Operaties bij dikkedarmkanker

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Heelkunde

Bij u is de diagnose dikkedarmkanker gesteld. Dit betekent dat er bij u een darmonderzoek is uitgevoerd waarbij een tumor is gevonden. Er is bij dit onderzoek weefsel afgenomen (een biopt) en na onderzoek is gebleken dat dit weefsel kwaadaardig is. Er is met u besproken dat u geopereerd gaat worden. Deze brochure is bedoeld om uitleg te geven over wat u kunt verwachten en waar de verschillende behandelmogelijkheden uit bestaan. U krijgt op de polikliniek uitgebreide uitleg van de chirurg over uw behandelplan. U krijgt uitleg over de operatie, welke complicaties er mogelijk zijn en hoe het te verwachten herstel zal zijn. Daarnaast vindt voor de operatie een gesprek plaats met een verpleegkundige die nogmaals de operatie en de opname op de afdeling Chirurgie met u bespreekt.

Belangrijkste punten van deze folder

  • U wordt geopereerd in verband met dikkedarmkanker in het Universitair Kankercentrum Leiden-Den Haag, locatie Leids Universitair Medisch Centrum.
  • Na de operatie blijft u ongeveer 3-6 dagen opgenomen op de afdeling Oncologische chirurgie.

Achtergrondinformatie

Informatie over de functie van de dikke darm, dikkedarmkanker en ervaringen van andere patiënten kunt u vinden op www.kanker.nl/bibliotheek/dikkedarmkanker.

Voorbereiding op de operatie

Het preoperatieve spreekuur (polikliniek Anesthesie)

Als voorbereiding op de operatie komt u allereerst naar het preoperatieve spreekuur. Dit vindt plaats op locatie LUMC in Leiden. Tijdens dit spreekuur worden uw gegevens die van belang zijn voor de operatie verzameld en vastgelegd. Ook wordt alle informatie over de voorbereiding op de operatie met u besproken.

De anesthesist zal u tijdens dit bezoek informeren over de mogelijkheden van narcose en de pijnbestrijding na de operatie. Daarnaast zal de anesthesist u vertellen welke aanvullende onderzoeken vóór de operatie nodig zijn om uw gezondheid goed in kaart te brengen. Er moet in ieder geval bloed geprikt worden en soms is er een longfoto of een ECG (hartfilmpje) nodig. Er zal naar worden gestreefd om deze onderzoeken op één dag te laten plaatsvinden.

Voeding

In het zorgprogramma wordt veel aandacht besteed aan voeding rondom de operatie. U herstelt sneller als u in een goede voedingstoestand bent. Tijdens het bezoek aan de chirurg voorafgaand aan de operatie kan uw voedingstoestand worden besproken.

Medicatie

Voor uw gezondheid en uw veiligheid is het nodig dat u alle medicijnen die u thuis gebruikt in de originele verpakking meeneemt naar het ziekenhuis. Dit geldt ook voor de medicijnen die zonder recept verkrijgbaar zijn. Als u bloed verdunnende medicijnen gebruikt (Fenprocoumon, Acenocoumarol, Marcoumar, Plavix, Persantin of Brilique), bespreekt de chirurg met u hoeveel dagen voor de operatie u moet stoppen met deze medicijnen. Is dit niet met u besproken of heeft u hier vragen over, neemt u dan telefonisch contact op met het LUMC, polikliniek Heelkunde: 071-526 23 77.

Eten en drinken vlak voor de operatie

Op de dag vóór de operatie kunt u gewoon eten en drinken tot middernacht. Vanaf 6 uur vóór de operatie mag u niets meer eten. Op de dag van de operatie, drinkt u 2,5 uur tot uiterlijk 2 uur vóór de operatie 2 flesjes Nutricia PreOp. U mag tot 2 uur voor de operatie naast Nutricia PreOp ook heldere dranken zoals thee en water drinken. Patiënten met diabetes mellitus (suikerziekte) vervangen de Nutricia PreOp-drank voor twee grote glazen water. Als u aan de linkerkant van uw darm, aan uw sigmoïd (S-vormige deel van de dikkedarm) of rectum (endeldarm) wordt geopereerd, moet u mogelijk laxeren. Dit wordt uiteraard tevoren met u besproken.

Gesprek met de stomaconsulent

Als er met u is besproken dat er een stoma zal worden aangelegd, zal er een gesprek met de stomaconsulent plaatsvinden over de voorlichting en plaatsbepaling van het stoma. 

Gesprek op de afdeling

Voor uw operatie zult u uitgenodigd worden voor een gesprek op de afdeling met een gespecialiseerd verpleegkundige. Zij zal u informeren over de opname en de gang van zaken op de afdeling.

Opname

Het Opnamebureau informeert u over de opnamedatum en afdeling. Een dag voor opname kunt u het opnamebureau bellen hoe laat u op de afdeling wordt verwacht. Op de dag van de operatie meldt u zich op de verpleegafdeling, locatie LUMC te Leiden waar u wordt opgenomen. Op de afdeling informeert de verpleegkundige u over de gang van zaken op de afdeling. Heeft u nog vragen over uw operatie, aarzel dan niet om deze te stellen. Als u diabetes heeft en insuline gebruikt, wordt er een schema voor u gemaakt over wat u wanneer precies moet gebruiken. Er mogen geen sieraden gedragen worden tijdens de operatie en indien u een gebitsprothese, contactlenzen en gehoorapparaten heeft moeten deze ook uit. Eventuele make-up en nagellak moet verwijderd zijn. U krijgt een operatiejasje van de verpleegkundige. Probeer zo min mogelijk waardevolle spullen mee naar het ziekenhuis te nemen. Als u toch waardevolle spullen bij u heeft, laat deze achter in het kluisje bij het bed. Hier past een telefoon en portemonnee in. 

Als de anesthesist u medicijnen heeft voorgeschreven die u helpen te ontspannen voorafgaande aan de operatie, krijgt u die bij opname. Ongeveer 1 uur voor de operatie wordt u naar de operatieafdeling gebracht.

Verschillende hulpverleners

Op de dag van uw opname komen er verschillende hulpverleners bij u langs:

Verpleegkundige

Deze voert met u het opnamegesprek en zal uw vragen beantwoorden.

Zaalarts

Deze komt zo mogelijk kennis maken. De zaalarts is als eerste verantwoordelijk voor de zorg op de afdeling (en overlegt indien nodig met de chirurg).

Laboratoriummedewerker

Door een medewerker van het laboratorium wordt bij opname nog een keer bloed bij u afgenomen.

Naar de operatiekamer

U wordt in uw bed naar de voorbereidingskamer gebracht. Daar ontmoet u de anesthesist die u onder narcose brengt. Tijdens de operatie bent u onder volledige narcose (algehele anesthesie).

De operatie

Afhankelijk van de plaats van de tumor zijn er verschillende darmoperaties mogelijk. De chirurg bespreekt met u welke operatie van toepassing is. Bij een operatie wordt het darmdeel waar de tumor zit weggenomen met alle lymfklieren die bij dat gebied horen.

 

Figuur 1: Organen in de buik                                          Figuur 2: Lymfklieren van de dikke darm

Darmoperaties

Hemicolectomie rechts

De dunne darm wordt dan weer aangesloten op de dikke darm. Dit betekent dat u bij deze operatie in principe geen stoma krijgt. Als de tumor in het rechterdeel van de dikke darm zit, wordt de rechterhelft van de dikke darm verwijderd. Bij de operatie worden ook alle lymfklieren die bij dit deel van de darm horen verwijderd.

 

Figuur 3: Hemicolectomie rechts

Hemicolectomie links

Als de tumor in het linkerdeel van de dikke darm zit wordt de linkerhelft van de dikke darm verwijderd. Bij de operatie worden ook alle lymfklieren die bij dit deel van

De dunne darm wordt dan weer aangesloten op de dikke darm. Dit betekent dat u bij deze operatie in principe geen stoma krijgt. de darm horen verwijderd. 


Figuur 4: Hemicolectomie links

Sigmoïdresectie

Het laatste stuk van de dikke darm voor de endeldarm wordt het sigmoïd genoemd. Als de tumor zich hier bevindt, wordt dit deel verwijderd. Bij de operatie worden ook alle lymfklieren die bij dit deel van de darm horen verwijderd. Dit wordt een sigmoïdresectie genoemd.

Bij deze operatie worden de uiteinden weer op elkaar aangesloten. Dit betekent dat u bij deze operatie in principe geen stoma krijgt.


Figuur 5: Sigmoïdresectie

Rectumresectie

Wanneer de tumor in de endeldarm (rectum) zit, wordt (een deel van) het rectum verwijderd. Afhankelijk van de plaats van de tumor kan er wel of geen nieuwe darmverbinding gemaakt worden: hoe dichter de tumor bij de anus gelegen is, hoe kleiner de kans is dat er een aansluiting gemaakt kan worden. Als het niet mogelijk is om de darm aan te sluiten, kan dat betekenen dat u een stoma krijgt.

 

Figuur 6: Rectumresectie                                              Figuur 7: Dubbelloops colostoma (links) en
                                                                                     eindstandig colostoma (rechts)

Kijkoperatie

In principe wordt u met een kijkoperatie geopereerd (laparoscopisch). De voordelen hiervan zijn een sneller herstel en een veel kleiner litteken. Als tijdens de operatie blijkt dat het niet mogelijk is de kijkoperatie uit te voeren, wordt de procedure omgezet in een open operatie.

Stoma

Het kan zo zijn het niet mogelijk is om een nieuwe darmaansluiting te maken. Er wordt dan een stoma aangelegd. In sommige gevallen kan dit later weer opgeheven worden: een tijdelijk stoma. Een darmstoma wordt aangelegd als het niet (meer) mogelijk of wenselijk is om ontlasting via de natuurlijke weg kwijt te raken. Een stoma is een kunstmatige darmuitgang die uitkomt op de buik. Soms is het nodig een stoma aan te leggen terwijl er wel degelijk een nieuwe darmverbinding is gemaakt. Indien de darmverbinding kwetsbaar is en de ontlasting bij voorkeur niet de darmaansluiting passeert, kan er een tijdelijk dubbelloops stoma aangelegd worden. Op deze manier wordt de darm rust gegund en kan de verbinding goed genezen. Dit tijdelijke stoma wordt vaak na gemiddeld 2 of 3 maanden weer opgeheven met een nieuwe operatie. Voor alle vragen rondom het stoma kunt u bij de stomaconsulent terecht.


Figuur 8: Twee type stoma's:
Boven: eindstadig stoma
Onder: dubbelloops stoma

Weefselonderzoek na de operatie

Het weefsel dat tijdens de operatie is verwijderd, wordt altijd onderzocht door een patholoog. Van een kwaadaardige tumor kunnen cellen losraken. Die kankercellen kunnen via de lymfebanen ergens anders in het lichaam terechtkomen. Daarom is het van belang dat de verwijderde lymfeklieren ook onderzocht worden op de aanwezigheid van kankercellen. De patholoog bekijkt bovendien of de tumor volledig (radicaal) uit het lichaam is verwijderd. De resultaten van dit onderzoek worden besproken door het behandelteam in een wekelijks overleg. Daarna bespreekt de chirurg de uitslag met u. Soms wordt een nabehandeling met chemotherapie voorgesteld. In een volgend gesprek met een internist-oncoloog bespreekt u in hoeverre dit voor u een goede keuze is. 

Complicaties

De algemene complicaties die kunnen optreden bij de operatie zijn onder andere longontsteking, blaasontsteking en wondinfectie. Door het vele liggen en de operatie kunt u trombose (een bloedstolsel in benen en/of longen) ontwikkelen. Hiervoor krijgt u kleine injecties met bloedverdunners tot u met ontslag gaat of gedurende zes weken na de operatie. Als u zelf bloedverdunners gebruikt krijgt u deze prikjes niet of korter. Er zijn ook complicaties die specifiek bij dit type operatie voorkomen. Als er een darmaansluiting is gemaakt, kan deze gaan lekken. Als dat gebeurt, moet u veelal opnieuw geopereerd worden. De aansluiting wordt dan vaak opgeheven en krijgt u een (tijdelijk) stoma. Soms wordt een nieuwe darmverbinding gemaakt en is het aanleggen van een stoma niet nodig. Uw darmen herstellen sneller door na de operatie zo veel mogelijk uit bed te komen en uw normale eetpatroon zo snel mogelijk te hervatten. U krijgt hierbij ondersteuning van verpleegkundige, fysiotherapeut en/of diëtist(e).

Het kan zijn dat de darmen na de operatie niet goed op gang komen. Hierdoor kunt u misselijk zijn, braken of moeite hebben met de ontlasting. Als dit lang duurt en u veel moet braken, kan het zijn dat u een maagsonde krijgt. Doordat de operatie plaatsvindt in een gebied waar veel zenuwen lopen, kan het bij operaties van de endeldarm voorkomen dat de blaasfunctie minder goed wordt. Bij mannen kunnen erectieproblemen en retrograde ejaculatie (droog klaarkomen) ontstaan. Bij vrouwen kan dit vaginale droogheid als gevolg hebben. Indien bij een operatie van de endeldarm de kringspier niet behouden kan blijven, kan het soms lang duren voordat de wond aan de achterzijde is genezen.

Na de operatie

Uw buikwand en buikorganen moeten genezen van de operatie. Dit duurt ongeveer 6 weken. Daarvan bent u de eerste 3 tot 6 dagen in het ziekenhuis opgenomen. 

De dag van de operatie

Na de operatie komt u bij op de verkoeverkamer (uitslaapkamer). Ondertussen belt de chirurg met uw contactpersoon om te vertellen hoe de operatie is verlopen. Na de operatie gaat u naar de verpleegafdeling. Soms kan het nodig zijn om tijdelijk naar de afdeling Intensive Care (IC) te gaan. Op de IC staat meer apparatuur om uw bed en wordt intensievere zorg geboden dan op een gewone verpleegafdeling. Op deze afdeling worden al uw lichaamsfuncties nauwkeurig bewaakt. Zodra u voldoende hersteld bent, wordt u overgeplaatst naar de verpleegafdeling. De bezoekuren op de afdeling zijn: 14.15-15.00 uur en 18.30-19.30 uur. 

Slangetjes in uw lichaam 

Na de operatie heeft u verschillende slangetjes in uw lichaam. Deze worden in overleg met de arts verwijderd. Het betreft de volgende slangetjes: 

PCA-pomp: Hiermee wordt pijnstilling via het infuus toegediend. 

PCEA-pomp: Hiermee wordt pijnstilling rondom het ruggenmergvlies toegediend. 

Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor een voorspoedig en snel herstel. Met minder pijn kunt u beter doorzuchten, beter slapen en sneller uit bed. Het is belangrijk dat u aangeeft of de pijnbestrijding voor u voldoende is. De arts en verpleegkundigen zullen u begeleiden bij het behandelen van de pijn.

Blaaskatheter: Een slangetje dat er voor zorgt dat urine wordt afgevoerd uit uw blaas. Tijdens de operatie kan er een slangetje (blaaskatheter) in de blaas ingebracht zijn om na de operatie de urineproductie te controleren. Meestal wordt de blaaskatheter op de eerste dag na de operatie weer verwijderd. Vlak hierna kunt u eventueel wat last hebben van een branderig gevoel bij het plassen, maar dit moet snel minder worden. Als het niet goed gaat met plassen, kan het zijn dat de katheter weer teruggeplaatst wordt.

Infuus: Via de infuusnaald in uw arm worden vocht en medicijnen toegediend. 

Zuurstofslangetje: Een slangetje in uw neus waardoor u extra zuurstof krijgt toegediend. 

Voedingssonde: Soms is het nodig om na de operatie een voedingssonde te krijgen. Dit is een slangetje dat via de neus naar de maag loopt, waardoor vloeibare voeding kan worden toegediend. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn als uw maag-darmkanaal nog niet optimaal werkt.

Eten en drinken

Voor een snel herstel is het echt belangrijk dat u zo snel mogelijk weer zelf gaat eten en drinken. Na de operatie krijgt u drinkvoeding en tussendoortjes zodat u voldoende voedingsstoffen binnen krijgt. 

Misselijkheid

Sommige mensen hebben na een operatie last van misselijkheid. Deze misselijkheid kan meestal goed worden bestreden met medicijnen. Omdat het belangrijk is dat u na de operatie zo snel mogelijk weer goed eet en drinkt, raden wij u aan om misselijkheid op tijd aan te geven zodat de arts medicijnen kan voorschrijven tegen de misselijkheid.

Ontlasting

De darmen moeten na de operatie weer op gang komen. U kunt de stoelgang bevorderen door veel te bewegen en voldoende te drinken. Bovendien krijgt u gedurende de opname dagelijks een laxeermiddel tot de ontlasting op gang is.

Uit bed

Snel uit bed gaan en rondlopen vermindert de kans op complicaties zoals trombose en luchtweginfecties. Vanaf de eerste dag na de operatie is het de bedoeling dat u een aantal uur uit bed bent waarbij u veel zit en vijf keer per dag een wandeling maakt van ongeveer zestig meter. 

Hechtingen

Afhankelijk van het soort operatie krijgt u oplosbare hechtingen. Deze lossen op binnen drie maanden en hoeven dus niet verwijderd te worden. Het kan ook zijn dat u agraves (nietjes) als wondhechting krijgt. Deze agvraves worden na gemiddeld 14 dagen door de verpleegkundige op de polikliniek verwijderd. 

Stomazorg

Indien u een stoma heeft na de operatie, krijgt u tijdens de opname en het natraject begeleiding van de stomaconsulent, die u verder zal begeleiden verder begeleiden bij het leren verzorgen en omgaan met een stoma. 

Wie komt er bij u langs

Het LUMC is een groot opleidingsziekenhuis. Daardoor zult u met veel verschillende medewerkers te maken krijgen. Tussen 8.00 en 08.30 wordt visite gelopen aan bed. In het weekend wordt op een wisselend tijdstip visite gelopen. 

Verpleegkundige: de verpleegkundige coördineert uw zorg. Hij of zij is tijdens de opname uw vaste aanspreekpunt.

Chirurg: de chirurg of chirurg in opleiding (onder begeleiding van een chirurg) opereert u. Om uw laatste vragen te beantwoorden komt de chirurg, op de dag van opname, voor de operatie bij u langs. Via de verpleegkundige kunt u een afspraak maken met de arts voor een gesprek. De chirurg die u heeft geopereerd kan u niet altijd zelf te woord staan.

Physician Assistant: een physician assistant (PA) voert onder supervisie van de chirurg diverse gedelegeerde medische handelingen uit en is nauw betrokken bij de dagelijkse zorg op de afdeling.

Coassistent: een coassistent is een arts in opleiding. Coassistenten lopen stage op een afdeling. De coassistenten staan onder supervisie van de zaalarts.

Anesthesist: u bent al op de poli bij de anesthesist geweest. Na de operatie komt de anesthesist of de pijnverpleegkundige langs om aan u te vragen hoeveel pijn u heeft en zo nodig de pijnmedicatie aan te passen. 

Diëtist(e): de verpleegkundige schakelt de diëtiste in, deze komt, indien nodig, na de operatie bij u langs voor voedingsadviezen.

Maatschappelijk werk: na de operatie kan maatschappelijk werk bij u langskomen. 

Dienst geestelijke verzorging: als u het wenst, is er tijdens het ziekenhuisverblijf ondersteuning mogelijk.

Transferverpleegkundige: dit is een verpleegkundige die samen met u uw thuissituatie beoordeelt en met u bepaalt of er na uw ontslag extra hulp thuis nodig is.

Stomaconsulent: Begeleiding in het aanleren van de verzorging van het stoma en het omgaan met een stoma.

Het ontslag

Als u hersteld bent van de operatie, mag u weer naar huis. U mag naar huis als u aan de volgende voorwaarden hebt voldaan:

  • u hebt ontlasting gehad;
  • u verdraagt ‘normaal’ eten;
  • u hebt goede pijnbestrijding;
  • u hebt geen koorts;
  • de operatiewond is rustig;
  • de thuiszorg is, indien nodig, geregeld;
  • u bent voldoende in staat om zelf uit bed tekomen/rond te lopen.

Voor het ontslag bespreekt de verpleegkundige of u thuis hulp nodig heeft en indien nodig kan dit vanuit het ziekenhuis worden geregeld. Uw lichaam heeft tijd nodig om te herstellen. Uw arts bespreekt met u welke activiteiten u wel en nog niet mag ondernemen. Van de verpleegkundige op de afdeling ontvangt u voor ontslag een folder met adviezen voor thuis. Op de dag van ontslag is het weefselonderzoek meestal nog niet afgerond. Zoals eerder genoemd, worden de verwijderde tumor en de lymfeklieren onderzocht. Deze uitslagen worden besproken tijdens het multidisciplinair overleg. Als de tumor volledig verwijderd is en de lymfeklieren ook geen tumorcellen bevatten, volgt er in principe geen nabehandeling. Als er tumorcellen worden aangetroffen in de lymfeklieren dan kan het zijn dat u, als u helemaal hersteld bent van de operatie, een nabehandeling moet ondergaan. Dit wordt na ontslag op de polikliniek besproken.

Contact

In noodgevallen kunt u terecht bij de dichtstbijzijnde Spoedeisende Hulp. Geef daarbij aan dat u bent geopereerd in het UKC LDH locatie LUMC. Wanneer u zich zorgen maakt over lichamelijke verschijnselen en uw vraag kan niet wachten tot de volgende werkdag, kunt u de eerste 48 uur na ontslag uit het UKC LDH bellen met de afdeling. Dit nummer krijgt u mee bij ontslag. Daarna kunt u contact opnemen met uw behandelend chirurg via de polikliniek (071-526 23 77). We adviseren u de eerste dertig dagen na de operatie direct contact op te nemen met uw behandelend arts als: 

  • u koorts heeft boven 38,5˚C of langer dan 24 uur 38,0˚C;
  • u plotseling toenemend kortademig wordt;
  • u hevige en/of toenemende buikpijn heeft, die niet vermindert na het innemen van medicijnen tegen de pijn;
  • u roodheid of zwelling van de operatiewond heeft die niet eerder aanwezig was, of als er plotseling helderrood bloed of pus uit de wond komt;
  • er veel bloed of bloedstolsels bij de ontlasting zitten;
  • uw been rood, dik, gezwollen en/of pijnlijk wordt (dit kan wijzen op een verstopping van de diepe afvoerende aderen door gestold bloed; trombose);
  • indien u een stoma heeft: indien er grote hoeveelheden dunne ontlasting uit het stoma komen of indien het stoma niks meer produceert.

Afspraak voor controle

Bij uw ontslag uit het ziekenhuis krijgt u eventuele recepten voor medicijnen mee. Er zijn voor u controleafspraken gemaakt bij de chirurg. Als u een stoma heeft, heeft u meestal rond dezelfde tijd een afspraak met de stomaconsulent. De chirurg controleert de wond, bekijkt hoe het met u gaat en bespreekt de uitslag van het weefselonderzoek en eventuele aanvullende behandelingen. Patienten die geopereerd zijn voor darmkanker blijven standaard vijf jaar onder controle. De frequentie van de controle neemt in de loop van de tijd af. Er zullen op vaste tijdstippen onderzoeken worden gedaan ter controle. De uitslagen hiervan worden op de poli met u besproken.

Als u na de eerste afspraak op de polikliniek klachten krijgt, neem dan contact op met uw huisarts of de polikliniek Heelkunde. Ook is er via de polikliniek Heelkunde altijd de mogelijkheid om, als u daar behoefte aan heeft, een afspraak te maken met de behandelend chirurg om de behandeling te evalueren en eventuele vragen te beantwoorden. U kunt deze afspraken maken via de secretaresse van de polikliniek Heelkunde. 

Tel: 071-526 23 77 (maandag t/m vrijdag tussen 8.15-11.00 uur en 13.30-16.00 uur). 

Meer informatie en lotgenotencontact

Kijk voor meer informatie over onze zorg voor patiënten met darmkanker op de website van het ziekenhuis:

www.lumc.nl

www.lumc.nl/org/heelkunde/ziekte-en-behandeling

Op de website van de Vereniging Nederlandse Kankerbestrijding (KWF) kunt u meer informatie vinden over dikkedarmkanker. Op de website van de Maag Lever Darm Stichting (MLDS) vindt u informatie over contact met lotgenoten. Het kan zijn dat u tijdens de periode van onderzoek en behandeling, maar ook daarna, behoefte heeft aan contact met medepatiënten. Mogelijk heeft u er baat bij uw angst en verdriet te kunnen delen met lotgenoten. Ook kunnen deze ervaringsdeskundigen u allerlei praktische informatie geven. Op de website van de Nederlandse Stomavereniging staat meer informatie over het gebruik van en omgaan met een stoma. Voor informatie kunt u terecht bij de onderstaande instanties:

www.kwf.nl: Vereniging Nederlandse kankerbestrijding

www.stomavereniging.nl: Nederlandse Stomavereniging

www.mlds.nl: Maag Lever Darm stichting

www.stichtinglevenmetkanker.nl

www.kanker.nl

December 2019