Patiëntenfolder

PET-CT-scan met F18-FDG

U hebt een afspraak voor een PET-CT-scan waarbij we een radioactieve stof (FDG) gebruiken. Uw behandelend arts heeft u hier al iets over verteld. In deze folder leggen we u uit hoe dit onderzoek verloopt.

Deze informatie is opgesteld door de afdeling Radiologie - Nucleaire Geneeskunde.

Onze zorg

Wat is PET-CT-scan met F18-FDG?

  • Een PET-CT-scan met F18-FDG wordt gemaakt om de deling van cellen in beeld te brengen. F18-FDG is een soort radioactief suiker. FDG kan de celdeling goed in beeld brengen omdat voor celdeling veel suiker nodig is. Afwijkende cellen hebben vaak een hogere suikerbehoefte dan gewone lichaamscellen en nemen hierdoor dus meer van de radioactieve suiker op. Een PET-scanner neemt de straling van de radioactieve stof waar en zet deze om in beeld op de computer. In combinatie met de röntgenstraling van de CT-scanner in dit apparaat kunnen we vervolgens nauwkeurig de plaats van de F18-FDG in het lichaam bepalen.  

  • Nota bene: de productie van F18-FDG is gecompliceerd. Het komt voor dat F18-FDG niet wordt geleverd, waardoor het onderzoek moet worden uitgesteld. Wij horen dit pas kort van tevoren en zijn dan genoodzaakt uw onderzoek te verplaatsen naar een ander tijdstip en soms zelfs naar een andere dag. Wij begrijpen dat dit heel vervelend voor u is. Wij vragen hiervoor uw begrip. 

Voorbereiding

Hoe kunt u zich voorbereiden?

Kleding 

Het is voor u en voor onze medewerkers prettig wanneer u kleding aan hebt waarin u zich makkelijk kunt bewegen en die u makkelijk aan en uit kunt trekken. Afhankelijk van de opnames die gemaakt worden, vragen we u bepaalde kleiding uit te doen. Sieraden, piercings, bh-beugels, ritsen of knopen moeten soms uit of af. Metaal kan namelijk de metingen verstoren. 

Medicijnen 

  • Over het algemeen kunt u uw medicijnen op de gebruikelijke manier en tijd innemen. Kan dat niet, dan hoort u dit van tevoren van uw behandelend arts. Neem in ieder geval een lijst mee met de medicijnen die u slikt. Weet u niet precies wat u gebruikt? Dan kunt u een medicijnenlijst bij uw apotheek ophalen. Voor patiënten met diabetes mellitus gelden andere instructies (zie 'Voorbereiding voor patiënten met diabetes mellitus').

  • Let op: meld het als u bloedverdunners gebruikt of recent gebruikt hebt. Ook wanneer u een stollingsziekte hebt, moet u dit altijd van tevoren doorgeven aan uw behandelend arts. 

Eten en drinken 

U moet nuchter naar het onderzoek komen. Dit houdt in dat u vanaf 6 uur voor het onderzoek niet mag eten en drinken. Alleen water is toegestaan. In de 2 uur voorafgaand aan het onderzoek moet u minstens 1 liter water drinken. U kunt gewoon naar het toilet gaan wanneer u wilt. Voor sommige patiënten is het van belang om een koolhydraatarm dieet te volgen voorafgaand aan het onderzoek. Of dat voor u geldt, hoort u bij het maken van de afspraak bij de secretaresse. Volgt u in dat geval alstublieft nauwkeurig de aanwijzingen op.

In het geval van een koolhydraatarm dieet 

  • Sommige patiënten moeten een koolhydraatarm dieet volgen. Dit vragen we u bijvoorbeeld om uw hart goed te kunnen beoordelen. Het doel ervan is dat het lichaam vetten gaat verbranden in plaats van koolhydraten. Vanaf 18 uur voor het afgesproken tijdstip van het onderzoek mag u niets meer eten, ook geen kauwgom. U mag alleen water drinken.

  • In de laatste 2 uur voorafgaand aan het onderzoek moet u minstens 1 liter water drinken.

  • De laatste 2 maaltijden voorafgaand aan de nuchtere periode (ontbijt, lunch en /of avondeten) moeten koolhydraatarm en vetrijk zijn. Het is van belang dat u geen pasta, rijst, aardappelen en brood eet.

  • Hieronder volgt een aantal voorbeelden van koolhydraatarme en vetrijke maaltijden en tussendoortjes. U kunt ook zelf zoeken naar recepten voor een koolhydraatarm (ketogeen) dieet. 

Koolhydraatarm en vetrijk dieetvoorbeelden

Ontbijt:

  • Thee of koffie (zonder suiker en melk) of water 
  • Gebakken ei in vet en/of olie 
  • Eén schaaltje volle yoghurt (zonder suikers) 

Tussendoortje:

  • Thee of koffie (zonder suiker en melk) of water 
  • Eventueel blokjes kaas, plakjes vleeswaar 
  • of heldere bouillon (zonder vermicelli) 

Lunch:

  • Thee of koffie (zonder suiker en melk) of water 
  • Een omelet met groente 
  • Eén schaaltje volle yoghurt (zonder suikers) 
  • Heldere soep op basis van groente zonder vermicelli (geen gebonden soepen) 

Tussendoortje:

  • Thee of koffie (zonder suiker en melk) of water 
  • Eventueel blokjes kaas, plakjes vleeswaar of heldere bouillon (zonder vermicelli) 

Avondeten:

  • Thee of koffie (zonder suiker en melk) of water 
  • Een omelet met groente 
  • Eén schaaltje volle yoghurt (zonder suikers) 
  • Heldere soep op basis van groente zonder vermicelli (geen gebonden soepen) 
  • Eén portie vlees of vis (ongepaneerd) 
  • Groente 
  • Rauwkost (wortel, komkommer, augurk, kerstomaat, ui, radijs) 

’s Avonds:

  • Thee of koffie (zonder suiker en melk) of water 
  • Eventueel blokjes kaas, plakjes vleeswaar of heldere bouillon (zonder vermicelli) 

Vochtbeperkt dieet 

Hebt u een vochtbeperkt dieet? Neem dan ruim van tevoren contact op met de receptie van Nucleaire Geneeskunde. U krijgt dan van ons een aangepaste voorbereiding op het onderzoek. 

Zwangerschap en borstvoeding 

Bent u zwanger, denkt u het te zijn of geeft u borstvoeding? Geef dit door aan uw behandelend arts. Die kan in overleg met de nucleair geneeskundige beslissen of het onderzoek door kan gaan. Geeft u borstvoeding? In de eerste 12 uur na de scan mag u uw kind niet dicht tegen u aanhouden en daarom niet aan de borst leggen. U mag wel de melk afkolven en door iemand anders met de fles aan uw kind laten geven. 

Lichamelijke inspanning 

U mag vanaf 24 uur voor het onderzoek geen zware lichamelijke activiteit meer doen. Sporten is dus niet toegestaan. Kom ook niet op de fiets naar het LUMC voor uw afspraak. Dit heeft invloed op de uitslag van de PET-CT-scan. 

Wat moet u meenemen? 

Neem geldig paspoort, ID-kaart of rijbewijs mee. En denk ook aan het pasje van uw ziektekostenverzekering. 

Meld bijzonderheden vooraf 

Laat het ons weten wanneer u een lichamelijke beperking of handicap hebt. Zo kunnen we als het nodig is extra tijd inplannen voor uw onderzoek. 

Bent u verhinderd? 

Laat het ons op tijd weten wanneer de afspraak niet kan doorgaan. Wij kunnen dan een andere patiënt in uw plaats helpen. 

Voorbereiding voor patiënten met diabetes mellitus 

Voor u geldt een aparte voorbereiding. Voor het toedienen van de radioactieve suikers moet uw bloedsuiker namelijk onder 11.1 mmol/l zijn. Om dat te bereiken gelden de volgende aanwijzingen. Het is belangrijk dat u zich hier strikt aan houdt omdat we anders het onderzoek bij u niet kunnen uitvoeren. Verder raden we u aan om met een begeleider naar het ziekenhuis te komen én om wat te eten mee te nemen voor direct na het onderzoek.  

Voorbereiding voor diabetespatiënten die tabletten slikken 

  • We plannen uw afspraak ’s ochtends in. 

  • Dag voor het onderzoek 

    • In verband met het risico op een te laag suiker een dag later, raden we aan geen avonddosering van langwerkende sulfonylureum-derivaten te nemen. (Als u deze tabletten niet 's avonds slikt, geldt deze beperking dus niet). Het gaat hier om: glibenclamide [Glibenclamide, voorheen Daonil], gliclazide [Gliclazide (retard), Diamicron] en glimepiride [Amaryl, Glimepiride]

    • U kunt andere tabletten wel gebruiken. Daarbij gaat het om: Acarbose [Glucobay], metformine [Metformine, Glucophage], repaglinide [Novonorm], pioglitazon [Actos], dapagliflozine [Forxiga], canagliflozine [Invokana], sitagliptine [Januvia], vildagliptine [Galvus], saxogliptine [Onglyza], linagliptine [Trajenta], alogliptine [Vipidia], tolbutamide [Tolbutamide].

  • Ochtend van het onderzoek      

    • U neemt geen tabletten voor suikerziekte voorafgaand aan de PET-CT scan.

    • Vanaf 6 uur voor het onderzoek moet u nuchter blijven. Dit houdt in dat u niets mag eten of drinken (behalve water). Als u het koolhydraatarm dieet moet volgen, moet u 18 uur voor het onderzoek nuchter blijven.

    • In de 2 uur voorafgaand aan het onderzoek moet u minstens 1 liter water drinken. U kunt gewoon naar het toilet gaan wanneer u wilt.

  • Na het onderzoek kunt u uw medicijnen weer gewoon innemen en mag u weer normaal eten en drinken.  

Voorbereiding voor diabetespatiënten die insuline spuiten 

  • We plannen uw afspraak aan het begin van de middag in.

  • Dag voor het onderzoek

U kunt uw medicijnen gewoon innemen zoals u gewend bent. 

  • Ochtend van onderzoek

    • U kunt tot 4 uur voorafgaand aan de afspraaktijd een licht ontbijt eten. U moet uw dosis kortwerkende insulines (aspart (Novorapid), insuline lispro (Humalog), insuline glulisine (Apidra), insuline (Humuline regular) vóór de maaltijd aanpassen aan de maaltijd die u genomen hebt. Als u het koolhydraatarm dieet moet volgen, plannen we u aan het begin van de ochtend, zodat u 18 uur voor het onderzoek nuchter kunt zijn.

    • Drink in de 2 uur voorafgaand aan het onderzoek minstens 1 liter water. U kunt gewoon naar het toilet gaan wanneer u wilt.

    • insulines mogen de 4 uur voor het onderzoek niet worden toegediend.

    • Langwerkende insulines mogen in normale dosering worden doorgebruikt indien deze meer dan 4 uur voor het onderzoek worden toegediend.

    • Voor de patiënten met een eigen insulinepomp: U kunt een licht ontbijt en een passende hoeveelheid bolus insuline toedienen. Verlaag 4 uur vóór het onderzoek de basaal-stand tot 80% van normaal. Na het onderzoek kunt u de normale standen hervatten. 

  • Na het onderzoek kunt u uw medicijnen weer gewoon innemen en mag u weer normaal eten en drinken.

Het onderzoek / de behandeling

Hoe gaat het onderzoek / de behandeling in zijn werk?

De dag van de behandeling  

Waar moet u zich melden?  

Voordat u naar uw afspraak gaat, meldt u zich eenvoudig aan via de aanmeldzuilen in de centrale hal. Bij aankomst op de verpleegafdeling dient u zich nogmaals te melden bij de aanmeldzuil. Op het scherm van de aanmeldzuil wordt getoond in welke wachtruimte u mag plaatsnemen.  

Voorbereiding op de verpleegafdeling  

Een van onze verpleegkundigen ontvangt u op de verpleegafdeling en wijst u uw bed en legt u uit wat er gaat gebeuren. Natuurlijk kunt u altijd bij de verpleegkundigen terecht met uw vragen. Op de verpleegafdeling krijgt u een operatiejasje aan en een infuus. Ook neemt de verpleegkundige bloed af als dat nodig is. Daarna wordt u naar de afdeling Radiologie gebracht.  

De behandeling  

  • Wanneer u op de afdeling Radiologie komt, haalt een medewerker (de radiodiagnostisch laborant) uit het behandelteam u op. U neemt plaats op de onderzoekstafel waarbij de laborant ervoor zorgt dat u zo comfortabel mogelijk ligt. De laborant sluit bewakingsapparatuur aan om zo uw bloeddruk en zuurstofgehalte in het bloed in de gaten te houden.  

  • De laborant desinfecteert eerst uw lies en dekt de plek vervolgens toe met een steriel laken om infecties te voorkomen. De arts geeft u een verdoving. Wanneer deze is ingewerkt, prikt de arts met een dunne naald in het bloedvat in de lies. Soms kan dat ook in de bovenarm zijn. Vervolgens brengt de arts een hol buisje in het bloedvat (een sheath), waardoor een dunne katheter in het bloedvat wordt gebracht. Hiermee kan de arts naar de plek toe waar de röntgenopnames gemaakt moeten worden.

  • De arts spuit via deze katheter contrastvloeistof in, waarbij we tegelijkertijd foto’s maken. Daarbij is het belangrijk dat u heel stil blijft liggen. Mogelijk vragen we u ook om uw adem even in te houden. Aan de hand van deze opnamen wordt nagegaan of de katheter zich in de juiste positie bevindt om het beoogde bloedvat op een veilige manier te dilateren (te verwijden).    

Dotterprocedure of stentplaatsing   

  • Als de arts besluit de vernauwing te behandelen, volgt de dotterprocedure. Hiervoor brengt de arts een katheter met ballonnetje naar de plaats van de vernauwing. Het ballonnetje wordt opgeblazen waardoor het bloedvat op de plaats van de vernauwing opgerekt wordt. Dit lukt niet altijd goed genoeg. In dat geval kan een permanente stent (een buisje) geplaatst worden.

  • Via de katheter wordt een samengedrukte stent tot op de plaats van de bloedvatvernauwing gebracht. Wanneer die op de goede plek is, wordt hij van de katheter losgemaakt. De stent duwt het bloedvat open. Na het dotteren of de plaatsing van een stent wordt er een controlefoto van het bloedvat gemaakt. Dit doen we om zo de situatie van voor en na de behandeling te kunnen vergelijken.  

  • Wanneer de behandeling voorbij is, haalt de arts de katheter uit het bloedvat. De prikplaats in het bloedvat kan op 2 manieren worden dichtgemaakt. De arts zal beslissen wat voor u de beste manier is. In de meeste gevallen wordt het gaatje in het bloedvat van de lies dichtgemaakt met een soort plugje (een ‘closure device’). Op prikopening komt een pleister en het team helpt u naar uw bed. Met een closure device is het belangrijk dat u 2 uur plat in bed blijft liggen. 

   

  • De tweede manier is dat er 15 minuten stevig op het prikgaatje wordt gedrukt om de prikplek dicht te laten stollen. Daarna wordt een drukverband aangebracht. Het team helpt u hierna naar uw bed en u moet 4 uur lang plat blijven liggen. Na het onderzoek gaat terug naar de verpleegafdeling.  

Duur van de procedure  

De behandeling duurt gemiddeld 90 minuten.  

Waar moet u op letten direct na het onderzoek / de behandeling?

Na het onderzoek  

  • Wanneer u weer terug bent op de afdeling, moet u minimaal 2 uur bedrust houden. De verpleegkundige bekijkt regelmatig de prikplaats in de lies. Ook meet die een aantal keer uw bloeddruk, hartslag en temperatuur. U mag 1 tot 2 uur na het onderzoek weer gewoon eten en drinken.   

  • Als de prikplaats in de lies er rustig uitziet en u geen moeilijkheden hebt bij het bewegen, wordt u geholpen om weer te ‘mobiliseren’. Dat wil zeggen dat de verpleging u helpt uit bed te komen en te bewegen.

Wanneer krijgt u de uitslag?

U krijgt de uitslag niet meteen te horen. De uitslag komt terecht bij uw behandelend arts. Die neemt vervolgens contact op en bespreekt de uitslag met u.

Wat zijn de risico's, bijwerkingen of complicaties?

  • Aan elke ingreep kleven risico’s en dat geldt ook voor een PTA en een stentplaatsing. Het is een veilige ingreep die meestal zonder problemen verloopt. Een enkele keer treden er complicaties op, zoals een bloeduitstorting rond de prikplaats, een vals aneurysma (plaatselijke verwijding van het bloedvat) of een (ernstige) beschadiging aan het bloedvat. Zeer zelden ontstaat er stolselvorming wat kan leiden tot de afsluiting van een bloedvat.  

  • Contrastmiddel  

Voor dit onderzoek gebruiken we jodiumhoudend contrastmiddel. Dit middel maakt bloedvaten beter zichtbaar. Voor de meeste mensen is het gebruik van contrastvloeistof ongevaarlijk, binnen een paar uur plast u het weer uit. De arts dient de contrastvloeistof toe via de katheter. Het inspuiten kan gevoelig zijn. Ook kunt u het kort warm krijgen, of een beetje misselijk worden. Bij een klein aantal patiënten treedt een allergische reactie op, waar in de meeste gevallen geen behandeling voor nodig is. Hebt u ooit zo’n reactie gehad? Meld dit dan van tevoren bij uw behandelend arts.

Meer informatie

Contactgegevens van de betrokken poliklinieken

Uw mening over de afdeling Radiologie kunt u geven via: Deel uw ervaring

  

Heeft u nog vragen?

Als u vragen heeft, kunt U contact opnemen met de afdeling Radiologie. Dat kan op werkdagen tussen 08:30-10:00u, 10:45-12:30u en 13:30-15:00u via: 

  

  

Zie ook: website Radiologie

Handige links

Meer informatie 

Op de website van de Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde: www.nvng.nl vindt u meer informatie over Nucleaire Geneeskunde.