsprogramma’s.
Het project creëert een gezamenlijke leer- en ontwikkelruimte waarin docenten van beide instellingen pedagogische expertise en innovaties in inter- en transdisciplinair onderwijs uitwisselen, en docenten samen met studenten nieuwe onderwijsvormen in planetary health ontwikkelen die de integratie van medische, sociale en natuurwetenschappelijke perspectieven in het onderwijs ondersteunt. Het transdisciplinaire karakter wordt versterkt met het betrekken van maatschappelijke partners en beleidsmakers. Het project rondt daarnaast af met een agenda voor toekomstige onderwijsinnovaties en grotere gezamenlijke subsidieaanvragen.
Hoofdaanvrager: Sander Kooijman
Geeft brazilin nieuwe kleur aan de behandeling van hart- en vaatziekten?
Brazilin is een natuurlijke rode kleurstof en een homoisoflavonoïde verbinding die wordt gewonnen uit het kernhout van tropische bomen zoals sappanhout en brazielhout. Momenteel wordt brazilin voornamelijk gebruikt als natuurlijke textielkleurstof. Recente studies van samenwerkingspartners in Indonesië suggereren echter dat brazilin ook de interactie tussen PCSK9 en de LDL-receptor kan remmen, waardoor de expressie van LDL-receptoren op levercellen toeneemt.
Een verhoogde opname van LDL-cholesterol door de lever is een belangrijk therapeutisch doel om het risico op aderverkalking en hart- en vaatziekten te verlagen. Dit project onderzoekt daarom het anti-atherogene potentieel van brazilin in een preklinische setting. Onderzoekers van het Leiden Academic Centre for Drug Research bestuderen in vitro het effect van brazilin op functies van macrofagen die een rol spelen bij aderverkalking, waaronder de opname van geoxideerde lipoproteïnen, cholesterolafvoer en ontstekingsreacties. Parallel daaraan onderzoekt de onderzoeksgroep van Sander Kooijman in een muismodel met een gehumaniseerd lipoproteïneprofiel het effect van brazilin op de gevoeligheid voor aderverkalking.
Hoofdaanvragers: Bianca Boxma-de Klerk, Veronique de Gucht en Dennis Mook-Kanamori
PoCARD-studie – Post-Covid: is het Erkennen, Herkennen of Definiëren?
Het Post COVID Netwerk Nederland (PCNN) is een nationaal netwerk dat onderzoek naar Post-COVID ondersteunt en voorziet van een infrastructuur. Een van de faciliteiten is het PCNN-portaal waarin mensen met zelf-gerapporteerd post-COVID syndroom (PCS) zich vrijwillig registreren en aangeven of zij benaderd mogen worden voor deelname aan wetenschappelijk onderzoek. Het PCNN-portaal verzamelt sinds 2024 continu gegevens van mensen via vragenlijsten. Onderzoekers werven hierin hun deelnemers; dit maakt onderzoek beter uitvoerbaar en minder belastend voor patiënten. Om waardevol te zijn, moet de deelnemersgroep in het portaal zoveel mogelijk lijken op de volledige Nederlandse PCS-populatie. Dat is nu niet het geval: ouderen, mannen, mensen met lage sociaaleconomische positie en mensen met een migratieachtergrond doen minder mee, terwijl ook landelijke diagnosecijfers ontbreken door het ontbreken van een goede test wat leidt tot onderdiagnose. Dit nieuwe project brengt de spreiding van PCS-patiënten in het portaal in kaart, onderzoekt waarom bepaalde groepen wel of geen diagnose krijgen, identificeert systeemfactoren achter ondervertegenwoordiging en ontwikkelt strategieën om deelname en herkenning van PCS te verbeteren. De centrale vraag: gaat het vooral om erkenning, herkenning of definitie? Deze KIEM aanvraag is bedoeld voor inzet van student-assistenten in de uitvoering van het onderdeel identificatie van systeemfactoren (belemmerend en bevorderend) achter ondervertegenwoordiging. Hiervoor is vooral kwalitatief onderzoek nodig. Dit type onderzoek vind nog in zeer beperkte mate plaats op de afdeling klinische epidemiologie, en vergt aanvullende methodologische expertise van sociale wetenschappen. Deze aanvraag stimuleert samenwerking tussen de sociale wetenschappen en de klinische epidemiologie en is de eerste samenwerking op het onderdeel Post-COVID.
Hoofdaanvragers: Marco Spruit en Laura Nooteboom
De regeneratiekamer: Gemengde methoden voor reproduceerbare frequentietherapie
Laura Nooteboom (LUMC/Curium) en Marco Spruit (FWN/LIACS) starten samen met hun onderzoeksgroepen een nieuwe interdisciplinaire onderzoekslijn naar frequentietherapie. Dit potentieel baanbrekende onderzoeksgebied vraagt om diepgaande expertise in zowel kwalitatieve als kwantitatieve methoden voor dataverzameling en -analyse.
Het project hanteert een reproduceerbare mixed-methods-aanpak volgens internationaal erkende methodologieën om FAIR en transparant onderzoek met maximale maatschappelijke impact te waarborgen. Daarbij worden kwalitatieve interviewmethoden vanuit de gezondheidspsychologie gecombineerd met kwantitatieve analyses op basis van machine learning.
Het eerste onderzoeksdeel bestaat uit semigestructureerde interviews met gebruikers van frequentietherapie om ervaren gezondheidsvoordelen in kaart te brengen. Het tweede deel richt zich op het reproduceren van eerder gepubliceerde experimenten en het objectief meten van gezondheidseffecten. Het project wordt afgesloten met een onderzoeksagenda voor vervolgonderzoek naar de mogelijke bijdrage van frequentietherapie aan welzijn. Volgens de onderzoekers is dit onderzoeksveld bij uitstek geschikt voor interdisciplinaire samenwerking tussen gezondheidspsychologie en gezondheidsdatawetenschap.
Hoofdaanvrager: Ruifang Li-Gao
Inzicht in de regulatie van eetlust bij verschillende profielen van depressieve symptomen: integratie van metabole en psychologische mechanismen
Dit project onderzoekt hoe verschillende profielen van depressieve symptomen, met name atypische energiegerelateerde symptomen zoals verhoogde eetlust en gewichtstoename, samenhangen met de subjectieve regulatie van eetlust tijdens een vloeibare maaltijdtest binnen de Nederlandse Epidemiologie van Obesitas (NEO)-studie.
Het centrale doel is om vast te stellen of depressieve symptomen samenhangen met veranderde eetlustreacties na een maaltijd en zo meer inzicht te krijgen in de mechanismen die depressie, eetgedrag, obesitas en cardiometabole aandoeningen met elkaar verbinden.
In tegenstelling tot eerdere onderzoeken, die vooral gebruikmaakten van eenmalige vragenlijsten, maakt dit project gebruik van herhaalde metingen van honger- en verzadigingsgevoelens vóór en na een maaltijd. Hierdoor kunnen veranderingen in eetlust veel nauwkeuriger worden gevolgd. Door expertise uit de klinische epidemiologie, endocrinologie en klinische psychologie te combineren, wil het project nieuwe inzichten bieden voor gepersonaliseerde preventiestrategieën op het snijvlak van mentale en metabole gezondheid.
Hoofdaanvragers: Fia van Heteren en Heleen Breedveld- Roepan
Het ontwikkelen van een interdisciplinair onderzoeksvoorstel naar de praktische implicatie van redeneringen over sociaaleconomische positie onder huisartsen
Huisartsen verlenen zorg aan patiënten met uiteenlopende sociaaleconomische positie (SEP) en beschikken over professionele autonomie om zorg af te stemmen op individuele behoeften. Bestaand onderzoek toont aan dat uitvoerend professionals, waaronder huisartsen, in hun werk verschil maken tussen patiënten op basis van aannames over SEP. Dit onderscheid kan bijdragen aan persoonsgerichte zorg, maar is potentieel problematisch wanneer wat de ene persoon als gepersonaliseerde zorg ervaart door een ander wordt geïnterpreteerd als discriminatie. Echter is onvoldoende bekend wat deze aannames betekenen voor en hoe deze vorm krijgen in de werkpraktijk van huisartsen en welke kennisbronnen ze daarbij mobiliseren. Dit project heeft als doel een interdisciplinaire pilotstudie uit te voeren en simultaan een onderzoeksvoorstel te ontwikkelen dat inzicht biedt in professioneel handelen van huisartsen in hun werkpraktijk. We combineren observaties op locatie met kwalitatieve interviews en een focusgroep, waardoor het onderzoek niet alleen gedragingen, maar ook onderliggende redeneringen en kennisgebruik zichtbaar maakt. De haalbaarheid wordt gewaarborgd door een kleinschalige multi-methodische pilot waarin zes huisartsen in wijken in Den Haag en omstreken gedurende een werkdag worden geobserveerd, aangevuld met een interview en een focusgroep met (participerende) huisartsen waarin we onze bevindingen uit de eerste analyses toetsten met hun ervaringen. Het project brengt expertise samen uit public health, huisartsgeneeskunde en medische antropologie. De resultaten zijn tweeledig: wetenschappelijk (publicatie in wetenschappelijk tijdschrift en plan voor vervolgonderzoek- en financiering) en maatschappelijk (ontwikkeling praktijk- en onderwijstools voor huisartsen en huisartsen in opleiding in het vervolgonderzoek), gericht op reflexief handelen in de zorg.
Hoofdaanvrager: Thijs Elzenga
Groen licht voor duurzaamheid in onze laboratoria
(Bio)chemische laboratoria gebruiken veel energie en produceren veel afval. Hoewel veel onderzoekers en studenten hun onderzoek zo duurzaam mogelijk willen uitvoeren, is dit nog geen standaardpraktijk.
Het Leiden Institute of Chemistry, de afdeling Archeologische Wetenschappen en Green Labs LUMC bundelen daarom hun expertise om verandering te realiseren. Dat doen zij door communityvorming, bewustwording, het toepassen van het Laboratory Efficiency Assessment Framework (LEAF), de aanschaf van duurzamere laboratoriumapparatuur en het benutten van de opgedane kennis voor toekomstige subsidieaanvragen en onderwijs.
Hoofdaanvragers: Diane van der Woude en Marco de Ruiter
Verborgen in het gewricht: microplastics en het ontstaan van artritis
Micro- en nanoplastics zijn kleine plasticdeeltjes die vrijkomen bij de afbraak van kunststof. Ze worden steeds vaker aangetroffen in menselijk bloed, organen en weefsels. Er zijn aanwijzingen dat deze deeltjes het immuunsysteem kunnen ontregelen en chronische ontstekingen kunnen bevorderen, maar hun mogelijke rol bij auto-immuunziekten zoals reumatoïde artritis is grotendeels onbekend.
Dit KIEM-project onderzoekt of micro- en nanoplastics zich ophopen in gewrichtsweefsel en zo kunnen bijdragen aan gewrichtsontstekingen. Hiervoor worden drie onderzoekslijnen gecombineerd: analyse van de aanwezigheid van microplastics in kippenembryo's, onderzoek in muismodellen en experimenten met immuuncellen van patiënten met reumatische aandoeningen. Door deze opeenvolgende aanpak legt het project de basis voor een groter vervolgonderzoek naar de rol van microplastics als mogelijke omgevingsfactor bij gewrichtsaandoeningen.
Hoofdaanvragers: Bruno Guigas, Annie Yang, Qianyue Zhang en Maarten Tushuizen
NNMT-MASLD: Gebruik van humane 3D-leversferoïden voor het testen van nieuwe NNMT-remmers voor de behandeling van metabole disfunctie-geassocieerde leververvetting
Metabole disfunctie-geassocieerde leververvetting (MASLD) treft naar schatting een derde van de wereldbevolking en komt nog vaker voor bij mensen met obesitas of diabetes type 2. Het ziekteproces wordt gekenmerkt door vetophoping in de lever, ontsteking en littekenvorming, terwijl effectieve behandelingen beperkt zijn.
Dit project ontwikkelt een humaan 3D-levermodel waarin verschillende leverceltypen samenkomen. Dit model wordt gebruikt om nieuwe NNMT-remmers te testen die recent zijn ontwikkeld aan het Institute of Biology Leiden. Door expertise uit de medicinale chemie, immunometabolisme en klinische hepatologie te combineren, wil het project bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe behandelstrategieën voor MASLD en MASH.
Hoofdaanvragers: Dagmar Hepp en Isabelle van Hapert
De vele gezichten van angst: onderzoek naar de hersenmechanismen van verschillende angstprofielen bij de ziekte van Parkinson
Angst komt voor bij meer dan 30% van de mensen met de ziekte van Parkinson en heeft een grote invloed op de kwaliteit van leven. Toch is nog onvoldoende bekend waarom angst zich bij sommige patiënten chronisch manifesteert en bij anderen vooral optreedt tijdens perioden waarin medicatie minder goed werkt.
Deze pilotstudie onderzoekt hoe verschillende vormen van angst samenhangen met hersenfunctie met behulp van geavanceerde neuroimaging. Daarnaast wordt onderzocht hoe deze relaties veranderen onder invloed van Parkinsonmedicatie. De resultaten moeten bijdragen aan een beter begrip van angst bij Parkinson en de ontwikkeling van meer gerichte diagnostiek en behandelingen.
Hoofdaanvrager: Monique P.C. Mulder
Een interdisciplinaire aanpak voor de profilering van covalente remmers voor SUMO-proteases
Post‑translationele modificatie met het SUMO eiwit is een belangrijk regulatiemechanisme van eiwitfunctie en speelt een centrale rol in processen zoals celdeling en stressrespons. Verstoring van de balans tussen SUMOylatie en deSUMOylatie is geassocieerd met uiteenlopende ziektebeelden, waaronder kanker. SENP5 is een SUMO‑specifieke protease die vaak verhoogd tot expressie komt in kankercellen. Door de aanwezigheid van een katalytische cysteïne is SENP5 bijzonder geschikt voor gerichte covalente small‑molecule remming. In dit project wordt een recent geïdentificeerde, selectieve covalente SENP5‑remmer systematisch geprofileerd met behulp van isoDTB‑gebaseerde activity‑based proteomics. Deze aanpak maakt het mogelijk om op het volledige proteomische targetlandschap, de selectiviteit en mogelijke off‑targets van de verbinding in complexe biologische systemen in kaart te brengen. De verkregen inzichten ondersteunen mechanistische interpretatie, optimalisatie van chemische probes en verdere functionele en translationele studies. Het project vormt een nieuw en expliciet interfacultair samenwerkingsinitiatief tussen het Mulder Lab (LUMC), met expertise in SUMO‑biologie en chemische biologie, en het Hacker Lab (LIC), gespecialiseerd in isoDTB‑ABPP technologie en de ontwikkeling van covalente chemische probes. Door deze complementaire expertise structureel te combineren, wordt de basis gelegd voor een breder inzetbaar chemoproteomisch platform dat bij succes kan worden uitgebreid naar andere leden van de SENP‑familie. Door complementaire expertise te combineren binnen een gezamenlijk interfacultair kader van LUMC en LIC, maakt het project het mogelijk nieuwe biologische en chemische vraagstukken aan te pakken die geen van beide partners afzonderlijk zou kunnen onderzoeken.

