Nieuwe hoogleraar streeft naar optimale zorg bij hypofyseaandoeningen

14 maart 2018• PERSBERICHT

De zorg voor mensen met hypofyseaandoening zo goed mogelijk maken: dat is de missie van prof. dr. Nienke Biermasz (LUMC). Per 1 februari 2018 is de endocrinoloog benoemd tot hoogleraar lnterne Geneeskunde, in het bijzonder topreferente en multidisciplinaire aspecten van hypofysaire aandoeningen.

Aandoeningen aan de hypofyse zijn zeldzaam. Nederland telt naar schatting in totaal 15.000 patiënten. “De hypofyse is de centrale hormoonklier van het lichaam”, vertelt internist-endocrinoloog prof. dr. Nienke Biermasz. “De klier produceert hormonen die via het bloed de werking van andere hormoonklieren reguleert, zoals de bijnieren en de geslachtsklieren. Daarnaast maakt hij groeihormonen. Als de hypofyse niet goed werkt, kunnen er op allerlei fronten problemen optreden.” Hypofyseaandoeningen ontstaan bijvoorbeeld door een genetisch probleem of door een (goedaardige) tumor. “Voorbeelden zijn acromegalie – reusgroei – en de ziekte van Cushing. Het zijn moeilijk te behandelen aandoeningen die veel gevolgen hebben voor de kwaliteit van leven.”

Expertisecentra

De zorg voor zeldzame ziekten concentreert men tegenwoordig in expertisecentra, aangewezen door de Nederlandse Federatie van UMC’s (NFU). Voor hypofyseaandoeningen is het LUMC een van de vijf expertisecentra. Biermasz: “Als expertisecentrum moet je uitblinken in patiëntenzorg, onder meer door een goed zorgpad, multidisciplinaire samenwerking en het uitvoeren van complexe behandelingen. Daarnaast dien je goed bekend  te staan om wetenschappelijk onderzoek en je moet onderwijs verzorgen.” Het LUMC coördineert de ENDO-ERN, het Europese netwerk voor zeldzame hormoonziekten.

Samen beslissen

In Leiden is van oudsher veel ervaring met hypofyseaandoeningen, zowel vanuit de afdeling Neurochirurgie als vanuit Endocrinologie. Biermasz wil het zorgpad voor hypofyseaandoeningen in het LUMC innoveren door uitkomsten structureel te meten en door multidisciplinaire samenwerking. “We zetten ook hoog in op gezamenlijk beslissen met de patiënt, juist als er keuzes te maken zijn in het behandeltraject. Daarvoor hebben we bijvoorbeeld gecombineerde consulten met de chirurg én de endocrinoloog.” Het past bij deze tijd dat patiënten actief betrokken worden en dat de kwaliteit van leven meer aandacht krijgt, vindt Biermasz. “Daarom werken we ook voor onderzoek veel samen met patiëntenvereniging de Nederlandse Hypofyse Stichting.”

Patiëntperspectief

Ook in Biermasz’ eigen onderzoek staat het patiëntperspectief centraal. “We kijken niet meer alleen naar biomedische uitkomsten zoals bloedwaarden, maar ook naar symptomen, kwaliteit van leven en of een patiënt wel of niet kan werken. Dat vraagt om multidisciplinair onderzoek ”, merkt ze op. “Bijvoorbeeld met de reumatoloog als de ziekte gewrichtsklachten veroorzaakt, of met psychologen. In het LUMC zijn de lijnen gelukkig heel kort.” Vorig jaar ontving Biermasz samen met neurochirurg dr. Wouter van Furth een ZonMw-subsidie voor onderzoek naar de beste behandeling van prolactinoom, een van de goedaardige hypofysetumoren.

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.