Zwachtelen, Zelf leren

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Orthopedie

Deze informatie is bedoeld voor iedereen die zelf gaat leren zijn stomp te zwachtelen na een amputatie van het been. De medewerkers van de Gipskamer en de afdeling Orthopaedie willen op deze manier duidelijk maken waarom het belangrijk is om een stomp te zwachtelen. Het zwachtelen wordt geleerd volgens een methode, zoals die in het LUMC wordt toegepast.

Waarom zwachtelen?

Na een amputatie is “stompoedeem” een normaal verschijnsel. Oedeem is een ophoping van (te veel) vocht in weefsels. Ernstig oedeem beïnvloedt de genezing van de stomp nadelig. Hierdoor kan het aanmeten van een definitieve prothese langer op zich laten wachten.
Het hoofddoel van het zwachtelen is het terugdringen van dit oedeem, zodat de stomp sneller een stabiele omvang krijgt. Het zwachtelen wordt eveneens toegepast om zoveel mogelijk een goede vorm van de stomp te bereiken. Een conische vorm (kegelvorm) van de stomp is de ideale prothese-pasvorm. Daarnaast heeft zwachtelen een beschermende functie voor de stomp. De ervaring leert dat door het zwachtelen meer prikkels kunnen worden verdragen. Dit proces wordt “stompharding” genoemd.
Stompzwachtelen vereist kennis en vaardigheid. Het zwachtelen wordt onder andere gedaan door een gipsverbandmeester en door verpleegkundigen. Een verpleegkundige van de afdeling zal u begeleiden bij het aanleren van deze kennis en vaardigheid.

Wanneer zwachtelen?

Meestal wordt er direct na de operatie een gipsverband aangelegd om het stompoedeem in de eerste dagen na de operatie tegen te gaan. Bij sommige mensen wordt het gips hierna nog één of meerdere malen vervangen. Na het verwijderen van het gips kan er meteen gestart worden met het zwachtelen van de stomp.
In het LUMC wordt de stomp 2 keer op een dag gezwachteld. ’s Ochtends en ’s avonds. De zwachtel moet ’s nachts ook om blijven. Het kan nodig zijn om meer dan 2 keer te zwachtelen, om bijvoorbeeld extra te oefenen. Ook het losschieten van de zwachtel of het doorlekken van de wond in de zwachtel zijn redenen om het vaker te doen.
Zoals eerder genoemd, is een stabiele omvang van de stomp een voorwaarde voor het maken van een definitieve prothese. Tot die tijd zal er geoefend worden onder leiding van de fysiotherapeut met een tijdelijke oefenprothese.

Wanneer stoppen met zwachtelen?

Nadat de prothese is aangemeten (en de stomp dus een stabiele omvang heeft) is het nog steeds belangrijk om te zwachtelen. De omvang van de stomp kan namelijk tijdens het oefenen met de prothese weer sterk veranderen, doordat de spieren weer intensiever worden gebruikt. Om de omvang van de stomp te behouden, moet er gezwachteld worden op de momenten dat de prothese niet gedragen wordt. In plaats hiervan kan er ook een elastische stompkous aangemeten worden als alternatief voor het zwachtelen. Door de kous of de zwachtel een korte periode af te laten, kan er uitgetest worden of de omvang van de stomp ook zonder zwachtel of kous constant blijft. Soms is dit pas na één à twee jaar het geval.

Methode van zwachtelen

Op de Gipskamer en op de afdeling Orthopaedie wordt voor het zwachtelen gebruik gemaakt van elastische zwachtels (Elset ‘S’). Afhankelijk van de lengte en de omvang van de stomp wordt er gekozen uit verschillende zwachtelbreedtes (7,5cm, 10cm of 15cm) en uit verschillende lengtes (6m of 12m). Meestal wordt gebruik gemaakt van een zwachtel van 15cm breedte en 12m lengte. De Elset ‘S’-zwachtel kan handgewassen worden.
Op de afdeling wordt gebruik gemaakt van een poster (“Zwachtelen in tien stappen”), die in bed gezet wordt tijdens het oefenen. De verpleegkundige zal u hiervan een kopie meegeven, zodat u steeds kan terugkijken hoe er gezwachteld moet worden.

Voordat u zelf gaat leren zwachtelen is het goed om de volgende opmerkingen door te nemen:

Knip voor het zwachtelen de geplastificeerde rand van de zwachtel. Deze voorkomt het rafelen van de zwachtel, zolang deze in de verpakking zit, maar kan in het gebruik ervan drukplekken op de huid veroorzaken.

De druk die de zwachtel geeft op de stomp mag nooit hoger zijn dan de druk in de kleine vaten van de stomp. Dit komt overeen met een druk van 20 mm Hg (20 milli-meter kwikdruk) van een bloeddrukmeter. Vaak wordt er met een te hoge druk gezwachteld. Om zelf te kunnen voelen wat de juiste druk is kan de verpleegkundige een bloeddrukmeter aanleggen en op genoemde druk brengen.

De meeste druk moet gegeven worden in de slagen aan het uiteinde van de stomp (bovenaan). Laat deze druk afnemen bij iedere volgende laag (naar beneden toe).

Geef alleen druk in de schuine slagen.

Geef nooit druk in de horizontale slagen, omdat dit de stomp afbindt, waardoor het vocht er niet uit kan.

Is er een amputatie gedaan van het onderbeen (dus met behoud van het knie-gewricht), dan is het belangrijk om de knie zo gestrekt mogelijk te houden tijdens het zwachtelen. Anders kan er een “dwangstand” van de knie ontstaan, hetgeen de revalidatie kan belemmeren.

Tot slot

Als u naar aanleiding van deze folder nog vragen heeft, dan kunt u terecht bij de afdeling Orthopedie, telefoonnummer 071 - 526 2065 / 526 2099.


april 2003