Diabetesonderzoek Bart Roep

Interventietherapie bij patiënten met diabetes type 1

Het onderzoeksteam van prof. dr. Bart Roep heeft zich al ruim 25 jaar volledig toegewijd op het leren begrijpen waarom sommige mensen type 1 diabetes ontwikkelen en anderen niet. Met die kennis willen zij de huidige behandeling van deze ziekte verrijken met interventietherapie. Deze therapie pakt de oorzaak van de ziekte aan en voorkomt of verkleint bovendien de ontwikkeling van complicaties. Deze speurtocht heeft al veel doorbraken opgeleverd.

Wij begrijpen nu veel beter de rol van erfelijke aanleg, en zijn zowel de doelwitten in de insuline producerende bètacellen in de eilandjes van Langerhans als de afweercellen die deze doelwitten aanvallen ontmaskerd. Hiermee is de basis gelegd om therapieën te ontwikkelen die specifiek de ontsporing van het afweersysteem corrigeren, waar Roep en collega’s nu volop mee bezig zijn in de kliniek. Tevens is er een technologie platform opgericht waarmee verschillen in ziekte tussen patiënten nauwkeuriger kunnen worden vastgesteld. Dit is essentieel om de juiste therapie bij de juiste patiënt te selecteren (precisiegeneeskunde of ‘personalized medicine’). Geen patiënt blijkt gelijk. Zelfs binnen één alvleesklier blijken grote verschillen te zitten in ontsteking.


Dankzij donateurs van de Bontius Stichting zullen prof. dr. Bart Roep en zijn collega’s een door hen opgewekt antistof tegen een door hen ontdekt bètacel stress‐eiwit testen op gezond en op aangedaan weefsel, in de hoop en verwachting dat er nu eindelijk kan worden begrepen waarom bepaalde delen van de alvleesklier ontsteken en andere niet, en wellicht ook hoe bètacellen zich kunnen onttrekken aan vernietiging door in een zogenaamde winterslaap te geraken. Het is namelijk gebleken dat bijna alle patiënten met type 1 diabetes nog vele jaren na de diagnose insuline kunnen maken, maar dat vaak niet uitscheiden in de bloedbaan. Dit zou betekenen dat ook deze patiënten baat hebben bij interventietherapie die de oorzaak aanpakt, de ontsteking in de eilandjes van Langerhans stopt en de bètacellen (en dus mogelijke insulineproductie) behoudt, waarbij bètacel reserve complicaties helpt te voorkomen. 

Met uw financiële bijdrage kunt u dit onderzoek steunen.