Laryngectomie

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Keel- Neus- Oorheelkunde

Uw KNO-arts heeft u verteld dat u een kwaadaardige tumor van het strottenhoofd (de larynx) heeft. In uw geval betekent dit dat u een operatie zult ondergaan. De KNO-arts heeft u al ingelicht over de ingreep. Deze folder is een aanvulling daarop.

Een aantal onderwerpen in deze folder zal u bekend voorkomen, terwijl andere onderwerpen misschien vragen zullen oproepen. Leest u de folder goed door en schrijf uw vragen op. Bij de opname zullen uw vragen besproken en beantwoord worden. 

Wat is een laryngectomie?

Het strottenhoofd heet in medische termen de larynx. Bij een laryngectomie wordt het strottenhoofd verwijderd. 

  1. Het strottenhoofd ligt onder de keelholte. Het is opgebouwd uit kraakbeen, spierweefsel en slijmvlies en bestaat uit 3 delen. 
  2. Supraglottis (gebied boven de stembanden, waaronder het strottenklepje) Glottis (stemspleet, stembanden)
  3. Subglottis (gebied tussen de stembanden en de luchtpijp) 

Bron: Atos Medical AB

Belangrijke functies van het strottenhoofd zijn slikken, ademen en praten. Bij het verwijderen van het strottenhoofd vallen deze functies weg. Omdat het niet meer mogelijk om nog te ademen via de neus en de mond, wordt er tijdens de operatie een tracheostoma aangelegd. Deze ronde opening net boven het borstbeen wordt de nieuwe ademweg. Hierbij wordt de luchtpijp bevestigd in de hals (zie afbeelding A en B). 

Omdat u na de operatie geen stembanden meer heeft, krijgt u stemrevalidatie, zie het kopje 'Gevolgen van de operatie' in deze folder. 


Bron: Atos Medical AB
                       

De dag van opname

Waar moet u zich melden? 

Op de dag van opname verwachten we u om 10.30 uur op afdeling KOHG (route 265). De gastvrouwen/-mannen in de centrale hal van het LUMC wijzen u graag de weg. 

Het behandelteam

Tijdens uw opname heeft u contact met verschillende mensen (disciplines) binnen het LUMC: het behandelteam. Met enkelen heeft u al kennisgemaakt op de polikliniek. Anderen ziet u op de dag van opname of pas na de operatie. De verpleegkundige op de afdeling en de KNO-zaalarts zijn uw aanspreekpunt. Als u contact wilt met andere disciplines – zoals maatschappelijk werk of geestelijke verzorging – kunt u dat via hen aanvragen.

Voorbereiding op de operatie

De opnamedag is vaak een lange dag. De zaalarts en verpleegkundige zullen de operatie met u bespreken en uitleg geven over de periode na de operatie. Daarnaast spreekt u met de oncologisch chirurg. Tijdens het wachten op deze gesprekken is het de bedoeling dat u op de afdeling blijft. Vanwege alle informatie die u gaat krijgen, raden we aan om uw partner of een ander familielid mee te nemen. 

Naast de gesprekken wordt er tijdens de opnamedag soms nog aanvullend onderzoek gedaan, zoals bloedafname. ’s Avonds begint u met fraxiparine. Dit is een prik die u de tijdens hele opname één keer per dag krijgt om de kans op het ontwikkelen van trombose te verkleinen. 

De operatie

Vanaf 24.00 uur de nacht voor de operatie mag u niets meer eten en drinken. Op de dag van de operatie wordt u vroeg in de ochtend voorbereid voor de operatie. U krijgt operatiekleding aan en uw bed wordt verschoond. Sieraden, een eventueel gehoorapparaat of gebitsprothese mogen niet gedragen worden tijdens de operatie. Ook nagellak en make-up moet verwijderd worden. Op uw kamer is een kluisje aanwezig voor waardevolle spullen, maar we adviseren om deze zo veel mogelijk thuis te laten. Op de afgesproken tijd gaat u naar de ‘holding’, dit is de voorbereidingskamer voor de operatie. Na enige tijd wordt u naar de operatiekamer gebracht.

Duur van de operatie

Als er alleen een laryngectomie wordt gedaan, duurt de operatie 3 tot 4 uur. Meestal moet er nog een extra ingreep naast gebeuren, bijvoorbeeld het verwijderen van lymfklieren in de hals. Dan duurt de operatie de hele dag.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de PACU (Post Anesthesia Care Unit). Dit is een bewaakte uitslaapkamer. De verpleegkundigen hier zijn speciaal opgeleid om de eerste zorg na de operatie uit te voeren. U kunt hier weinig bezoek ontvangen (zie ook de patiëntenfolder Post Anesthesia Care Unit (PACU)).

Wanneer u voldoende hersteld bent van de ingreep en de narcose, gaat u naar de verpleegafdeling KNO. Dit is over het algemeen de volgende dag. 

Eerste dagen na de operatie

De eerste dagen na de operatie is geen gemakkelijke periode. U bent waarschijnlijk nog erg moe als gevolg van de ingreep en de narcose. Regelmatig zullen uw bloeddruk, temperatuur en pols gecontroleerd worden. Wanneer u wakker bent, zult u merken dat u verschillende slangen in uw lijf hebt. Hieronder beschrijven we wat deze betekenen. 

Blaaskatheter

Tijdens de operatie krijgt u een katheter (slangetje) in de blaas. Dit is om in de gaten te houden hoeveel u plast. Meestal wordt deze katheter de eerste dag na de operatie verwijderd. 

Maagsonde

Na de operatie mag u niets eten en drinken. Dit is om het wondgebied de tijd te geven om te kunnen genezen. Afhankelijk van de manier waarop de ‘slikweg’ gesloten wordt, krijgt u na 7 tot 14 dagen een proefslok om te kijken of er geen (naad)lekkage optreedt. Als dit niet het geval is, mag u beginnen met eten. Tot aan de proefslok krijgt u voeding via een maagsonde. Door deze sonde kunnen ook uw medicijnen gegeven worden. 

Infuus

Na de operatie heeft u een infuus. Hier krijgt u extra vocht door toegediend. Ook kunnen medicijnen gegeven worden als dat nodig is. Bijvoorbeeld medicijnen tegen de misselijkheid of antibiotica. Zodra u voldoende voeding krijgt via de sonde en medicijnen door het infuus niet meer nodig zijn, wordt het infuus gestopt. 

Wonddrains

In het wondgebied worden drains achtergelaten. Een wonddrain wordt geplaatst om bloed en wondvocht uit het gebied van de wond af te voeren en om de genezing van de wond te bevorderen. Het is een dun slangetje van zacht plastic, waarvan een deel kleine gaatjes heeft. Het gedeelte met de gaatjes wordt tijdens de operatie in het wondgebied geplaatst. Het wondvocht wordt opgevangen in een afgesloten fles. Zodra de productie van de drains onder een bepaalde grens is, worden de drains verwijderd. 

Tracheostoma

Na de operatie heeft u een tracheostoma. Tijdens de opname krijgt u uitgebreid uitleg hierover. 

Het tracheostoma is de nieuwe ingang van de luchtweg. Soms zit er tijdelijk nog een buisje (canule) in het tracheostoma. Deze wordt verwijderd zodra het mogelijk is. Als de hals voldoende genezen is, krijgt u een pleister met een filter voor het stoma. 

Na de operatie wordt het tracheostoma om de 4 uur verzorgd door een verpleegkundige. Zij druppelt het tracheostoma eventueel (wanneer het slijm taai is) met een zoutoplossing. Dit is om korstjes en slijm uit het tracheostoma los te weken en te kunnen ophoesten. Als het in het begin nog niet lukt om voldoende op te hoesten, wordt het slijm met een zuigslangetje weggezogen. 

Na de operatie zitten er hechtingen in het wondgebied. Rond de negende dag worden deze verwijderd. Rondom het tracheostoma zitten hechtingen. Deze worden rond de twaalfde dag verwijderd. 

Tracheostomazorg

Na de operatie wordt u stap voor stap de aangeleerd hoe u het tracheostoma moet verzorgen (zie folder Verzorging van Tracheostoma). U krijgt een doos met verzorgingsproducten, zodat u thuis vooruit kunt. Denk hierbij aan een stomalampje om de stemprothese en het stoma goed zichtbaar te maken tijdens de verzorging. Maar ook aan een douchebeschermer die ervoor zorgt dat er tijdens het douchen geen water in het stoma loopt. Er zit een bestelformulier in de doos om materialen te kunnen (na)bestellen.

Communiceren

De eerste periode na de operatie is het niet mogelijk om te praten. Een mogelijkheid om te communiceren is door op te schrijven wat u wilt zeggen. We weten uit ervaring dat veel mensen hier snel aan wennen. De verpleegkundigen van de afdeling kunnen u hierbij helpen. Ze kunnen ook tips geven als u om welke reden dan ook moeilijk of helemaal niet kunt schrijven. Aarzel in elk geval niet om uw problemen aan te geven. 

Over het algemeen gaat u de dag na de operatie al uit bed. Samen met u wordt dagelijks besproken welke lichamelijke inspanning u mag doen. Dit zal elke dag verder worden uitgebreid. Als het nodig is, komt ook de fysiotherapeut bij u langs.

Gevolgen van de operatie

De gevolgen van de operatie zullen veel van uw aanpassingsvermogen vragen. Ook uw omgeving zal moeten wennen. 

Praten

Na de operatie kunt u niet meer spreken zoals voorheen. Dit komt omdat de lucht niet meer langs de stembanden gaat, waardoor er geen geluid meer wordt geproduceerd.

Ruiken

U kunt na de operatie niet meer ruiken. Geuren en lucht gaan niet meer volgens de normale weg: de neus. Het verminderd of niet meer aanwezig zijn van de reuk heeft ook invloed op de smaakbeleving van het eten. Soms verbetert de reuk na verloop van tijd.

Hoesten en neus snuiten 

Het snuiten van uw neus zoals vroeger gaat niet meer. Bij het hoesten moet u nu uw hand voor uw stoma houden in plaats van voor uw mond. 

Ontlasting

Ook het krijgen van ontlasting zal voor uw veranderen. Dit komt omdat u niet meer kunt persen, zoals voor de operatie. U zult minder druk kunnen zetten als de stoelgang wat lastiger is. Daarom moet u ervoor zorgen dat de ontlasting niet te hard wordt. U kunt dit met de juiste voeding voorkomen en hiervoor eventueel advies vragen aan de diëtiste.

Stemrevalidatie

Ongeveer een week na de operatie begint u onder begeleiding van de logopediste met stemrevalidatie. Stemrevalidatie kan op 3 manieren plaatsvinden.

  1. Praten door middel van een stemprothese (ook wel button of spraakknoopje genoemd).  Dit is de methode die bij de meeste patiënten van toepassing is. Tijdens de operatie wordt de stemprothese ingebracht.
  2. Praten door middel van de injectiemethode of slokdarmspraak. 
  3. Electrolarynx (Servox). Deze methode wordt gebruikt als de eerste of tweede methode geen optie is.

De stemrevalidatie gebeurt onder begeleiding  van de logopedist. Deze zal u uitleg geven over de verdere mogelijkheden

Ontslag en nazorg

Ongeveer 10 tot 16 dagen na de operatie mag u weer naar huis (met ontslag). Na ontslag zult u lange tijd onder controle blijven. U zult regelmatig naar het ziekenhuis terug moeten voor een controlebezoek aan de KNO-arts of oncologisch chirurg. Daarnaast kunt u na ontslag terecht met vragen bij de verpleegkundig consulent hoofd-halsoncologie. 

Heeft u vragen?

Als u nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling KOHG, de polikliniek KNO of de verpleegkundig consulent hoofd-halsoncologie. Dat kan tijdens kantooruren via:

  • 071-526 25 39 (verpleegafdeling KOHG) 
  • 071-526 80 20 (polikliniek KNO)
  • 071-529 98 49/071-529 79 51 of contacthoofdhals@lumc.nl (Verpleegkundig consulent hoofd-halsoncologie)

Meer informatie

Patiëntenvereninging 

Meestal komt er – als u daar toestemming voor geeft – voor de operatie een oud-patiënt bij u langs. Dit kan thuis of in het ziekenhuis zijn. Deze oud-patiënt praat met u om over de eigen ervaringen van de operatie en de gevolgen. Deze lotgenoten zijn aangesloten bij Patiëntenvereniging Hoofd-Hals. 

Patiëntenvereniging Hoofd-Hals is een patiëntenvereniging waarvan de leden elkaar onderling zo veel mogelijk proberen te steunen. Het district Den Haag en omgeving in deze regio kan u wegwijs maken en biedt u de mogelijkheid om in contact te komen met lotgenoten. Daarnaast beheert de stichting een webwinkel, De 2e Stemwinkel waar allerlei hulpmiddelen te krijgen zijn.

December 2019

Patiëntenvereniging HOOFD-HALS
Internetsite KWF Kankerbestrijding
Internetsite Nederlandse Hoofdhals werkgroep
Internetsite KNO