Early Feeding Skills, informatie voor ouders
Verpleegkundigen en artsen van de afdeling IC Neonatologie
Opstarten leren drinken
Wanneer u heeft gekozen om uw baby borstvoeding te geven zal dit verlopen volgens de schijf van 9. Vanaf het moment dat uw baby stabiel genoeg is zal het bij u kunnen buidelen. Dit is de eerste stap van de schijf van 9. Wanneer uw baby ouder wordt en/of opknapt zal uw baby steeds meer voedingssignalen gaan vertonen. Vanaf hier zal er uiteindelijk toegewerkt worden naar het drinken aan de borst.
Soms is het nodig om naast de borstvoeding ook een fles aan te bieden. Het heeft de voorkeur om eerst te gaan oefenen met borstvoeding voordat de fles geïntroduceerd wordt. Wellicht heeft u gekozen om uw baby per fles te voeden. Deze folder legt uit welke stappen uw baby maakt bij het drinken uit een fles.
Vanaf ongeveer 35 weken zwangerschap ontwikkelt een baby een steeds betere coördinatie tussen zuigen, slikken en ademen. Wanneer uw baby geen of weinig ademhaling ondersteuning nodig heeft en voedingssignalen vertoont, dan kan uw baby gaan oefenen met drinken uit de fles. Aan de hand van een aantal punten wordt er gekeken of uw baby daadwerkelijk toe is aan het drinken. Ook tijdens het drinken wordt gekeken naar hoe het drinken gaat. Deze methode heet EFS. In deze folder leest u wat EFS inhoudt en hoe u samen met de verpleegkundigen uw baby het best kunt begeleiden bij het leren drinken.
Wat houden de Early Feeding skills in?
De EFS een methode om te observeren of uw baby eraan toe is om veilig zelf te leren drinken uit een fles. Daarbij wordt gekeken of de baby eraan toe is om te starten met voeding (voedingsbereidheid) en in staat is om de voeding zelf te drinken (voedingsvaardigheden). Veilig leren drinken is belangrijk om voedingsproblemen te voorkomen. Uit onderzoek is gebleken dat negatieve prikkels in het mondgebied, stress en andere negatieve ervaringen met voeden problemen kunnen geven met eten, nu en op latere leeftijd. Vanuit de EFS wordt beschreven hoe u uw baby het beste kunt voeden, zodat het voeden zo ontspannen en veilig mogelijk verloopt. Als ouder kunt u leren om naar uw baby te kijken en te beoordelen of uw baby aan drinken toe is. Als er signalen zijn dat het drinken niet veilig kan verlopen, wordt er niet gestart met het leren drinken op dat moment. U wordt tijdens het verblijf in het ziekenhuis door de verpleegkundigen begeleid tijdens de voedingsmomenten.
Voedingsbereidheid
Veilig en ontspannen drinken is erg belangrijk tijdens voedingsmomenten. Voor elke voeding is het belangrijk om te kijken of uw baby klaar is voor de voeding. Wanneer uw baby volgens het EFS stroomschema mag starten met de voeding, zijn de volgende observaties belangrijk:
- Uw baby kan zijn lichaam in gebogen positie houden met handen en armen bij de mond
- Uw baby is wakker en alert
- Uw baby heeft energie voor de voeding
- Uw baby heeft aandacht bij het aanbieden van de borst/fles/vinger/fopspeen
- Uw baby laat een zoekreflex (rooting reflex) zien (afbeelding 1).De mond opent met de tong omlaag op het moment dat de borst of fles over de bovenlip of wang gestreken wordt
- Uw baby vertoont voedingssignalen
- Uw baby toont geen stresssignalen

Afbeelding 1
Stresssignalen
Als uw baby zich niet comfortabel voelt, zal hij stresssignalen laten zien. Het is fijn om te herkennen wat de stress signalen van een baby zijn zodat u hierop in kan spelen. Vooral bij (extreme) prematuren zijn dit de signalen die we veel zien:
- Gespreide vingers
- Fronsen of optrekken van wenkbrauwen
- Ogen wegdraaien
- Niezen/ gapen
- Kokhalzen/ spugen/ hikken
- Trillen/ overstrekken/ schrikreacties
- Verandering van kleur/ ademhaling
- Zwaaien met de armen / onrustig worden
- Verlies van aandacht voor de fles
Een rustige omgeving zorgt voor minder stress
Een drukke omgeving kan zorgen voor stress bij uw baby. Stress tijdens drinken zorgt voor een onprettige ervaring en kan een baby erg afleiden. Zorg daarom voor een rustige omgeving tijdens het voeden. Zachtjes tegen uw baby praten is goed. Probeer gesprekken met anderen te vermijden. Ook onnodige aanrakingen tijdens het voeden kan een baby afleiden of stress geven.
Starten met het geven van voeding
Het is belangrijk dat uw baby wakker is voor de voeding. Dit helpt problemen zoals verslikken te voorkomen. Een voedingsmoment hangt daarom altijd samen met een verzorging. Wanneer het tijd is voor de verzorging kunt u zachtjes praten tegen uw baby en het dekentje rustig weg te halen. Ook door uw baby rustig te verschonen krijgt hij de gelegenheid om wakker te worden.
Is uw baby al wakker, maar heel onrustig? Probeer hem dan eerst te kalmeren. Dit doe u door uw baby vast te houden en het hoofdje, armen en benen goed te ondersteunen. Ook kunt u uw baby troosten of op de fopspeen laten zuigen. Probeer te voorkomen dat alle energie verloren gaat aan onrust. Soms is het beter eerst te starten met voeden en pas tussendoor te verschonen.
Zieke of te vroeg geboren baby’s hebben hun energie hard nodig voor het op temperatuur houden, herstellen, groeien en ontwikkelen. Het kan daarom zijn dat de verpleegkundige aangeeft dat het op sommige momenten beter is om de baby geen borst- of flesvoeding te geven, maar sondevoeding.
Tijdens het voeden
Tijdens het voeden wordt gekeken welke signalen uw baby geeft. Het is heel belangrijk om dit goed te observeren zodat u hier op in kan spelen. Wanneer het drinken nog moeilijk is, kan het nodig zijn om uw baby te helpen met bijvoorbeeld een andere houding of een andere speen/fles.
Het kan zijn dat u het advies krijgt om uw baby in zijligging te voeding. Uw baby ligt bij voorkeur op schoot , maar soms is het nodig om in de couveuse te voeden. Het hoofdje van uw baby ligt iets hoger dan de rest van het lichaam met de beentjes gebogen en de armen gebogen in midline positie (zie afbeelding 2).

Afbeelding 2
Het kan uw baby helpen door hem los in te wikkelen. Dit is voor uw baby de meest natuurlijke houding om te drinken.
Bij voeding geven in zijligging heeft uw baby meer controle over het drinken. De voeding loopt eerst in de wangzak en niet direct achter in de mond. De kans op verslikken is minder groot. In zijligging hoeft uw baby niet tegen de zwaartekracht in te ademen, dit kost minder energie. Daarnaast kunnen de longen zich beter uitzetten. Bij borstvoeding wordt deze houding ook vaak gebruikt. Naarmate baby’s flesvoeding beter beheersen kunnen ze ook in rugligging de fles krijgen
Laat uw baby zoeken naar de fles. Hierbij draait het hoofdje richting de speen. U kunt uw baby hierbij stimuleren door de speen over de bovenlip of wang te strelen. Dit wordt het ‘rooting reflex’ genoemd. Bij het geven van de fles zorgt u ervoor dat de speen gevuld blijft met melk.
Tijdens het voeden let u op de hoeveelheid zuigreeksen, dit zijn er meestal 3-5. Na deze reeks neemt uw baby even een pauze om te kunnen ademen en slikken. Een te vroeggeboren baby heeft een sterke voorkeur voor zuigen. Tijdens het drinken is het belangrijk dat uw baby niet alleen zuigt en slikt, maar ook voldoende pauzes neemt voor de ademhaling. Wanneer uw baby te lang zuigt zonder pauze is het nodig om te helpen met het geven van deze pauzes. Dit kan je doen door tijdens het drinken de fles te kantelen waardoor er geen melk meer in de speen zit maar de speen nog wel in het mondje van uw baby blijft. Uw baby heeft dan de mogelijkheid om een paar keer te ademen en even uit te rusten. Wanneer uw baby na een pauze weer begint met zuigen kan je de fles weer terug kantelen waardoor de melk weer in de speen komt en uw baby verder kan drinken. Het kantelen van de fles noemen wij ‘pacen’. Wanneer uw baby meer vertrouwd raakt met drinken, zullen de zuigreeksen meer worden en zal het pacen minder[Nv3] of zelfs niet meer nodig zijn.
Tijdens de voeding let u op stresssignalen. Als uw baby stresssignalen laat zien, wordt geadviseerd te stoppen met dit voedingsmoment. Er is dan een grotere kans op verslikken. Daarnaast ontstaat er een negatieve prikkel als u doorgaat met voeden terwijl uw baby aangeeft niet meer te willen drinken. Dit kan op latere leeftijd problemen geven met eten en of drinken.
Het voedingsmoment mag maximaal 20-30 minuten duren, inclusief het toedienen van de resterende sondevoeding. Voor een baby die net start met drinken kunnen een paar kleine slokken al genoeg zijn.
De juiste speen
Het heeft de voorkeur dat u zelf een fles en speen aanschaft voor u baby, hiermee kan uw baby dan gaan leren drinken. Belangrijk hierbij is de hoeveelheid melk die uit de gaatjes van de speen komt. Dit wordt ook wel de ‘flow’ genoemd. Er bestaan prematuren spenen, deze hebben een extra langzame doorstroming. Een fles met een smalle hals met anti-colic werking heeft de voorkeur. Bij twijfel of vragen zal de verpleegkundige, lactatiekundige of logopedist u advies geven. Tijdens de opname in het ziekenhuis zal er met de verpleegkundige gekeken worden welke fles en speen voor uw baby het meest geschikt is. Voor ontslag neemt de verpleegkundige met u door wanneer u een volgende speenmaat kunt gaan gebruiken, waardoor de flow hoger wordt.
Eigen houding tijdens het voeden
Of u nu borstvoeding of flesvoeding geeft, het is altijd belangrijk uw kind goed te ondersteunen bij het voeden. Zorg ervoor dat u zelf comfortabel zit. Gebruik hiervoor eventueel een krukje waar u uw voeten op zet en/of gebruik een voedingskussen ter ondersteuning op schoot. Denk hierbij ook aan een ontspannen houding waarbij uw arm en rug ondersteund worden. Ook dit zorgt ervoor dat uw baby tijdens het voeden rustig ligt. Wanneer u zelf ontspannen zit, is uw baby rustiger tijdens het voeden.
Extra expertise
In het LUMC zijn verschillende mensen aan het werk die extra expertise hebben op het gebied aan voeding. Dit zijn onder andere borstvoedingscoaches en lactatiekundigen . Zij kunnen helpen met het maken van een voedingsplan of tips geven over houding en/of flessen. Indien nodig zal er door de verpleegkundige een prelogopediste ingeschakeld worden. Zij kijkt mee bij de orale voedingsmomenten en geeft zo nodig adviezen om het leren drinken te verbeteren.
Ontslag/overplaatsing
Waarschijnlijk maakt u baby nog een tussenstap naar een perifeer ziekenhuis, voordat uw baby met ontslag naar huis kan. In het perifere ziekenhuis zal uw baby verder gaan oefenen met het leren drinken.
Tot slot
Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, stel deze dan gerust aan de verpleegkundige, lactatiekundige of de kinderarts, zij helpen u graag.