‘Geef verpleegkundigen tijd om naast de zorg onderzoek te doen’
Hilda Mekelenkamp werkt als gespecialiseerd kinderverpleegkundige op afdeling Strand van het Willem-Alexander Kinderziekenhuis (WAKZ) en postdoctoraal onderzoeker bij de afdeling Ethiek en Recht van de gezondheidszorg. Henk-Jan Guchelaar is lid en vicevoorzitter raad van bestuur (rvb) met verpleegkundige zorg in zijn portefeuille.
Guchelaar: “Ik vind het mooi dat Hilda deze leergang doet. Ik ben een groot voorstander van de verdere ontwikkeling van het verpleegkundig vak. We hebben het directoraat Zorg en het verpleegkundig functiehuis opgezet. Zo geven we verpleegkundigen meer impact in patiëntenzorg, onderzoek, onderwijs en beleid. Persoonlijke groei hoort daar ook bij.”
Mekelenkamp: “Maandag waren Henk-Jan en ik samen bij een diner van het LMNR-netwerk. We spraken daar met deelnemers en bestuurders van andere ziekenhuizen over waarom verpleegkundig onderzoek van waarde is voor passende zorg. En over het positioneren van verpleegkundig onderzoekers en wat we van elkaar kunnen leren. Met Henk-Jan had ik eerder kennisgemaakt, omdat voor deze leergang commitment vanuit de raad van bestuur belangrijk is.”
Guchelaar: “Ik was meteen benieuwd naar jouw motivatie voor deze leergang. Daardoor begrijp ik beter wat verpleegkundigen nodig hebben om verder te professionaliseren.”
Mekelenkamp: “Ik vertelde dat ik tijdens de hbo-opleiding al erg geïnteresseerd was in ‘evidence based’ werken: onderzoeksliteratuur lezen en de uitkomsten toepassen in de zorg. Maar ik wilde eerst het vak leren en specialiseerde mij in het LUMC tot kinderverpleegkundige stamceltransplantatie. Daarna deed ik mijn master en promotieonderzoek, en heb ik de academische verpleegkunde mede geïnitieerd. Nu wil ik mijn eigen onderzoekslijn versterken. Het LMNR programma helpt me hierbij.”
Guchelaar: “Kun je een voorbeeld geven van ‘evidence based’ werken in de praktijk? Dus onderzoek van verpleegkundigen dat echt verschil maakt voor de patiënt?”
Mekelenkamp: “In de praktijk zag ik bijvoorbeeld hoe moeilijk het is voor ouders en patiënten om te beslissen over een stamceltransplantatie. Het is een complexe behandeling, met zowel hoop op genezing als grote risico’s. Tijdens mijn promotie heb ik onderzocht hoe je de wensen en zorgen van patiënten en ouders beter kunt begrijpen en meenemen in het besluitvormingsproces. Die kennis gebruiken we nu in de praktijk, zodat we samen beter kunnen beslissen.”
Waarom is het voor ons ziekenhuis belangrijk om te investeren in verpleegkundig onderzoek en leiderschap?
Guchelaar: “Verpleegkundigen hebben het meeste contact met patiënten. Zij zien wat er elke dag gebeurt op de afdeling en voelen goed aan wat patiënten nodig hebben. Daar liggen kansen om de zorg te verbeteren. We moeten ervoor zorgen dat onze ruim 2.000 verpleegkundigen hun kennis en ideeën kunnen inzetten in de organisatie. Daarvoor moeten bestuurders ruimte geven. Maar verpleegkundigen moeten die rol ook zelf pakken. En dat vind ik mooi aan Hilda: zij ziet wat nodig is en denkt na over wat zij zelf kan leren en doen om een volgende stap te zetten.”
Wat is volgens jou een verpleegkundig leider? En waarom hoeft dat niet per se iemand met een managementfunctie te zijn?
Guchelaar: “Alle verpleegkundigen die ik ken zijn gepassioneerd over hun vak. Ze werken graag met patiënten en willen bijdragen aan hun gezondheid. Leiderschap gaat een stap verder. Dan kijk je niet alleen naar de individuele patiënt, maar heb je ook een bredere blik op de zorg: hoe is het werk georganiseerd op de afdeling? Hoe gaan dingen in het ziekenhuis? Je signaleert wat beter kan en levert daar een bijdrage aan. Je denkt in oplossingen, niet in problemen. Dat is voor mij leiderschap.”
Onderzoek doen zien veel verpleegkundigen nog als iets voor wetenschappers. Zij denken misschien: dat lijkt me interessant, maar ik weet niet of ik het kan.
Mekelenkamp: “Dat herken ik uit de praktijk. Veel verpleegkundigen denken zo. Als je onderzoek wilt doen, kun je een master doen en daarna misschien een PhD. Tegelijk hoeft niet iedereen dezelfde rol te hebben en zijn alle rollen waardevol. Ik geloof dat verpleegkundigen heel goed klinische vragen voor onderzoek kunnen signaleren. En vanuit verschillende rollen kunnen meewerken aan onderzoek, onder begeleiding van een onderzoeker. Maar wat Henk-Jan zegt klopt: je moet die rol pakken. Ik zie nog wel eens dat collega’s niet goed weten hoe ze een verpleegkundig vraagstuk kunnen aanpakken. Het helpt als verpleegkundigen daarin hulp en een voorbeeld krijgen.”
Had jij zelf een rolmodel die jou inspireerde?
Mekelenkamp: “Nee, er was toen nog geen hoogleraar Verpleegkunde of iemand die dit pad al had gevolgd. In andere umc’s waren ze verder. Daarom ben ik blij dat ook het LUMC vorig jaar een hoogleraar aanstelde: Janneke de Man. Daar hebben we hard voor moeten werken. Ik had geen echt rolmodel, maar dokters waren wel een voorbeeld voor mij. Ik zag hoe zij zorg, onderzoek en onderwijs combineerden – en dacht: dat moeten verpleegkundigen ook doen! Ik vind het gek dat verpleegkundigen vaak ‘handen aan het bed’ worden genoemd. Verpleegkundigen hebben en brengen expertise. Van dokters verwachten we dat ze naast de patiëntzorg, onderzoek doen en onderwijs geven. Waarom kijken we bij verpleegkundigen door een andere bril?”
Guchelaar: “Hoe kijken collega’s naar jou? Je bent gepromoveerd verpleegkundige, en daar zijn er nog maar weinig van. Je hebt vast dezelfde uitdaging als andere onderzoekers en bestuurders: hoe houd jij feeling met de praktijk?”
Mekelenkamp: “Ik werk nog anderhalve dag per week in de zorg. Patiëntenzorg is de kern van mijn vak en het leert me elke keer waar het om gaat. Bovendien vind ik het heerlijk om in een multidisciplinair team te werken waar we samen voor de beste zorg voor de patiënt en familie gaan. Parttime patiëntenzorg is soms lastig, want het is een hoogcomplexe afdeling en ik ben niet altijd meer zo snel als de rest. Tegelijkertijd neem ik een andere blik mee, en die is ook waardevol. In het begin vroegen collega’s vaak: ‘Wat doe je eigenlijk op kantoor?’ Dat was best wennen, maar doordat ik uitlegde wat ik doe en mijn collega’s probeerde te betrekken, nam het enthousiasme toe.”
Veel verpleegkundigen tonen al initiatief en zitten in allerlei verbetergroepen. Wat is er binnen ons ziekenhuis mogelijk als ze méér willen dan dat?
Guchelaar: “Ik zou die vraag graag aan Hilda willen stellen. Als jij wilt dat verpleegkundigen zich verder ontwikkelen, wat is dan jouw advies? Aan hen én aan mij als bestuurder. Wat is de succesfactor?”
Mekelenkamp: “Tegen verpleegkundigen zeg ik: koester je passie. Dat is een belangrijke drijfveer om de zorg te verbeteren. Breng vraagstukken naar voren en blijf herhalen wat je ambities zijn. Denk niet: ik heb het één keer gezegd, dus dat is genoeg. Er zijn nu ook mooie kansen binnen het nieuwe functiehuis. Denk aan de rol van regieverpleegkundige.”
Guchelaar: “Het gaat ook om cultuur. Mijn advies aan verpleegkundigen is: wees minder bescheiden en maak jezelf groter. Voel je belangrijker, want je bént belangrijk als verpleegkundige.”
En wat is je advies aan Henk-Jan en andere bestuurders?
Mekelenkamp: “Als je verpleegkundig onderzoek belangrijk vindt, moet je dat als bestuurder strategisch inbedden. Geef verpleegkundigen tijd om naast de zorg onderzoek te doen, en support dat financieel. We moeten meer verpleegkundig onderzoekers kunnen aannemen. Ook is een duidelijk carrièrepad belangrijk, zodat verpleegkundigen weten welke stappen ze kunnen zetten. En meer verpleegkundig hoogleraren in de toekomst. Kijk naar de klinische hoogleraren: die zijn er volop voor elk specialisme. Als ik naar mezelf kijk: er is ook ná een promotie een duidelijk pad nodig voor het verder ontwikkelen van een onderzoekslijn.”
Guchelaar: “Dus vooral duidelijke carrièrepaden. Wat ik me ook afvraag: we praten binnen UMCNL vaak over uitkomstmaten, dus wat een behandeling oplevert voor de patiënt. Meten we eigenlijk ook het effect van verpleegkundige interventies? Wordt een patiënt daar gezonder van of verbetert de kwaliteit van leven? Ik ben er een groot voorstander van om dat inzichtelijk te maken.”
Mekelenkamp: “Dat zou heel mooi zijn. Laatst zeiden verpleegkundigen op mijn afdeling: ‘Als we patiënten beter voorbereiden op een stamceltransplantatie of hartoperatie, met gezondere voeding, meer bewegen en optimale psychosociale begeleiding, komen ze er dan beter doorheen?’ Het fit-in-fit-out principe. Dat zijn precies de vragen die ik interessant vind. Met onderzoek kun je kijken of zulke interventies echt zorgen voor betere uitkomsten, zoals sneller herstel en een kortere opnameduur.”
Guchelaar: “En dat moet je als beroepsgroep ook laten zien, want daarin zit jullie meerwaarde.”
Stel dat een verpleegkundige dit leest en denkt: ik wil iets doen met onderzoek, maar ik durf die stap niet alleen te zetten. Wat zouden jullie zeggen?
Guchelaar: “Ik zou ze meteen naar Hilda sturen.” Ze lachen. “Soms hebben mensen koudwatervrees en willen ze eerst sparren met een rolmodel. Daarom hebben we meerdere voorbeelden nodig en is het mooi dat Hilda deze opleiding doet. Ik hoop dat het anderen inspireert om ook die stap te zetten.”
Mekelenkamp: “Ik zou zeggen: zoek mensen die je kunnen helpen. Wees niet bang als je iets nog niet kunt, je gaat het juist leren. Niemand kan alles vanzelf. Toen je leerde lopen, viel je ook een paar keer. Dat hoort erbij. En geloof me: er zijn altijd mensen die je willen helpen. Ik heb nog nooit nee gekregen als ik om hulp vroeg.”
Wat is voor jou de grootste hobbel op jouw carrièrepad?
Mekelenkamp: “Mijn positie vinden is nog echt zoeken. Hoe zorg je bijvoorbeeld voor een passende inbedding in de organisatiestructuur? Dat komt doordat ik een van de eerste verpleegkundig onderzoekers ben. Ik merk dat mensen willen helpen, maar het blijft pionieren.”
Guchelaar: “Dat noemen ze ook wel een remmende voorsprong. Je loopt voorop en moet daardoor ook het meeste overwinnen.”
Mekelenkamp: “Ik zie wel vooruitgang. We hebben nu een hoogleraar verplegingswetenschap en verpleegkundige onderzoeksposities in het nieuwe functiehuis. We zijn dus op de goede weg.”
Guchelaar: “Dat klopt, er gebeurt al veel. Ook op de Dag van de Verpleging zagen we prachtige onderzoeken en initiatieven van verpleegkundigen die prijzen kregen.”
Alumni van de LMNR‑leergang zitten vaak op sleutelposities in zorg, beleid en onderwijs. Wat is jouw persoonlijke ambitie? Welke impact wil jij de komende jaren maken?
Mekelenkamp: “Ik wil een duidelijke onderzoekslijn neerzetten voor kinderverpleegkundige zorg. Dat hebben we ook nodig in Nederland. In het Willem-Alexander Kinderziekenhuis van het LUMC doen we complexe behandelingen, zoals stamceltransplantatie en kinderhartchirurgie. De zorg voor deze kinderen en hun ouders willen we blijven verbeteren. Daarvoor is verpleegkundig onderzoek nodig. Verpleegkundigen kunnen in het multidisciplinaire team rondom de patiënt een veel grotere rol pakken.”

Leadership & Mentoring in Nursing Research (LMNR)
Ontwikkel leiderschap. Vergroot onderzoeksimpact. Versterk de zorg. LMNR helpt (bijna) gepromoveerde verpleegkundigen hun leiderschap te versterken en impact maken in onderzoek, beleid en onderwijs. Zo dragen zij bij aan onderbouwde en toekomstbestendige en zorg.
LMNR is een intensief tweejarig traject voor (bijna) gepromoveerde verpleegkundigen. Deelnemers ontwikkelen zich tot academische leiders die bruggen slaan tussen onderzoek, praktijk, beleid en onderwijs. Ze versterken hun leiderschap, vergroten hun onderzoeksimpact en bouwen aan een krachtig netwerk.
Lees hier meer over de leergang LMNR