Oogmelanoom, bestraling met een Rutheniumschildje

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Radiotherapie

In deze folder vindt u informatie over radiotherapie (bestraling) bij oogmelanoom. De folder is bedoeld als aanvulling op de informatie die u van op de afdeling oogheelkunde en radiotherapeut-oncoloog en/of brachylaborant hebt gekregen, zodat u dit nog eens rustig na kunt lezen. Mocht u na het lezen van deze informatie nog vragen hebben, aarzel dan niet deze te stellen op de afdeling oogheelkunde of radiotherapie.

Bij u is een melanoom in het oog geconstateerd,en er is gekozen voor oogsparende behandeling door plaatselijke bestraling (radiotherapie) met behulp van een zogenaamd Rutheniumschildje.

Bestraling met een Rutheniumschildje is een vorm van brachytherapie. Brachy betekent “op korte afstand, dichtbij”. Het melanoom wordt van (zeer) dichtbij bestraald, en de bestraling is zo plaatselijk dat de omgeving zo goed mogelijk gespaard kan worden.

Wat is een Rutheniumschildje?

Een Rutheniumschildje is een bolvormig, metalen schaaltje met 2 oogjes waar hechtingen doorheen kunnen worden gelegd (zie afbeelding).

Het schildje is gemaakt van zilver, waarop een laagje Ruthenium is aangebracht aan de holle zijde. Ruthenium is een radioactieve stof, die slechts over een afstand van ongeveer 1 centimeter straling afgeeft in de richting van het oog. Het schildje wordt aan buitenzijde van de oogbol bevestigd, precies over de plaats waar het melanoom zich in het oog bevindt. Daardoor wordt het melanoomgebied bestraald, maar de straling vermindert in de diepte zo snel, dat deze vrijwel niet naar de omgeving doordringt.

Aan de hand van een berekening wordt bepaald hoelang het schildje op het oog moet blijven om de juiste bestralingsdosis af te geven. Na het verstrijken van die tijd wordt het schildje verwijderd. De bestraling zal 1 tot 7 dagen duren. Doorgaans betreft het 2 tot 4 dagen. Tijdens een gesprek op de afdeling Radiotherapie op de eerste dag van uw opname hoort u hoe lang het schildje bij u op het oog moet blijven.

  Rutheniumschildje

Rutheniumschildjes

Hoe gaat de behandeling?

Het aanbrengen van het Rutheniumschildje op uw oog gebeurt tijdens een operatie door de oogarts. U wordt de dag voor de operatie in het LUMC op de afdeling Oogheelkunde opgenomen. De operatie vindt meestal plaats onder algehele narcose, soms onder plaatselijke verdoving. U bent hiervoor te voren naar de anesthesist geweest.

Tijdens de operatie wordt het Rutheniumschildje op de buitenkant van het oog aangebracht en met hechtingen vastgemaakt. Soms worden de oogspieren losgemaakt om de plaats van het melanoom te bereiken. Daarna worden de oogspieren weer vastgezet en wordt een verband op uw oog aangebracht. De operatie duurt ongeveer 1 uur.
Nadat de bestralingstijd verstreken is, wordt het schildje door uw oogarts verwijderd. Dit gebeurt op de operatiekamer, onder plaatselijke verdoving.

Voor alle duidelijkheid: zodra het schildje van uw oog is verwijderd, is er geen straling meer aanwezig. U bent tijdens de behandeling niet radioactief, en uw oog en het traanvocht zijn ook niet radioactief. Nadat het schildje is verwijderd, kunt u weer naar huis.

Het is belangrijk dat u niet zelf rijdt, omdat u een verband op uw oog heeft. De volgende dag kan het verband verwijderd worden. Ongeveer 2 weken later krijgt u een telefonisch consult met een verpleegkundige van de polikliniek Oogheelkunde. 

Wat moet ik doen tijdens de dagen dat het schildje op mijn oog zit?

U verblijft tijdens de behandeling op de afdeling Oogheelkunde. U kunt gewoon rondlopen, en uw dagelijkse verzorging zelf doen.

Er zijn wettelijke regels rond het gebruik van radioactief materiaal. Omdat bij gebruik van een Rutheniumschildje vrijwel geen straling vanuit het oog naar de omgeving doordringt, zijn er geen speciale voorzorgsmaatregelen nodig. Op uw polsbandje staat vermeld dat er radioactief materiaal op uw oog aanwezig is.

We raden u aan zo veel mogelijk op de afdeling te blijven. Zorg voor voldoende bezigheden zoals leesmateriaal, puzzelboekjes, etc. U kunt op uw kamer tv-kijken en telefoneren. U kunt op uw kamer bezoek ontvangen. Er zijn geen beperkingen voor bezoek van kinderen en zwangere vrouwen.

Mocht u naar een andere plaats in het ziekenhuis willen gaan, dan dient u dit altijd aan de verpleegkundigen te melden.

Hoe gaat het na de behandeling?

Alhoewel de melanoomcellen na de bestraling niet meer actief zijn, is het effect van de behandeling op het melanoom niet direct waarneembaar. Het afbreken en opruimen van de melanoomcellen treedt heel geleidelijk op.

Door het verdwijnen van melanoomcellen en door littekenvorming zal de tumor langzaam gaan schrompelen en afvlakken. Doorgaans wordt dit effect pas in de loop van vele maanden zichtbaar. Uiteindelijk blijft na 1-2 jaar meestal een vrijwel vlak litteken over. 

Wat betekent de behandeling voor mijn gezichtsvermogen?

Bij de Rutheniumbehandeling wordt het melanoom plaatselijk bestraald, en wordt de omgeving (de rest van het oog, oogkas, oogzenuw) zo goed mogelijk gespaard. Wel zal een deel van het netvlies rond het melanoom beschadigd worden door de bestraling, en kan ook de oogzenuw schade ondervinden.

Het doel van de bestraling is in de eerste plaats om de kwaadaardige melanoomcellen uit het oog te laten verdwijnen, terwijl het oog zelf behouden blijft. Dit gaat vaak ten koste van een deel van uw gezichtsvermogen.

Het hangt vooral af van de plaats waar het melanoom in uw oog zit in hoeverre u slechter gaat zien na de behandeling.

Het effect van de bestraling op het zicht treedt pas na langere tijd geleidelijk op. Het kan dus zijn dat u pas na langere tijd vermindering van het gezichtsvermogen bemerkt. In sommige gevallen wordt de Rutheniumbestraling gecombineerd met een laserbehandeling. In dat geval kan de verslechtering van het zicht kort na de behandeling optreden, vooral als het melanoom zich bevindt in het gebied waar u scherp mee ziet. Zie ook de folder een tumor in het oog van de afdeling Oogheelkunde. De kans op vermindering van het gezichtsvermogen na de behandeling wordt tevoren door uw oogarts met u besproken.

Controles

U blijft na de behandeling onder controle van uw oogarts. Bij deze controles wordt beoordeeld hoe de tumor op de behandeling heeft gereageerd.

Praktische informatie en bereikbaarheid

Leids Universitair Medisch Centrum
Albinusdreef 2,
2300 RC Leiden
Algemeen telefoonnummer: 071-526 91 11
Afdeling Oogheelkunde: 071-526 38 65
Afdeling Radiotherapie: 071-526 17 14 
Bij geen gehoor: 071-526 30 49 (vragen naar de brachytherapie-laborant).

Websites

www.lumc.nl/patientenzorg/oogmelanoom

www.kanker.nl


April 2019